Bas

Het belangrijkste geloofsartikel vandeze tijd: de macht is aan de consument. Of het nu om zuivere commercie gaat, om politiek, cultuur, nieuwe media, om het verkopen van autos, ijsjes, nieuws, levensverzekeringen, onderwijs, boeken en kranten, overal word je geconfronteerd met het onbetwistbare dogma van een nieuw, opwindend geloof - namelijk dat de wereld voortaan van onderop bepaald en bestuurd zal worden. Er is geen weg terug, de wereld zal nooit meer dezelfde zijn.

De klant is onherroepelijk koning. Vroeger was dat niet meer dan een wat onwillige beleefdheidsfrase, die kersverse salesmanagers werd ingepeperd om hun duidelijk te maken dat ze het gezeur van hun klanten voor lief moesten nemen. Tegenwoordig is datzelfde zinnetje ideologisch geladen; er klinkt verbetenheid in door. Tegenwoordig betekent het dat iedereen die iets te verkopen heeft, of zichzelf te verkopen heeft, zo diep mogelijk buigt voor de wensen van zijn potenti�le klant. Wil je overleven in de nieuwe orde, dan zul je alles, goederen, opinies, persoonlijkheid, kunstopvatting, zo nauwgezet mogelijk moeten aanpassen aan de vraag.

Want de nieuwe vrijheid is in de eerste plaats een keuze-vrijheid. Door de opkomst van nieuwe media is de communicatie tussen mensen verregaand gedemocratiseerd, zodat ieder individu in staat wordt gesteld dag en nacht zijn meningen en voorkeuren kenbaar te maken. Je eigen belevingswereld kan nu ook voortdurend door anderen gepeild worden. Dat is handig voor de producent, want hij kan nu elk moment te weten komen wat de burger-consument verlangt, waar hij zin in heeft, welke smaak hij er op dit moment op na houdt, hoe hij reageert op het nieuws van die dag. at heeft, hoor je overal, die radicale ommekeer teweeggebracht. Het centrum van de macht bevindt zich nu niet langer in de bovenste laag van de maatschappij, bij een bestuurlijke en culturele elite, maar ergens helemaal onderaan, bij ons thuis, in de belevingswereld van de voorgoed ontketende consument.

Die revolutie, opgezweept door steeds weer nieuwe technologische ontwikkelingen, wordt vooral als uitdagend en opwindend voorgesteld, maar wie niet meedoet, die is er geweest. De consument is voortaan de baas, de markt is veranderd van aanbod- naar vraaggestuurd. Volgens hoogleraar eMarketing Cor Molenaar, auteur van het boek De omkering; wisseling van de macht, kun je spreken van een radicale omslag in de traditionele machtsverhoudingen. Het einde van het aanbodtijdperk is aangebroken! verkondigt de professor met een aan profetie grenzende zekerheid op zijn website. Daaronder staat het complete nieuwe geloof samengevat in ��n grammaticaal onhandige zin: Luisteren is de grootste uitdaging voor de toekomst.

Nu heeft de ervaring mij geleerd dat mensen die tegen anderen zeggen dat ze moeten leren luisteren, daar zelf meestal erg slecht toe in staat zijn - maar Molenaar is niet de enige tijdgeestgoeroe die de revolutie heeft afgekondigd. De blogger Micah Sifry, geciteerd in Thomas L. Friedmans globaliseringbestseller The World is Flat, vat het het beste samen: Het tijdperk van de politiek van bovenaf, waarin verkiezingscampagnes, instituten en journalistiek gesloten gemeenschappen zijn, waarvan de koers wordt bepaald door moeilijk bijeen te brengen hoeveelheden kapitaal, is voorbij. Iets wilders, spannenders en voor individuele deelnemers veel bevredigenders komt nu naast de oude orde tot wasdom.

Naast de oude orde, zegt Sifry nogal vrijblijvend, maar de hamvraag is nu juist hoe die nieuwe wilde, spannende en opwindende ontwikkelingen zich verhouden tot de bestaande orde. De hedendaagse burger kan de wereld bij hem thuis vormen zoals hij dat wil, zelf kiezen uit het enorme aanbod van nieuws en informatie en ook cultuur. Hij kan zijn nieuwe auto helemaal aanpassen aan zijn persoonlijke wensen. Hij kan de buitenwereld in steeds grotere mate aanpassen aan zijn belevingswereld. Wie iets van hem wil, wordtgeacht als een kwispelstaartend hondje achter hem aan te rennen. Zie mij, aai mij, koop mij, stem op mij, lees mij. Dat moet wel grote gevolgen hebben voor de bestaande orde.

En voor onze cultuur. De revolutie die door Friedman en de zijnen is uitgeroepen, lijkt bijvoorbeeld de kracht of macht van dat traditioneel gedrukte woord danig verzwakt hebben.

Is er nog toekomst voor het boek, voor de krant? Zoals iedere afgekondigde revolutie brengt ook deze schrikbeelden met zich mee. Allereerst is er het schrikbeeld van de technologie; de opmars van de beeldcultuur, of misschien moet je zeggen, de schermcultuur, de zich snel uitbreidende verscheidenheid aan nieuwe media die het traditionele gedrukte woord steeds meer concurrentie bieden - zoveel dat die in de ogen van sommigen bezig is het gedrukte woord helemaal weg te vagen. Zoals kinderen wanneer hun gevraagd wordt een huis te tekenen er nog altijd spontaan een puntdak op zetten, zo zijn wijzelf ook nog altijd ge�mpregneerd met het idee van opkomst en ondergang. Komt er iets nieuws, dan zal het oude onherroepelijk verdwijnen. Vergankelijkheid is onherroepelijk, alles maakt plaats voor iets anders.

Het tweede is cultureel van aard. Wanneer eenieder in staat wordt gesteld zijn eigen wereld te scheppen, luidt de voorspelling, zal er geen behoefte meer zijn aan mensen die zeggen wat je moet denken. Die opvatting ligt ten grondslag aan het populisme in de hedendaagse politiek, maar je vindt hem ook terug op alle andere maatschappelijke gebieden. De journalistiek moet het niet langer hebben van mensen die de euvele moed hebben om met een idee of een uitgediepte opinie aan te komen - daar zorgt de burger-consument zelf wel voor. Hij bepaalt. Het enige wat hij nodig heeft is informatie die hij kan onderbrengen in zijn belevingswereld. Op je weblog zeg je wat jij ervan denkt, op internet worden door onderlinge discussie de opinies gevormd. De lezer wil ge�nformeerd worden, niet beleerd, wat dacht je dan? Net zo is in de literatuur een discussie gaande over wie de waarde van een roman of dichtbundel bepaalt - vroeger waren dat de critici, maar die hebben zich hopeloos vervreemd van een publiek dat nu eindelijk zelf eens wil zeggen wat het ervan vindt.


Dat zijn de schrikbeelden, ingegeven door de overal aangekondigde revolutionaire ommekeer. Zijn ze terecht? Is die revolutie echt zo radicaal?