Kabinet: maatregelen Marokkaanse probleemjongeren

Gepubliceerd: 30 januari 2009 19:05 | Gewijzigd: 30 januari 2009 19:05

Door een onzer redacteuren

Den Haag, 31 jan. Marokkaans-Nederlandse jongeren die uit de gevangenis komen, krijgen vanaf 1 april van dit jaar nazorg. Dat is een van de maatregelen die het kabinet vandaag heeft aangekondigd om de overlast van Marokkaans probleemjongeren terug te dringen en hun een beter toekomstperspectief te bieden.

Ook zet het kabinet praktijkteams, gezinsmanagers en extra straatcoaches in.

De afgelopen tijd hebben zich in verschillende gemeenten incidenten voorgedaan waarbij Marokkaanse jongeren betrokken waren, zoals in Gouda. De jongeren veroorzaken ernstige overlast en maken zich schuldig aan vernielingen, intimidatie, schelden en spugen.

De problematiek van de Marokkaanse jeugd is complex, benadrukt het kabinet, een opeenstapeling van problemen. De jongeren hebben vaak een taalachterstand, de opvoeding faalt, ze worden sterk beïnvloed door straatcultuur en verlaten vervolgens zonder diploma hun school.

Het kabinet wil deze problematiek in nauwe samenwerking met gemeenten aanpakken. Er komen praktijkteams, bestaande uit lokale experts en experts van het Rijk, die gemeenten kunnen adviseren over de bestaande mogelijkheden om problemen aan te pakken. „Multiprobleemgezinnen” moeten met hulp van gezinsmanagers structuur in hun leven leren aanbrengen, zo nodig onder dwang van de Kinderbescherming. Vanwege het gebleken succes in onder andere Utrecht en Amsterdam heeft het kabinet besloten extra straatcoaches in te zetten. Zij spreken jongeren aan die op straat „onaangenaam imponeergedrag” vertonen, begeleiden ze bij het naar school gaan, huiswerk maken en het aanleren van sociale vaardigheden.

Het kabinet steekt voortaan jaarlijks circa veertig miljoen euro in de aanpak van Marokkaans-Nederlandse jongeren. Het ministerie van Wonen, Werken en Integratie (WWI) trekt drie miljoen euro per jaar uit voor de extra inzet van straatcoaches en gezinsmanagers.

Bovendien stelt WWI samen met Binnenlandse Zaken jaarlijks 32 miljoen euro beschikbaar voor de G31 – de gemeenten die onder het grotestedenbeleid vallen – en een aantal gemeenten die kampen met overlast van Marokkaans-Nederlandse jongeren. Minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) benadrukte dat er bij de verdeling van het geld duidelijke afspraken met gemeenten gemaakt worden. „We willen zichtbare verbeteringen zien. Minder jeugdbendes, minder overlast, minder schooluitval, en ga zo maar door.”