Democratie is geen populariteitswedstrijd

Regeren door de meerderheid – prima, als je de minderheid maar wel beschermt, meent Ian Buruma.

In 1831, maakte de liberale Franse aristocraat Alexis de Tocqueville een reis door Amerika. Zijn doel was om het moderne gevangeniswezen te bekijken. Maar in plaats van het gevangeniswezen werd de Amerikaanse democratie het onderwerp van Tocqueville’s meesterwerk De la démocratie en Amérique.

Naast al zijn bewondering voor de verworven Amerikaanse vrijheden had Tocqueville een bedenking. Als grootste gevaar voor de Amerikaanse democratie zag hij de tirannie van de meerderheid. De Amerikaanse samenleving, in tegenstelling tot de Franse, vond hij verstikkend door haar intellectuele conformisme. Afwijkende opinies en dissidente minderheden werden eronder bedolven. Onbeteugelde macht was volgens hem altijd funest, of nu ging om een individuele despoot of een democratische meerderheid.

Ook democratie heeft grenzen nodig, net als elk ander politiek systeem, ook al geeft de meerderheid de doorslag. Daarom hebben de Britten vanouds de bevoegdheid van gekozen politici gemengd met de privileges van een aristocratisch hogerhuis. En daarom hechten Amerikanen aan de scheiding van machten. Omdat de Franse staat de zogenaamde volkswil vertegenwoordigd, is zijn autoriteit minder begrensd. Vandaar misschien dat volksoproer in Frankrijk zo’n belangrijke rol speelt. De grenzen van de staatsmacht liggen op straat.

Volgens Tocqueville bestond er nog een rem op het Amerikaanse systeem: de macht van het geloof. De matigende invloed van een gedeeld christelijk geloof beteugelde volgens hem de menselijke neiging tot hebzucht en extremisme. In de VS waren godsdienst en vrijheid onlosmakelijk met elkaar verbonden.

De huidige ontwikkelingen in de Amerikaanse politiek doen vermoeden dat Tocqueville ongelijk heeft gekregen. De retoriek van verschillende Republikeinse presidentskandidaten lijkt een perversie van wat Tocqueville in 1831 voor ogen stond. Vrijheid en religie worden nog steeds in één adem genoemd, maar voornamelijk om extreme denkbeelden te propageren. Religieuze minderheden worden verdacht gemaakt; onverdraagzaamheid wordt bevorderd – en dit alles in naam van God.

Amerika is natuurlijk niet het enige land waar demagogen zijn opgekomen, uit ranzige marges, om politiek te bederven. In West-Europa wordt weliswaar minder over godsdienst gepraat, maar dit geldt niet voor delen van Oost-Europa, Turkije en Israël. De boodschap van het populisme is in ieder geval overal hetzelfde: linkse elites zijn verantwoordelijk voor al onze problemen, of het nu gaat om de migrantencrisis de excessen in de wereldeconomie, het multiculturalisme of de opkomst van de radicale islam.

Populisme wordt door velen terecht gezien als een gevaar, met name door de onmacht van de gevestigde politiek een overtuigend weerwoord te formuleren. Angstpolitiek wordt vaak beschouwd als een directe bedreiging voor de democratie. Het gebrek aan vertrouwen in politieke elites kan leiden tot wantrouwen jegens de democratie zelf. Het verlangen naar een sterke leider die schoon schip maakt met die zelfzuchtige politici eindigt in dictatuur.

Dit is allemaal mogelijk. Maar het is niet de democratie zelf die nu onder vuur ligt. Westerse samenlevingen zijn nu democratischer dan ooit. Het fenomeen-Trump toont aan hoe populaire buitenstaanders – denk aan Pim Fortuyn – de oude partijelites kunnen omzeilen. Het gezag van traditionele filters in de openbare discussie, zoals serieuze kranten of TV en radio-omroepen, wordt ook steeds verder ondermijnd door sociale media. Iedereen kan nu zijn mening geven in het openbaar, zonder redactie van wie dan ook. Een andere aanslag op de traditionele orde, vooral in de VS, is de ongeremde invloed op de openbare mening van privéfortuinen. De anti-elite stemming wordt opgestookt door puissant rijke individuen. De volkswoede waar volksmenners van profiteren, richt zich minder tegen miljardairs dan tegen linkse professoren, kritische journalisten of gewiekste bankiers. Het is bovendien makkelijker dan ooit voor machtswellustige schurken om aan de top te komen, omdat zij niet meer door oude partijelites in toom worden gehouden. In plaats daarvan worden zij door mainstream politici, uit angst kiezers te verliezen, naar de mond gepraat.

Het gevaar geldt dus niet zozeer de democratie zelf, maar juist die remmen zonder welke volgens Tocqueville de liberale democratie niet kan functioneren. Populistische leiders beschouwen hun verkiezing door de meerderheid steeds vaker als een mandaat om elk kritische geluid in kunst en politiek te smoren.

Tocquevilles nachtmerrie is nog geen werkelijkheid in de VS, maar de situatie in Rusland, Turkije of Hongarije komt er dichtbij. Zelfs Israël, een land dat altijd een robuuste democratie had (althans voor de Joodse bevolking), drijft nu snel die richting op. Het is een veeg teken als kabinetsleden eisen dat schrijvers, journalisten en kunstenaars hun loyaliteit aan de staat moeten bewijzen.

Hoe elites het vertrouwen van de bevolking weer terug kunnen winnen is onduidelijk. Maar Tocqueville had gelijk. Voor serieuze journalistiek zijn redacteuren onontbeerlijk. Zonder ervaren politieke partijleiders verdwijnen de grenzen tussen politiek en amusement. En zonder rem op de vooroordelen van de meerderheid groeit onherroepelijk intolerantie. Deze constatering is denk ik geen kwestie van nostalgie of snobisme. En het is ook geen pleidooi om iedereen die autoriteit uitstraalt te vertrouwen. Woede op de elites is tenslotte niet helemaal ongegrond. Een hoog opgeleide minderheid is zeker gebaat bij een economie zonder grenzen, verse immigratie, en een kosmopolitische gesteldheid. Maar dit kan ten koste gaan van minder bevoorrechte bevolkingsgroepen.

En toch is de zorg van Tocqueville actueler dan ooit. De liberale democratie kan niet worden gereduceerd tot een populariteitswedstrijd. Regeren door de meerderheid moet worden beteugeld om de rechten van religieuze, intellectuele, politieke, of etnische minderheden te beschermen. Zonder die bescherming verliezen we onze vrijheid. En om die vrijheid te verdedigen is de democratie uitgevonden.