10-2-10

 

Met de kennis van nu
 

Sinds de bijna-kabinetscrisis over het Irak-rapport van de
commissie-Davids wordt er wat afgelachen om de woorden
„met de kennis van nu”. Premier Balkenende gebruikte die
formulering in een brief aan de Tweede Kamer om zich te
redden uit de netelige situatie waarin hij verzeild geraakt
was door zijn eigen gepikeerde eerste reactie op het rapport.
Gelet op de context van die dolle crisisdag bijna een maand
geleden was die hilariteit begrijpelijk. Maar strikt genomen
is er niets mis mee om met de kennis van nu vast te stellen
dat er voor de invasie in Irak een „adequater volkenrechtelijk
mandaat nodig zou zijn geweest”, zoals de premier onder
druk van een breuk met coalitiepartner PvdA toen schreef.

Want wie een beroep op de kennis van nu bespottelijk vindt,
schaft de historische wetenschap af. Geschiedschrijving is
immers altijd een combinatie van bronnenonderzoek naar
de kennis van toen en interpretatie met de kennis van nu.
 

In zijn echte reactie op het rapport, vervat in een brief die
gisteren aan de Tweede Kamer is gezonden, trekt het kabinet
deze notie door naar een paar staatsrechtelijke conclusies.
Zoals was te voorzien na de babylonische spraakverwarring
tijdens de quasicrisis, maakt de regering een onderscheid
tussen het „huidige” kabinet en de „toenmalige” kabinetten.
Dit onderscheid tussen toen en nu heeft gevolgen voor de
ministeriële verantwoordelijkheid jegens de Kamer. Volgens de
regering is die primair met het ambt verbonden. Een juiste nuancering. Een nieuwe minister
moet de Kamer informeren, ook over zijn voorganger. En als hij
een lijk in de kast vindt, moet hij dat opruimen. Zo niet dan wordt
het zijn politieke lijk. Zonder die overdracht van verantwoordelijkheden zou elke machtswisseling op een soort revolutie uitdraaien.

Maar dat wil niet zeggen dat het huidige kabinet nog steeds verantwoordelijk
is voor de politieke steun aan de oorlog in Irak. Dat besluit is
ooit genomen, niet terug te draaien en dus geschiedenis
. In
zijn brief kondigt het kabinet een aantal maatregelen aan
om herhaling te voorkomen. Meer kan het nu niet doen.
De centrum-linkse oppositie deed gisteren pogingen dit
onderscheid te bagatelliseren. Politiek komt het haar beter
uit als er sprake zou zijn van een ongebroken continuïteit
tussen 2003 en 2010. Maar die redenering snijdt geen hout.
De eerste kabinetten van Balkenende baseerden zich op
andere coalities in het parlement en andere meerderheden in de samenleving dan het huidige. Het is het wezen van een
democratie dat beleid, zeker na verkiezingen, veranderen
kan. Dat is in 2007 gebeurd.
Of Balkenende die cesuur als
premier kan vertolken, is een andere, politieke, vraag.
Het kabinet schrijft dat betrokkenen het rapport-Davids
met hun eigen „persoonlijke beleving en herinnering” lezen
en beoordelen. Deze zin getuigt wellicht van psychologisch
begrip maar is in strijd met de eenheid van regeringsbeleid.
Wat de huidige ministers al dan niet voelen, mogen ze thuis
bespreken maar niet in een beleidsbrief over hun politieke
en ministeriële verantwoordelijkheid.