Herken de tsaar in Poetin

Wees gewaarschuwd: met zijn hack-campagne voert Poetin een nieuwe versie op van de 19de eeuwse grootmachtenpolitiek, schrijft . De Europese gemeenschap moet kracht tonen.

Of Trump nu een wandelende Kompromat-machine is of niet, of Poetins geheime dienst FSB die tapes nu wel of niet ergens in een kluis heeft liggen of niet, n ding is duidelijk. Er staat weer een beer in de kamer. Of een Rus in de keuken. En misschien zijn ze wel nooit weggeweest. Russische benvloedingsoperaties zijn geen fake news of sprookjes, ze zijn de producenten ervan. En voordat u nu denkt dat dit een stukje gaat worden van een overijverige Koude Oorlog-hitser, geen zorgen ik ben zoals altijd vr onderhandelen met de Russen, vr dialoog, en vr toenadering en ontspanning, net zoals Laurien Crump, universitair docent in de geschiedenis van de internationale betrekkingen, onlangs in NRC betoogde (Praat met die man om erger te voorkomen, 12/12/2016).

Ik ga ook niet beweren dat die Russische psy-ops (psychological operations) de uitkomsten van de verkiezingen in Washington of het Oekranereferendum in Nederland substantieel hebben gewijzigd. Misschien, maar misschien ook niet. Die twijfel geldt ook voor de Russische inmenging in het kruisrakettendebat in Nederland begin jaren tachtig, toen er volop demonstranten waren die liever een Rus in de keuken hadden dan een raket in de tuin. Dat is een ander verhaal, waarover we overigens inmiddels best veel weten (ja, er was benvloeding en zelfs betaling vanuit het Oostblok, maar of dat de uitkomsten van het plaatsingsbesluit heeft veranderd, is zeer twijfelachtig).

Het verhaal dat hier moet worden verteld is de oude vertelling van de Russische angst voor omsingeling, van de onzekerheid van het Russische tsarenrijk om een laatkomer op het Europese toneel te zijn, en om als beschaving niet serieus te worden genomen. We kunnen dit verhaal bij tsaar Peter de Grote laten beginnen, of bij zijn equivalent, Catharina de Grote. Bij Alexander I, Nikolaas II, Stalin of pas bij Poetin. Maar er zit een steeds terugkerend motief in: dat van de slinger. Die slingert van mee willen doen in het concert van de grote mogendheden en de toon willen aangeven, naar boos wegstampen en met wat andere outcasts het feestje willen verpesten. Pas nadat we dat verhaal weer eens herlezen, kunnen we recente onthullingen over Russische hacks en desinformatiecampagnes en Poetins reactie beter plaatsen, en ook onze eigen houding beter bepalen. Laten we vooral twee reflexen vermijden:

1. De happigheid om dit soort onthullingen als de sensatie van de eeuw te beschouwen. Dat is het niet, het is juist een afgezaagde spionnentruc.

2. Of het juist meteen af te willen doen als Koude Oorlogshitsing, dan wel als pogingen van zielige linkse liberalen om Trumps verkiezingswinst onderuit te halen. Dat is ook te simpel.

De onthullingen over mogelijke campagnes van de FSB om Kompromat over Trump te verzamelen, compromitterend materiaal om hem te chanteren of gewoonweg controle over hem te houden, en de desinformatieoperaties om verdeeldheid te zaaien en de Amerikaanse democratie te ondermijnen dat is de moderne vorm van de psychologische operaties van agents provocateurs die dat al sinds de oprichting van de Ochrana in de negentiende eeuw doen. Deze Russische tsaristische geheime politie was berucht om zijn sabotage en provocatieacties. Deze voorloper van de KGB liet bommen afgaan, bijvoorbeeld in Belgi in 1894, en probeerde daar toen al Nederlandse socialisten (Willem Vliegen, Domela Nieuwenhuis) voor op te laten draaien. De KGB verfijnde die tactieken na de Russische Revolutie; er werden hele universiteiten voor opgericht. In Potsdam schoolde de Stasi zijn studenten in de kunst van de Zersetzung, het psychologisch benvloeden, kapot maken van mensen en gemeenschappen.

Natuurlijk zijn de zogenaamde Romeo- en Julia-acties (het verleiden van buitenlanders om aan geheimen te komen) en de chantagepraktijken niet iets typisch Russisch. De CIA, MI6 en overige Europese diensten konden er ook wat van. Maar er is n groot verschil: de Ochrana, en later de KGB en FSB, waren en zijn instrumenten die in handen zijn van de zittende macht, de tsaar, het Politbureau of de president. Ze opereren ongehinderd, ongecontroleerd en hoeven niet bang te zijn voor parlementaire hoorzittingen en Freedom of Information-verzoeken. Ze komen bijna overal mee weg. Sinds september heeft Poetin de FSB weer waar Stalins beruchtste spionnenchef Beria de KGB had: niet als ondergeschikte dienst, maar als autonoom ministerie, met eigen onderzoeksrechters, recherche en gevangenissen, waar dissidenten in Nacht und Nebel-acties verdwijnen. De eerste slachtoffers van het hedendaagse cyberterrorisme zijn niet westerse politici, dat zijn toch echt de eigen burgers van Rusland.

Wat we zonder twijfel kunnen vaststellen, is dat de Russische hacks en operaties in dienst staan van een mogendheid, van een president, die die nieuwe chaos wil gebruiken om Rusland weer in het centrum van de macht te manoeuvreren. Een zin die misschien wel het meest waar was in het hele memo over Trumps vermeende ontsporingen van Christopher Steele, de voormalige Britse MI6-medewerker, was dat Poetin het liefst terug wil naar de tijd van de negentiende eeuw. Hij is een voorstander van Great Power politics anchored upon countries interests rather than the ideals-based international order established after World War Two.Recent liet Poetin nog een standbeeld van Alexander I in zijn gang plaatsen, de tsaar die Napoleon versloeg en tot Parijs oprukte. Poetin wil niet meespelen in de westerse waardengemeenschappen van diversiteit en vrijheid, van checks and balances. Hij wil geen mensenrechten, grondrechten, of democratische vrijheden. Hij wil terug naar het verdelen van invloedssferen en het uitbuiten van onderdanen, naar de tijd dat regionale grote mogendheden (Rusland, Pruissen, Engeland, Oostenrijk en Frankrijk) de rechten van kleinere landen zonder pardon met voeten traden. Bondgenoten zijn er in dat verhaal om te gebruiken, of misbruiken (zoals Trump). Dat is Poetins invulling van de Russische kwestie, en zo moeten we de Russische interventies in het Westen ook bezien.

We leven in een tijd van nieuwe chaos. Het trans-Atlantische bondgenootschap, het Nederlandse lidmaatschap van NAVO, VN en EU zijn niet langer voor iedereen vanzelfsprekend of richtinggevend voor het bepalen van de Nederlandse koers. Voor de meerderheid nog wel, maar er is een toenemend getwitter van grillige opiniemakers, publicisten en aspirant-politici te beluisteren dat alle kanten opfladdert. Soms loopt men kritiekloos achter Twitteraar-in-Command Trump zelf aan, soms koerst men rechtstreeks naar Moskou. En dat op basis van volstrekte minachting van feiten en context. Erger nog, zonder te bedenken hoe het Nederlandse nationale belang in die nieuwe chaos werkelijk gediend is.

Wanneer we niet onderkennen dat Poetin een nieuwe versie van de negentiende-eeuwse grootmachtenpolitiek aan het opvoeren is, dobberen we mee op de golven van Poetins grillen. Dan zijn we pionnen in zijn schaakspel. Of het nu om het lidmaatschap van de NAVO gaat (kijk naar de recente onthullingen over de Russische pogingen de Zweedse vloot uit de NAVO los te weken), om slagkracht van de EU (de financiering en ondersteuning van rechts-nationalistische partijen door Rusland), of om het Oekrane-referendum en de MH17. De Onderzoeksraad voor de Veiligheid gaat ervan uit dat Rusland getracht heeft het onderzoek naar MH17 te hacken. Een activiteit die precies in het plaatje van Poetin past.

Het belang van Nederland

En ding is duidelijk, in die nieuwe chaos, waarin de internationale betrekkingen zijn beland, en in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen, is het hard nodig om duidelijk te maken wat die Nederlandse belangen zijn, en wie de bondgenoten. Rusland kan best een bondgenoot zijn, op het gebied van handel en investeringen, in de strijd tegen IS. Maar alleen als we precies weten wat die bondgenoot wil en in zijn schild voert. Onderhandelen, betrekkingen aangaan, doe je vanuit een positie van kracht, gebaseerd op een juiste inschatting van de tegenstander dan wel partner. Nederland kan het zich helemaal niet veroorloven niet te begrijpen waar Rusland op uit is, niet te willen weten in hoeverre Rusland ook in Nederland de chaos wil verergeren om zijn eigen invloed als grote regionale mogendheid ten aanzien van Europa te vergroten. Evenmin kan Nederland een grillige Alleingang aan.

Henry Kissinger schreef in zijn laatste boek World Order dat er vier soorten wereldrijken zijn, het Amerikaanse (unipolaire), het Europese (de economische waardengemeenschap), het Islamitische (Kalifaat, Sultanaat) en het Chinese (economisch agressief). Rusland is geen wereldrijk, maar een Eurazische regionale mogendheid die er een beetje tussenin hangt. Net als vroeger met de Duitse kwestie is Rusland te klein voor de wereld, te groot voor Europa. Daarom probeert Poetin de Europese gemeenschap uiteen te drijven, dan heeft hij geen tegenspel meer. Alleen als die Europese waardengemeenschap intact blijft, en Amerikaanse bescherming blijft genieten, dan kunnen er zaken gedaan worden met Rusland. Dan kan er opnieuw, net als in de tijd van de Koude Oorlog, vanuit een positie van kracht met Rusland worden onderhandeld.

Daarbij moeten we dan ook nadenken over manieren om Ruslands status als regionale grootmacht beter te erkennen; door bijvoorbeeld diplomatieke theaters te bedenken waar je Poetin zijn status en invloedssfeer onder strikte condities gunt. Op de Krim, in onderhandelingen over Syri, of over kernwapens.

En Nederland? Alleen als Nederland verankerd blijft in en de steun blijft genieten van die waardengemeenschappen, waarin niet winstoogmerk en macht, maar ook vrijheid en respect voor burgerrechten hoog in het vaandel staan, houden we ons eigen belang in het oog. Door nauwer met Duitsland en Frankrijk op te trekken bijvoorbeeld. Want Poetin zal ons in ons eentje niet serieus nemen, en of Trump ons dan zal helpen is nog maar de vraag.

Beatrice de Graaf is hoogleraar geschiedenis van de internationale betrekkingen aan de Universiteit Utrecht