Overheid en kunst

25 maart 1995

JAN BLOKKER

Is het achteraf toch te zwaar geweest voor de reusachtige staatssecretaris, of kon hij het niet?

WETENSCHAPSBELEID uit de portefeuille van Nuis!

Uit het bericht in NRC Handelsblad zou je het laatste kunnen lezen.

'Op het ministerie', stond er, 'in politieke kringen en in het hoger onderwijs is sinds Nuis' aantreden vaak grote twijfel geuit over zijn kundigheid op het gebied van het hoger onderwijs.'

Maar wat is kundigheid op het Binnenhof, als je nagaat dat Van Aartsen nooit heeft geboerd en Brinkman bijna premier was geworden? En Kok, die als vakbondsleider niet verder dan een Lada zou zijn gekomen, bleek op Financi�n toch ineens heel aardig met de miljarden overweg te kunnen?

Juist daarom zou het kunstenveld reden hebben tot enige ongerustheid: 'Nuis', wist de krant nog te melden, 'zal sterker dan voorheen co�rdinerend bewindsman van cultuur worden.'

Dat lijkt aardig - die man heeft tenslotte anderhalf boek geschreven, hij bewonderde Weinreb, kreeg dus ruzie met W.F. Hermans en kon zich niettemin (of misschien daarom) nog lang handhaven als literatuurcriticus - maar ik heb het wel vaker gezegd: hebben de kunsten niet nog veel meer dan landbouw of waterstaat een minister nodig die op zijn vakterrein van toeten noch blazen weet?

In de moeizame relatie tussen overheid en cultuur moet de cultuur het hebben van ontzag: dat is een oude, maar nog altijd niet weerlegde theorie.

Brinkman - blijf hem dat nageven! - was de ideale figuur op WVC. Zijn vrouw penseelde een beetje, maar ze wisten allebei: leuk voor de Libelle, en de Weisglasjes hingen het ook graag boven hun schoorsteenmantel, maar m��r stelde het absoluut niet voor.

Dank zij de politiek moest het echtpaar ineens naar concerten, en het stond paf. Het maakte kennis met echte beeldende kunstenaars, en z'n mond viel open. Het zat op een logeplaats bij ballet of opera, en het wist niet wat het zag en hoorde. Brinkmans respect voor de wereld van de kunstenaar was zo enorm, dat het aan angst grensde. Hij voelde zich als het ware de gevangene van de muziek, de dans, het schilderij en het letterkundige boek, dus met een zekere gretigheid was hij bereid er losgeld voor te betalen, wat in de politiek zoals bekend subsidie heet. De volksgezondheid en het welzijn die hij acht jaar lang in zijn portefeuille had, liet hij aan een secretaris over. Daar mocht ook op bezuinigd worden. Op de kunst niet.

Aan die betrekkelijk paradijselijke periode kwam in 1989 een einde met de komst van Hedy d'Ancona. Een schat, daar gaat het niet om, maar in haar Joop-ter-Heuljaren had ze aan cabaret en toneel gedaan, dus die had het idee dat ze kundig was, dat niemand in de branche haar iets hoefde wijs te maken, dat ze het Holland Festival kon bezoeken als een habitu�e. Ons kende ons, en dan is het ontzag gauw weg.

En met Nuis vrees ik hetzelfde. Had Mahler al 's gehoord. Wist van Mir�. Las elke dag al een boek. Liet zich daarom ook ontvallen dat kunstenaars er als loodgieter bij zouden kunnen klussen, want dat is het gevolg: haal het mysterie van de cultuur af, en het respect maakt plaats voor tips uit de Gamma-krant.

Op het ministerie, in politieke kringen en in het hoger onderwijs hebben ze misschien gelijk als ze zeggen dat het Nuis aan de kundigheid ontbreekt om het wetenschapsbeleid tot een goed einde te brengen. Maar in naam van de kunsten zou ik zeggen: laat Nuis het hele pakket van beroepsonderwijs en studiefinanciering tot en met de wetenschap opknappen, en maak Ritzen de co�rdinerend bewindsman van Cultuur.