Zo diep mogelijk de aarde in

Geologie

Heeft Mexico het diepste grottenstelsel ter wereld? Een expeditie probeerde dat aan te tonen. Maar stuitte op een ingestort plafond.

Speleologen slaan hun kamp in het Cheve-grottenstelsel tijdens een expeditie in 2006. Hun slaapzakken liggen er nog steeds. Foto Matt Covington

Een kilometer onder de grond bestaat luxe uit een paar droge sokken. En een prutje van aardappelschilfers met gedroogde groenten heet er een diner. Patrick van den Berg verbleef tien dagen aan een stuk in één van de diepste grotten ter wereld. “Van tevoren weet je niet of je dat zult trekken”, zegt de grotduiker nu in een Leids café.

Van den Berg is net een paar weken terug van een expeditie naar het Cheve-systeem. Dit grottencomplex ligt in het donkere hart van de Sierra Juárez, een bergketen in het zuiden van Mexico. Zwak zuur grond- en regenwater heeft zich gedurende miljoenen jaren een weg door het kalksteenmassief gebaand.

De omvang van het Mexicaanse grottenstelsel is immens. Water dat in het hooggebergte de grot instroomt, komt acht dagen later, zeventien kilometer verderop en 2.500 meter lager weer aan de oppervlakte, in een karstbron aan de zuidoever van de Rio Grande. Het Cheve-systeem is daarmee mogelijk het diepste grottencomplex ter wereld.

Mogelijk, want de tussenliggende spelonken zijn niet door mensen in kaart gebracht. Binnen de speleologie telt een diepterecord pas als dat gebeurd is. De Georgische Krubera-grot, die tot op een diepte van 2.191 meter is verkend, voert sinds 2007 de recordlijsten aan. De Cheve-grot bezet momenteel de 12e plek, met een verkende diepte van 1.484 meter.

Van den Berg werkt als beveiligingsexpert in de ICT en is in zijn vrije tijd speleoloog. Op een congres hoorde hij voor het eerst over een nieuwe expeditie naar het Cheve-complex. De vorige expeditie vond plaats in 2009. Speleologen verkenden toen de alternatieve ingang ‘J2’, omdat de hoofdingang doodliep. Ze kwamen 1,2 kilometer diep, toen ze op een ondergelopen gang stuitten: een ‘sifon’, in het jargon van de speleoloog. Doel van de nieuwe expeditie was om verder dan deze sifon te komen en dieper dan ooit in het stelsel af te dalen.

Kalksteenwanden

Het verkennen van diepe grotten lijkt op een omgekeerde bergbeklimming, in het duister. Soms abseilen de speleologen langs steile kalksteenwanden, met sleepzakken vol uitrusting bungelend aan hun klimgordel. Soms wriemelen ze door nauwe krochten, die gedeeltelijk onder water staan. En al die tijd is een helmlampje hun enige bron van licht.

Net als alpinisten, overnachten de speleologen in kampen. Het kost ongeveer een hele dag klauteren en kruipen om van kamp tot kamp te komen. Alle vier de kampen in ‘J2’ zijn al tijdens eerdere expedities aangelegd. “Sommige slaapzakken en matjes liggen er nu al negen jaar”, zegt Van den Berg.

Hij meldde zich voor de expeditie aan als grottenduiker, maar is uiteindelijke vooral als ‘sherpa’ ingezet. Samen met andere vrijwilligers sjouwde hij duikflessen, proviand en batterijen tussen de verschillende kampen heen en weer.

Op de dag dat Patrick van den Berg aankwam in het basiskamp was de expeditie al in volle gang. De stemming was toen nog opperbest. Het was een van de twee ervaren duikers gelukt een weg door de kronkelende sifon te vinden waar de vorige expeditie was gestrand. Nog nooit waren speleologen tot zo ver doorgedrongen in het complex. Toch waren er tegenvallers.

Eerste probleem: de telefoonlijn waarmee de ondergrondse expeditieleden contact hielden met het basiskamp kon niet door de sifon. De ondergelopen gang is 600 meter lang, het stuk telefoonlijn was maximaal 500 meter. Aan de andere kant van de sifon zou contact met de bovenwereld onmogelijk zijn.

Nog een probleem: de gang waar de sifon op uitkwam eindigde in een diepe schacht, waar water naar beneden kletterde. Om hier naar beneden te komen had het tweekoppig team een boormachine, muurankers en abseiltouwen nodig. Die zouden een week later door het onderwaterlabyrint moeten worden meegebracht.

Een rustweek boven de grond is nodig, legt Van den Berg uit, omdat het slaapgebrek, het slechte eten, de zware fysieke inspanning en het gebrek aan zonlicht je anders opbreken. Ook droog blijven is onmogelijk in de klamme grot. “De luchtvochtigheid is honderd procent daar beneden. Eenmaal nat, drogen je kleren niet meer vanzelf”, zegt Van den Berg. “Ja, het vergt wel discipline om ’s ochtends je koude, stinkende, drijfnatte kleren weer aan te trekken. Van hygiëne is daar beneden sowieso geen sprake.”

Toen de expeditie werd hervat, en de duikers de ondergrondse waterval waren afgedaald, bleek ook J2 een cul de sac. De duikers stuitten op wat speleologen een ‘blokkenstort’ noemen: een doorgang die grotendeels is afgesloten door met puin en brokstukken, omdat de grot is ingestort. Wanneer water een grot binnensijpelt via het plafond, kan het gewelf na duizenden jaren plots bezwijken. Soms kan iemand zich nog langs de brokstukken wurmen. In dit geval niet.

Ook doorgang J2 is daarmee afgeschreven. Nieuwe expedities zullen op zoek moeten naar nieuwe ingangen in jungle boven het karstgebied. Van den Berg zal daar waarschijnlijk niet meer bij zijn, hij wil mee op een expeditie waarbij hij ook zelf aan duiken toekomt. “Langzaam doordringen tot de elite van grotduikers. Dat is mijn droom.”