Van het ene overlastincident naar het andere

Probleemjongeren Grensoverschrijdend gedrag Marokkaanse jongens is niets nieuws, Gouda pakt klachten aan

Door onze redacteurenJoke Mat en Frederiek Weeda

Interview | Zaterdag 11-10-2008 | Sectie: Binnenland | Pagina: 02 | Joke Mat; Frederiek Weeda

Menig gemeente neemt maatregelen tegen groepen Marokkaanse jongens. Hoe lastig of crimineel zijn zij? Criminoloog Hans Werdmölder: Het probleem wordt groter.

Lachend leest criminoloog Hans Werdmölder voor uit een onderzoek van justitie uit 1987. Van de Marokkaanse jongens in Gouda komt 28 procent in aanraking met de politie, vier keer zo veel als Nederlandse jongens. De straatterreur van Marokkaanse jongens in Gouda is niets nieuws, wil hij maar zeggen. De korpschef kan het bagatelliseren in Gouda, maar eigenlijk is het gedrag van die jongens daar in twintig jaar niet verbeterd.

Sinds Goudse buschauffeurs en Amsterdams ambulancepersoneel vorige maand verklaarden bedreigingen door Marokkaanse jongens niet meer te pikken, scharen burgemeesters en politici zich achter hen. Een gebiedsverbod in Nijmegen, een samenscholingsverbod in Ede en - deze week - politiebegeleiding voor de brandweer in Gorinchem. Het is allemaal expliciet gericht tegen overwegend Marokkaanse jongeren. Minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) opperde een Marokkanentop voor steden met veel Marokkaanse jeugd en bepleitte registratie van verdachten op etniciteit.

Hoe groot is het probleem van Nederland met Marokkaanse jongens? Hoeveel van hen zijn crimineel en wat spoken zij uit? Is het vooral overlast, of criminaliteit? Groeien jonge delinquenten uit tot criminele twintigers of worden ze rustiger als ze ouder worden?

In 1990, toen Werdmölder promoveerde op Marokkaanse jeugdcriminaliteit, voorspelde hij dat die zou afnemen als Marokkanen hier geboren en getogen zouden zijn. Hij zat ernaast, zegt hij nu. Het probleem wordt groter. Hier geboren Marokkaanse jongens zijn nog steeds bovenproportioneel vertegenwoordigd in de criminaliteitscijfers. De Marokkaanse groep is verdubbeld, tot 335.000 inwoners, en de segregatie is toegenomen. Dus dat integreren lukt bepaalde delen van de groep niet zo.

Heldere cijfers zijn niet zomaar voorhanden. Registratie op etniciteit is politiek beladen wegens het risico van stigmatisering. De politie noteert daarom alleen geboorteland en nationaliteit van verdachten, op basis van het paspoort. Iemand die in Nederland is geboren uit Marokkaanse ouders, belandt als Nederlander in de politiestatistieken.

Om meer te weten te komen over de herkomst van verdachten, koppelt het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum van Justitie sinds enkele jaren opsporingsgegevens aan de Gemeentelijke Basis Administratie. Daarmee achterhaalt men de geboorteplaats van de ouders van verdachten. Zo zijn gegevens verzameld over de tweede generatie allochtonen in Nederland - van wie één of beide ouders in het buitenland zijn geboren. Maar het is een tijdrovende procedure en niet alle gemeenten werken mee. Werdmölder is daarom voorstander van registratie op etniciteit.

Uit de cijfers die er zijn, blijkt bijvoorbeeld dat 19 procent van de Marokkaanse mannen tussen 18 en 25 jaar verdacht wordt van een misdrijf, een percentage dat veel hoger ligt dan voor Turkse (10) of autochtone mannen (4). Ook onder de veelplegers (meer dan tien processen verbaal per persoon) tussen 12 en 24 jaar bevinden zich relatief veel Marokkaanse jongens. Ze maken zich vooral schuldig aan diefstal en geweldsdelicten. Wel neemt de criminaliteit af na het 24ste jaar, ook bij Marokkanen.

Maar die cijfers zeggen weer weinig over overlast, zegt Werdmölder. Het schreeuwen in de tram, schoppen tegen prullenbakken, vrouwen voor hoer uitschelden - dat is niet in cijfers uit te drukken. Ook dagelijks terugkerend hinderlijk gedrag als winkeldiefstal en autokraak belandt niet altijd in de statistieken.

Al tien jaar hobbelt Nederland volgens Werdmölder van het ene naar het andere overlastincident met Marokkaanse jongens. Steeds overschrijdt een groep een grens en roepen gezagsdragers en publiek dat het zo niet langer kan. De zwembaden in de jaren negentig, waarbij groepjes Marokkaanse jongens meisjes lastigvielen. De bioscopen waar groepjes Marokkaanse jongens herrie maakten tijdens de film. Het gezin dat werd weggepest uit de Diamantbuurt. De poppen die Marokkaanse jongens ophingen in de bomen in Slotervaart, met de namen van politieagenten erop. De autos die in brand werden gestoken. En nu dan het ambulancepersoneel en de buschauffeurs.

Dat die zich luid roeren, ziet Werdmölder wel als iets nieuws. De samenleving is het irritante gedrag van deze groepjes spuugzat en zegt dat ook. Wat zij zich denken te kunnen permitteren, is nérgens te tolereren, zo vindt men nu. Niet hier en niet in Marokko.

Tegelijk begint de Marokkaanse gemeenschap volgens Werdmölder de hand in eigen boezem te steken. Voorheen gaven ze de schuld steevast aan de media. Tijdens het islamitische Suikerfeest zei een imam in de Amsterdamse Poldermoskee vorige week dat zijn 1.500 toehoorders zelf verantwoordelijk zijn voor deze jongens. Hij riep op de jongens aan te spreken op hun gedrag.

Dat opvoeding bepalend is, blijkt uit de cijfers. Jongens met één ouder die in Marokko is geboren, zijn veel minder vaak verdachte dan jongens van wie beide ouders in Marokko zijn geboren. Ouders die hier zijn opgegroeid kunnen hun zoons hier vaak beter begeleiden, zegt Werdmölder.

De overheid heeft de afgelopen drie jaar enkele generieke maatregelen genomen, die volgens Werdmölder op de lange termijn de overlast en criminaliteit kunnen drukken. Zo moeten jongeren tot hun 27ste studeren of werken; een uitkering krijgen ze niet meer. Ook is het verboden om een partner te importeren vóór je 21ste, wat de kans op onmachtige ouders verkleint.

Wat zou op korte termijn effectief zijn? Lik op stuk. Níet, zoals nu, een jongen oppakken, proces verbaal opmaken en na een paar uur weer vrijlaten. In sommige politiebureaus hebben ze computerspelletjes. Dat hoor ik van opgepakte jongens zelf. Die lachen de politie uit.

Dat integreren lukt sommigen niet zo Hans Werdmölder Onder 18- tot 25-jarige mannen is bij de Marokkaanse Nederlanders 19,9 procent verdachte van een misdrijf, bij Antilliaanse Nederlanders 14,4 procent, en bij Turkse Nederlanders 10,4 procent. Bij autochtone mannen tussen 18 en 25 is 4 procent verdachte. In vrijwel alle allochtone groepen is het percentage verdachten in de tweede generatie kleiner dan in de eerste generatie. Bij Marokkanen, Turken en Kaapverdiërs geldt het tegenovergestelde. De groep Marokkaanse zeer actieve veelplegers van de tweede generatie is achttien keer zo groot als op grond van hun aandeel in de bevolking te verwachten valt. Zulke veelplegers (vanaf 18 jaar) hebben in vijf jaar ruim tien processen-verbaal gekregen. Marokkaanse zeer actieve veelplegers zijn minder vaak verslaafd dan andere zeer actieve veelplegers. Van de veelplegers tussen 12 en 17 jaar (ruim vijf processen verbaal) is 21,5 procent een Marokkaanse jongen van de tweede generatie. Surinamers staan op de tweede plaats met 6,5 procent. Bron: WODC, CBS