Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Zaterdag, 11 maart 2017, pagina 4 - 5wist over seks

 

Wat je nog niet wist over seks

Wat je nog niet Seksuologie
De seksuele opvoeding in Nederland mag goed zijn, maar ze zit nog vol mythen en misvattingen. Hoe mannen, ouderen of zieken seks beleven, is slecht onderzocht.
Door onze redacteur Sander Voormolen | pagina 4 - 5
Simpele vraag: door welk mechanisme wordt de vagina van een vrouw vochtig bij seksuele opwinding? Studenten geneeskunde en psychologie, zelfs specialisten in opleiding moeten het antwoord vaak schuldig blijven. Laat staan dat gewone mensen er enig benul van hebben.
 

Dat is een belangrijke tekortkoming in de seksuele opvoeding, schrijven arts-seksuoloog Rik van Lunsen en psycholoog en seksuoloog Ellen Laan in hun indrukwekkende boek Seks, een leven lang leren. En zo klopt er meer niet.
In de voorlichtingsliteratuur wordt bij jongens de eerste zaadlozing genoemd als mijlpaal in de ontwikkeling, bij meisjes gaat het dan altijd over de eerste menstruatie. „Alsof die twee dingen vergelijkbare grootheden zijn”, schrijven Van Lunsen en Laan. „De onderliggende boodschap klinkt voor ons als ‘Jongens krijgen de lol en meisjes de ellende’.” Volkomen onterecht natuurlijk, maar het weerspiegelt goed de heersende opvatting over seksualiteit.
Biologisch determinisme als ‘mannen komen van Mars en vrouwen van Venus’ is echter te simplistisch. Veel inzichtelijker en productiever is het volgens Van Lunsen en Laan om te letten op de overeenkomsten tussen de geslachten, in plaats van die haast vanzelfsprekende nadruk op de verschillen. Het onderscheid tussen man en vrouw is in feite minimaal – juist op seksueel gebied.
Adam ontstaat uit Eva
 

Die gemeenschappelijkheid gaat terug tot de oorsprong van mannelijke en vrouwelijke geslachtsorganen. Ze worden aangelegd met hetzelfde ‘uitgangsmateriaal’. Penis en clitoris ontstaan beiden uit de geslachtsknop; geslachtswallen vormen de balzak of de schaamlippen. Bij mannelijke foetussen wordt rond de zesde week het SRY-gen op het Y-chromosoom actief, waardoor de ontwikkeling onder invloed van testosteron en Anti-Müller-hormoon verdergaat in mannelijke richting. „Adam ontstaat dus uit Eva en niet andersom”, merken de auteurs van Seks daarbij spits op. Na 24 weken zijn de geslachtsorganen voltooid en hebben meisjes voornamelijk inwendige geslachtsorganen en jongens vooral uitwendige.
 

De uiterlijke verschillen lijken groot, maar functioneel blijven de sporen van de gelijke oorsprong van mannelijke en vrouwelijke geslachtsorganen bij volwassenen voortbestaan. In penis en vagina verloopt seksuele opwinding verrassend parallel, alleen is het bij de man vaak zichtbaarder dan bij de vrouw.
En daar komen we terug op de kwestie van het vochtig worden van de vagina. Een soortgelijke zwelling van bloedvaten die bij de man een erectie tot stand brengen treedt op in de vaginawand. In de kleine bloedvaatjes vlak onder de dunne huid zonder hoornlaag die de vagina bekleedt wordt de druk zo hoog dat er bloedplasma naar buiten geperst wordt. Bij de man wordt de eikel ook een klein beetje vochtig doordat er eveneens vocht naar buiten wordt geperst.
 

Doe het met plezier
Van Lunsen en Laan leggen er de nadruk op dat gezonde seks zonder taboe, vrijwillig en plezierig moet zijn. „Doe het met plezier, of doe het niet!”, stellen ze stoer. Maar tegelijkertijd leggen ze in hun boek uit dat het vaak heel ingewikkeld is. Ze beschrijven alles recht-voor-zijn-raap, eerlijk en onthullend. Daarom is dit een boek dat eigenlijk iedereen zou moeten lezen.
 

Seks zit niet tussen de oren en ook niet tussen de benen. Seks (hoe, wanneer, en met wie?) is veel breder. Het hele lichaam doet mee aan de opwinding en seks is ook bepaald door de optelsom van eerdere ervaringen, opvoeding en cultuur. Door experimenteren en ervaringen ontwikkelt iedereen zijn persoonlijke liefdeskaart, met een individueel bepaalde voorkeur voor erotische prikkels en seksuele oriëntatie. Alles is mogelijk, zo lang het anderen maar niet schaadt.
 

Nederland is in seksueel opzicht het gezondste land ter wereld. Dat blijkt uit het geringe aantal tienerzwangerschappen, laag aantal abortussen en de relatief verdraagzame maatschappij ten opzichte van mensen met een homoseksuele of transseksuele voorkeur. Dat succes is te danken aan de goede seksuele voorlichting, hoewel die ook hier vaak nog te veel nadruk legt op de technische kant. Een gezonde seksuele ontplooiing van jongeren kan rampen voorkomen, stellen Laan en Van Lunsen.
 

Spoken uit het verleden
Maar we zijn er nog niet. Laan en Van Lunsen constateren dat achterhaalde inzichten uit het wetenschappelijk onderzoek naar het menselijk seksleven nog als spoken uit het verleden rondwaren in het publieke denken over seks. Sigmund Freud dacht honderd jaar geleden dat mannelijke seks een oerdrift is waaraan op tijd moet worden toegegeven, anders ontstaat er bij hem frustratie of waanzin. Omgekeerd was vrouwelijke lust volgens Freud ziekelijk. Dat leeft voort in de mythe dat mannen altijd zin hebben en vrouwen met een al te duidelijke belangstelling voor seks vaak als ‘slet’ over de tong gaan.
 

Van het lichamelijke onderzoek naar seks door de Amerikaanse William Masters en Virginia Johnson is blijven hangen dat seks verloopt volgens een wetmatig schema van opeenvolgende fasen (verlangen, opwinding, plateau, orgasme en resolutie). Dat werkt het hardnekkige misverstand in de hand dat zo lang je ‘het’ maar goed doet, en de juiste knoppen beroert, je altijd een orgasme kunt bereiken.
Laan en Van Lunsen wijzen ook op het gevaar van ‘nieuwe preutsheid’. Seks komt zo vaak negatief in het nieuws door berichten over verkrachting en kindermisbruik, dat er een nieuwe angst ontstaat voor intimiteit en aanraking. Dat staat een gezonde seksuele ontwikkeling in de weg, want die moet juist gebaseerd zijn op openheid en gelijkwaardigheid.
Dat mensen in het algemeen niet krampachtig moeten denken over seks is heel goed te rechtvaardigen. Maar is het tegelijkertijd niet naïef om te denken dat je grensoverschrijdend gedrag kunt voorkomen door open en bloot over seks te praten? Hier wordt de benadering van Laan en Van Lunsen toch wat ongemakkelijk. Kinderporno is „walgelijk en misdadig”, schrijven ze, maar verreweg de meeste van de naar schatting 60.000-80.000 Nederlanders met pedofilie voldoen aan de sociale norm dat ze hun leven lang nooit iets seksueels met kinderen doen. Dat zij nu vaak niet meer openlijk voor hun voorkeur durven uit te komen, vergroot mogelijk de kans dat zij overgaan tot daadwerkelijk kindermisbruik, suggereren de seksuologen op basis van wetenschappelijk onderzoek. Het benadrukt hoe complex seksualiteit is.
 

Seks, een leven lang leren, Rik van Lunsen en Ellen Laan, Prometheus, 374 blz., €24,99
Misverstanden Zes hardnekkige mythes over seks


1 Seksuele revolutie
Achteraf gezien was de veel geroemde seksuele revolutie van de jaren zestig en zeventig vooral een mannenzaak. De komst van de anticonceptiepil leidde ertoe dat vrouwen meer ‘beschikbaar’ waren, dus niet bevrijd. Pas na de tweede feministische golf zijn vrouwen meer autonomie gaan opeisen, ook op seksueel gebied.


2 Libido
Libido bestaat niet. Er is geen reservoir van seksuele energie die dreigt te overstromen als het niet tijdig geleegd wordt. Seksuele lust is geen basale behoefte waaraan voldaan moet worden als honger of dorst. Het is evenmin zo dat vrouwen er van nature minder van hebben dan mannen. Zin in seks komt ook niet vanzelf uit de lucht vallen, maar moet opgewekt worden.


3 Spermacompetitie
Het feit dat mannen per zaadlozing meer dan 20 miljoen spermacellen produceren zou voortkomen uit de noodzaak om in de vagina de strijd aan te kunnen binden met zaad van andere mannen. Volgens Laan en Van Lunsen is deze theorie „volkomen uit de lucht gegrepen en een voorbeeld van biologisch reductionisme”. De Amerikaanse evolutiebioloog Niles Eldredge haalt dit effectief onderuit in zijn boek Why we do it: menselijke seks is niet alleen voor het verspreiden van genetisch materiaal.


4 Geslachtshormonen
In het dagelijks spraakgebruik is testosteron het mannelijk geslachtshormoon en zijn oestrogeen en progesteron vrouwelijke geslachtshormonen. Dat is misleidend. De verhoudingen zijn verschillend, maar al deze hormonen spelen in beide geslachten een rol in het normaal lichamelijk functioneren. De eierstokken van de vrouw produceren net als de zaadballen van de man testosteron, en voor beide geslachten is dat belangrijk voor de seksuele opwinding. In het bloed van vrouwen is de concentratie testosteron wel tien keer hoger dan de concentratie oestrogeen.


5 Seksuele norm
Wat seksueel ‘normaal’ is kan voor iedereen anders liggen. Net zoals de seksuele voorkeur varieert, kan ook iemands behoefte aan seks variëren. Nederlanders hadden in 2012 gemiddeld anderhalf keer per week seks en hebben in hun leven gemiddeld zeven sekspartners. Het is echter de vraag of de genoemde frequentie wel klopt, zeggen Laan en Van Lunsen, aangezien de antwoorden in enquêtes worden beïnvloed door wat mensen denken dat normaal is.


6 Oversekste maatschappij
Door de komst van internet is de drempel om naar porno te kijken een stuk lager geworden, ook voor jongeren. Uit onderzoek (de enquêtes Seks onder je 25e, gehouden in 2005 en 2012) blijkt dat jongeren tegenwoordig niet veel vroeger aan seks beginnen. De grote veranderingen zijn van daarvoor, in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Sindsdien is de zogeheten sekscarrière vrij consistent gebleven en jongeren dromen nog steeds van een relatie met een vaste partner. Als ze ruim 17 jaar oud zijn heeft de helft van de jongeren geslachtsgemeenschap gehad.
Wat de seksuologen nog niet weten ‘Mannen vinden het lastig om over seks te praten’
De wetenschappelijke stand van de seksuologie lijkt op „een lappendeken die ad hoc tot stand lijkt te zijn gekomen”. Dat schreef hoofdredacteur Peter Leusink van het Nederlands Tijdschrift voor Seksuologie vorig jaar zomer in een terugblik op veertig jaar seksuologie in Nederland en Vlaanderen. Aan de telefoon zegt hij: „Het lijkt misschien zo dat we alles al weten, maar ik heb vooral mijn twijfels ten aanzien van mannen.”
 

Aan Leusink daarom de vraag: waar zitten nog de grote gaten in het seksuologisch onderzoek?
1 Waarom haakt de man af?
Leusink: „De man komt er bekaaid vanaf in het onderzoek. Bij vrouwen onderkennen we, mede door het onderzoek van Laan en Van Lunsen, dat er twee soorten seksuele opwinding bestaan: genitaal en subjectief. Bij mannen wordt dat onderscheid niet of nauwelijks gemaakt.
„Voor hem geldt vaak nog het model van de jaren zestig en zeventig. Je gooit er een kwartje in en hij doet het wel. Zo niet, dan gooi je er een ander kwartje in, een erectiepil, en hij doet het weer.”
Volgens Leusink wordt mannelijke seksualiteit nog steeds beschreven als een monocausaal gebeuren. „Als de seks niet goed gaat, krijgen mannen vaak pillen voorgeschreven. Maar kijk naar de cijfers en je ziet dat er meer aan de hand is; 60 procent haakt na een jaar af bij testosteronbehandeling en 80 procent bij ejaculatieremmers. En de helft van de mannen die erectiepillen krijgen voorgeschreven, komt niet terug voor een herhalingsrecept. Mannen raken ontmoedigd, maar we weten niet goed waarom.”

2 Hoe moeten we inspelen op maatschappelijke veranderingen?
Er zijn ook maatschappelijke veranderingen met grote invloed op seksualiteit, zegt Leusink. „Naarmate vrouwen zich onafhankelijker opstellen, voelen mannen zich daar onbehaaglijker bij, ze worden onzekerder. Dat kan tot problemen leiden; ze gaan de seks mijden of gaan het juist opeisen.
Die strijd wordt meer en meer zichtbaar, mannen vinden het heel lastig om over seks goed te communiceren. Er is geen goed onderzoek naar dat onbehagen bij mannen. Vrouwen zijn economisch onafhankelijker geworden, en als gevolg daarvan omhoog gaan kijken om een man te vinden. Daardoor komen ze moeilijker aan een partner. Ze stellen andere eisen aan een man. Mannen op hun beurt reageren met frustratie of geweld als een vrouw niet tegemoet komt aan hun eisen. Of ze proberen nog harder te presteren om het haar naar de zin te maken. Deze strategieën werken niet.”
 

3 Hoe zit het met de behoefte aan seks bij ouderen en zieken?
Een ander grotendeels braakliggend terrein is volgens Leusink hoe het zit met seksualiteit bij de ouder wordende mens en bij mensen met ziekten en beperkingen.
„Er is weinig aandacht voor het leed dat veroorzaakt wordt als door ziekte of medicijngebruik het seksuele systeem ook door zijn hoeven zakt. Farmaceuten ontwikkelen alleen pro-seksuele medicatie voor gezonde personen, dat is frustrerend.”


4 Waar komen onze seksuele mores eigenlijk vandaan?
Ten slotte wordt nog heel weinig onderzoek gedaan naar hoe de normen en waarden rond seksualiteit tot stand komen.
Leusink: „Een lage opleiding en religie bijvoorbeeld zouden een grote rol spelen bij het ontstaan van mythes in onze opvattingen, maar waarom en hoe moeten we nader bekijken. Ook in grappen en in de media, liggen onuitgesproken vooronderstellingen over seks die bepalen hoe onze waarden en normen liggen in de maatschappij. Maar als je het internationaal vergelijkt zijn we hier nog niet zo slecht af; in Nederland kunnen we relatief vrij open zijn over seks.”
PRINT DIT ARTIKEL
[afbeelding]
De foto-illustraties bij dit artikel (op de cover en op deze pagina) verschenen eerder bij een artikel over seks-educatie voor kinderen, in Esquire Malaysia.