Ontwaakt uit the American dream;

Maarten

De stedelijke kern valt weg, hoge gebouwen verrijzen, lokale verschillen verdwijnen. Eindeloos wegennet, van doodlopende pleintjes voert een weg naar een weg die leidt naar de highway. De , eens de belichaming van de Amerikaanse droom van vrijheid met huis, tuin en zwembad, is niet langer de veilige terp tegen misdaad, opstoppingen, verval en drugsmisbruik. Het idee van de gezamenlijke vesting wint veld. Een wijk wordt ommuurd en voorzien van bewaakte uitgangen: New Frontier tegen de boze buitenwereld.

Eerst verschenen er zonderlinge, tandeloze mannen in grauwe winterjassen en dekens in de . 's Nachts sliepen ze in bosschages achter vierbaans autowegen en altijd verlichte glazen kantoor-kubussen. Als het erg koud was, wonden ze sjaals om het hoofd. Hun eigendommen, waaronder een paar sixpacks bier, voerden ze mee in supermarktkarretjes. Het werd nauwelijks opgemerkt, omdat ze overdag vertrokken naar de soepkeukens in de binnenstad van het aangrenzende Washington. Ze lieten kartonnen dozen en wat lege blikjes achter.

Maar een paar jaar geleden kwamen ze ook overdag, en wel in de kern van het nabij Washington gelegen Silver Spring, een paar hoge kantoorgebouwen, blokkendozen met winkels en parkeergarages op een vlakte van asfalt en beton, temidden van huizen met tuinen. De nieuwe daklozen waren niet langer mompelende oude clochards, maar agressieve jonge mannen, met een strafblad en vaak verslaafd aan crack. Brutaal postten ze voor winkeldeuren en ze vroegen passanten op dreigende toon om geld. Soms kwam er zelfs een pistool of mes bij te pas.

Merkwaardig is dat de problemen in Silver Spring juist ontstonden door de angst voor dergelijke onrust. Omwonenden voerden met alle mogelijke legale middelen actie tegen het Silver Triangle Project, het plan voor de economische ontwikkeling van de kern van Silver Spring. Door het lange wachten verloor de zakenwereld belangstelling en raakten gebouwen verlaten en vervallen. De dichtgespijkerde gevels lokten daklozen aan en het werden beschutte drugsmarkten. Voor het eerst kregen de inwoners van de vredige te maken met de stadse problemen die ze juist waren ontvlucht.

Steeds meer Amerikanen komen er nu achter: de is niet meer de veilige terp tegen misdaad, opstoppingen, verval, drugsmisbruik, vervuiling en andere kwalen van de Amerikaanse grote stad. Nu 45 procent van de Amerikanen in de voorsteden woont, zijn dergelijke problemen gewoon meeverhuisd. Dat vertaalt zich ook in de politiek. Dit jaar komt voor het eerst de meerderheid van de Amerikaanse kiezers uit de . En er heerst malaise onder de burgers.

Silver Spring is geen stad, het maakt met vele andere kantoorparken, villawijken, winkelcentra en snelwegen deel uit van het conglomeraat Montgomery County in de deelstaat Maryland. President Bush voerde er afgelopen week campagne omdat daar komende dinsdag de voorverkiezingen worden gehouden. Als deelstaat met de grote stad Baltimore, een deel platteland en een groot aantal voorsteden heeft Maryland een typisch Amerikaans mengsel, zodat de verkiezingsresultaten in Maryland serieus worden genomen. De kandidaat die Maryland haalt, kan ook Californi�, Florida of New York wel aan.

Nergensland

Wie uit een vliegtuigraam kijkt, ziet overal in Amerika dezelfde urban sprawl. Eindeloze, brede autowegen met lichtjes langs de kant en tot aan de horizon verspreid liggende huizen, al of niet met zwembad in de tuin. Van doodlopende pleintjes, oftewel pods met huizen voert een weg naar een collector road die uiteindelijk leidt naar de highway. Het is het grillige cirkelpatroon van nationaal nergensland.

Het vergt nauwkeurig kaartlezen om een adres te bereiken. Linksaf bij Burger King is onvoldoende aanwijzing. Welke Burger King? Meer in de richting van de stad zijn er rechthoekige straten met bomen van de oudere voorsteden. Van het oude centrum is meestal weinig overgebleven. Het is geheel herbouwd. Meestal staan er een paar wolkenkrabbers en parkeergarages met kantoren. Na zessen is het leeg. Als kern valt een dergelijke binnenstad nauwelijks op, omdat elders ook hoge gebouwen oprijzen. Steden worden voorsteden. Lokale verschillen verdwijnen. Mensen verhuizen over heel Amerika naar dezelfde buurt.

Zakenlieden landen overal op hetzelfde vliegveld, nemen dezelfde huurauto en logeren in hetzelfde hotel. Ze wisselen anekdotes uit over de plaatsen waar ze zijn geweest, maar het beperkt zich tot restaurants en de service. Welke stad de beste is, valt niet aan de sfeer te proeven, maar is in een consumentengids te lezen. ""Pittsburgh is een geweldige stad om te wonen'', zegt een vriendelijke zakenman, als hij naar buiten wijst. Wat door het vliegtuigraam is te zien, lijkt op Manchester, Houston, Atlanta, Detroit, St Louis of Indianapolis. ""Wat is er zo bijzonder aan?'' wordt hem gevraagd. ""Nou, de statistieken'', antwoordt hij. ""Lage misdaad en goede openbare voorzieningen.''

Tijdens de industri�le revolutie was de gezonder dan de stad met haar smerige industrie�n. Alleen arbeiders woonden bij de fabrieken. Toen wijlen opperrechter Louis Brandeis zich eind vorige eeuw als advocaat in Boston vestigde, keurden zijn ouders dat af. Hij moest trouwens een voorstad uitzoeken om er een huis te laten bouwen, bij de Countryclub te gaan om ""je leven te concentreren op je club, je huis en je kinderen. Boston heeft je niets anders te bieden dan hoge belastingen en politiek wanbestuur''.

De belichaamde de Amerikaanse droom van vrijheid met een huis, tuin en misschien zelfs een zwembad. Maar de sterkste factor voor de vormgeving van voorsteden was het vervoermiddel bij uitstek, de auto. Door de lage brandstofkosten en een overvloed aan grond hoefden de ontwikkelaars niet op een paar hectare te kijken. De voorzieningen voor de auto vraten zoveel ruimte dat mensen een groen maar ge�soleerd bestaan konden leiden en een ""eenzame massa'' (David Riesman) of ""gezinnen in de ruimte'' werden. ""We hebben ons stedelijke geboorterecht verkocht aan een treurige rotzooi van auto's'', somberde de Amerikaanse stadssocioloog Lewis Mumford al in 1960 in zijn standaardwerk over de geschiedenis van de steden.

Bedreigend

Montgomery County heeft alle kenmerken van de Amerikaanse burb, waar door precieze planning kantoren gesegregeerd zijn van winkelcentra en huizen en inkomensgroepen gesegregeerd zijn van elkaar. Voor voetgangers is het bedreigend, want stoepen bestaan er nauwelijks. Er zijn wel bussen en - voor een uitzonderljk - een metrolijn naar Washington. Maar dat is verre van voldoende om alles in dit ruim opgezette gebied te bereiken. Wie te ver afdwaalt van winkelcentra en kantoren moet zich door vangrails wringen en over bermen balanceren om ergens te komen. Aan de rijke westzijde, in Potomac, liggen de Franse namaakchateaus, maar dan zonder tocht en met airconditioning. Hier wordt een verleden herschapen zonder de in het verleden heersende ongemakken. Gotisch, rococo en hardstenen romaans van Walt Disney.

De landhuizen willen alles uitstralen wat de niet is. De bewoner moet zich op een oud landgoed voelen. Achter de heg vermoedt men een dorp met horigen in plaats van een verstopte autosnelweg. Buurten, meestal door ��n projectontwikkelaar neergezet, eindigen op estates of andere feodale namen. In de jaren tachtig deden zelfs Amerikaanse auto's mee aan de nostalgie, want ze hadden koetsdaken met namaakbeugels. Een tijd lang noemde elke nieuwe snuisterijenwinkel zich in oud-Engels ye olde shoppe. Gaithersburg in het noorden wil meeprofiteren van de faam van de zuiderbuur en noemt zichzelf soms sjiek North Potomac. De nostalgische sfeer past bij het Reagantijdperk van Morning again in America.

Meer naar het oosten in Montgomery County dalen de inkomens tot aan Silver Spring toe, waar de lagere maar niet de laagste inkomensgroepen wonen. De meeste huizen in die omgeving kosten nog steeds tegen de 200.000 dollar.

Inwoners van Montgomery County willen alles houden zoals het is. Als ze op hun terp zijn gearriveerd moet de brug omhoog. Wie na hen komt, verstoort de rust, veroorzaakt files en misdaad. Ze zijn blij met hun huis en tuin, maar haten het urenlange pendelen naar hun werk en de lelijke asfaltvlaktes in de omgeving. Nieuwkomers, vooral die met lagere inkomens, kunnen het alleen maar erger maken met langere opstoppingen, weidsere betonvlaktes, meer misdaad en dalende huizenprijzen. Volgens de Amerikaanse stadsplanners Andres Duany en Elizabeth Plater-Zyberk bepaalt de angst voor verandering van de eigen loofrijke omgeving de politieke kijk van de voorstadbewoners. ""Als gevolg van het radicaal verwrongen groeimechanisme is de voornaamste ideologie van voorstedelijke bewoner aan het eind van de twintigste eeuw niet conservatisme of liberalisme maar Nimbyisme: Not In My Backyard.''

Twaalf jaar Republikeins conservatisme heeft het Nimbyisme nog niet be�indigd, zeker sinds Reagan steeds meer lasten aan de lokale overheden heeft overgedragen. Bewoners willen niet voor- of achteruit. Vrees voor de groei van de eigen gemeenschap en vrees voor hoge belastingen die niet voor lokale voorzieningen worden gebruikt, beheersen nog steeds het politieke beeld in de . Voor een politicus die wat wil, is het moeilijk werken. Plannen die geld kosten stuiten op grote scepsis, vooral als die ook ten goede komen aan armen in de verre grote stad.

Exurb

Bij de villaparken rond Washington mogen geen goedkope woningen worden gebouwd. De portier of hamburgerkok, die in Washington werkt en niet in een door schietpartijen en drugshandel geteisterde wijk wil wonen, moet verhuizen naar een goedkope exurb, ver buiten de voorsteden. Bewoners van voorsteden verweren zich niet alleen tegen de opdringende buitenwereld maar ook tegen elkaar. Derrick Berlage, raadslid voor de omgeving van Silver Spring in Montgomery County, organiseert lokale politieke bijeenkomsten en moet tegenwoordig steeds vaker schreeuwende kiezers van elkaar scheiden. Gepensioneerden eisen dat Berlage ervoor zorgt dat de belasting op onroerend goed laag blijft. Ouders van jonge kinderen werpen tegen dat Montgomery County het schoolbudget moet verhogen en dat ze daar veel geld voor over hebben. En samen wensen deze kleine pressiegroepen waar voor hun geld van de hogere overheid, de deelstaat Maryland, waaraan ze inkomstenbelasting moeten afdragen. Ze zien slechts de helft terug in de vorm van nieuwe voorzieningen in hun directe omgeving, dat vinden ze te weinig. De rest gaat naar de sociale noden in de arme stad Baltimore en het platteland. ""Er wordt strijd geleverd over geld'', zegt Berlage in zijn nieuwe, modern ingerichte raadskantoor. ""Vroeger wonnen de stad en het platteland omdat ze politiek sterker waren. Nu zijn de voorsteden in de meerderheid.''

De belastingrevolte en daarmee de Reaganrevolutie begon in 1978 in de voorsteden van Californi�. Daar heerste de klassieke situatie van Amerika aan het einde van de twintigste eeuw. Oudere bewoners van rustige stadjes als Orange Grove of Whittier, die in een Hollywood-decor uit de jaren veertig zouden passen, zagen zich in een groei-explosie plotseling omringd door rijke nieuwkomers. Op schilderachtige dorpspleintjes zitten oude heren die erover klagen hoe de sinaasappelboomgaarden zijn veranderd in onafzienbare woonwijken en snelwegen, en hoe de ene "burb' ziellos overgaat in de andere. Niet alleen was het gedaan met de vertrouwde dorpsgeest, ook de waarde van de huizen begon te stijgen en daarmee stegen ook de belastingen op onroerend goed. Daar hadden de oudere bewoners met hun pensioen niet op gerekend. Veel mensen moesten verhuizen omdat ze de belastingen voor hun woning niet meer konden opbrengen. Proposition 13 in Californi� en later proposition 21/2 in Massachusetts stelden dan ook plafonds aan de onroerend-goedbelasting. Bij de vorige verkiezingen in 1990 schaarden de anders zo progressieve inwoners van Montgomery County zich onder de grote groep die tegen de belasting protest aanhief.

Fictie

Amerikanen wonen gemiddeld anderhalf maal zo ruim als Nederlanders en ze hebben een overvloed aan apparaten tot grasmaaitractortjes toe, maar de prijs die ze moeten betalen is hoog. Ondanks al dit materi�le gerief leiden mensen uit de Amerikaanse middenklasse een minder comfortabel en zeker leven dan hun tegenhangers in Europa.

De fictie dat iedereen het heeft getroffen kost enorme inspanning. De voorstadkoninkjes gaan gebukt onder de schuldenlast door hypotheek en auto, in een dergelijke omgeving het enige transportmiddel. Drie of meer auto's per huishouden is niet ongewoon. Om de ruimte en de voertuigen te kunnen betalen werken Amerikanen harder dan ooit. Veel mensen hebben meer dan ��n baan. Ook om economische redenen zijn vrouwelijke partners in de voorsteden massaal de arbeidsmarkt opgegaan.

De tijd van de als centrum van vrijetijd is voorbij. Volgens een opiniepeiling van Harris is sinds 1973 de vrije tijd van de Amerikaan met 40 procent gedaald. Vakanties zijn al kort. Gezinnen - en de groei van het aantal ��noudergezinnen maakt het er niet lichter op - jongleren tussen vele verplichtingen. De vader glijdt 's morgens om zes uur in zijn Buick naar zijn kantoor, een uur file verderop in Noord-Virginia, dochter gaat om half negen in haar oude Toyota naar haar administratieve bijbaantje en moeder brengt eerst de twee andere kinderen naar school en rijdt daarna met haar Honda naar het reisbureau waar ze werkt. Een huishouden maakt dagelijks gemiddeld dertien ritjes. Voorstadbewoners brengen een groot deel van de dag achter het stuur door.

Een huishouden met veel financi�le verplichtingen is uiterst kwetsbaar bij lichte economische malheur. Een kleine verhoging van de belastingen of van verzekeringspremies kan de maandelijkse betalingsverplichtingen al in gevaar brengen. Als het huis en de auto tegelijkertijd in waarde dalen, kan men geen kant meer uit. Laat staan als iemand werkloos wordt en praktisch geen inkomsten overhoudt.

Verpauperd

New Jersey, de garden state, is ��n groot agglomeraat voor New York. Steden als Trenton en Newark zijn volledig uitgehold en verpauperd. Wie ook maar een beetje geld heeft, vlucht naar een huis in nergensland. In 1990 raakte de deelstaat in opstand, toen de nieuwe Democratische gouverneur de belastingen verhoogde en op bevel van een rechtbank geld overhevelde van rijke naar arme schooldistricten. Woedende burgers schudden de vuist voor het gebouw van het deelstaatbestuur. Solidariteit is ver te zoeken onder de versplinterde wooneenheden. De meeste demonstranten waren niet rijk. Ze zeiden dat ze de nieuwe heffingen niet meer konden opbrengen. Toch reden velen, hoe arm ook, in mooie nieuwe auto's, zelfs Four Wheel Drives.

Het naburige New York heeft in deze recessie nog steeds te kampen met een exodus. Bedrijven verhuizen naar New Jersey om de hoge belastingen te ontlopen. Minder bedrijven blijven over om de lasten te delen, zodat er nog meer vertrekken. Zo geraakt de stad in een vicieuze cirkel. Sinds de verlaging van de federale steun door president Reagan kampen alle grote steden met een tekort aan geld om de sociale noden te lenigen. De welgestelde stadsbewoners die blijven, nemen de hoge, lokale lasten op de koop toe. Voor bewoners van grote steden als New York, Washington of Philadelphia zijn de sociale noden duidelijker zichtbaar dan voor de bewoners van de , die zich per auto van hun voortuin naar hun beschermde kantoor begeven.

In het verbrokkelde agglomeraat buiten de stad delen burgers geen gemeenschappelijke ruimten en kan men de arme medeburgers gemakkelijk negeren. Veel mensen weigeren de stad te bezoeken. Te gevaarlijk. Ze zien de misdaad en de ondeugden wel op de televisie. In de vormen de televisie en de shopping mall het enige sociale cement, de town meeting is een nieuwsprogramma op de televisie en wandelende voorbijgangers zijn te bezichtigen in de beschermde, overdekte mall. Daar zijn ook de bioscopen en de restaurants. Tieners verdrijven er hun verveling. Kinderen onder de zestien zijn afhankelijk van het transport van hun ouders om er te komen. Uit verveling over het gebrek aan publieke voorzieningen bedrinken groepen tieners zich of experimenteren met de vuurwapens van hun ouders soms tot er slachtoffers vallen.

In hun nieuwe boek The good society schrijven Robert Bellah en zijn medewerkers dat de moderne Amerikaan weinig op heeft met instituties, die ze defini�ren als ""sociale vormen van aandacht besteden of aanwezig zijn''. De uitgestrekte vlaktes met fastfood, garages en motels en zo min mogelijk Fixed Hazardous Objects (bomen) en met straten zonder stoep hebben hun ori�ntatiepunten verloren. De publieke ruimte is teruggedrongen. Van het Amerikaanse ideaal van de small town met een centraal plein met kerktorens, stadhuis, bibliotheek en school is weinig over. Bewoners weten vaak niet eens de naam van de ��n woonblok verder gelegen straat. Als nomaden zijn ze een groot deel van hun dag onderweg. De auto is de enige plek waar Amerikanen rustig met elkaar kunnen spreken zonder gestoord te worden door de televisie of de noodzaak van andere, dringende activiteiten. ""Niemand heeft nog echt een rustplaats in het leven. Overal zijn ontheemden'', schreef Saul Bellow.

Pilgrimfathers

Midden door Montgomery County loopt de Rockville Pike, van Washington naar de betonmassa van Rockville. De omgeving van deze weg is in permanente overgang. Wie er tien jaar weg was, waant zich bij terugkomst in een vreemde wijk. De school is vervangen door een groot restaurant, aan de linkerkant is een nieuwe wijk, een project gekomen. Een vaste klant bezoekt na een paar maanden zijn garage en ziet dat de zaak is gesloten en het gebouwtje al in deplorabele staat is geraakt. Hij vraagt de buren waar de neringdoenden heen zijn. Ze schudden het hoofd. I don't know, sir. Misschien staat er morgen een hoog kantoor.

Dominee James Todhunter, een slanke, grijzende man met een snorretje, zit in zijn ruime werkkamer van het gebouw naast zijn kerk in Silver Spring. Zijn kerkgangers zijn de godsdienstige nazaten van de Pilgrimfathers, nu over het algemeen Amerikaanse liberals, aan de linkerkant van het politieke spectrum. De gezellige rommel in de werkkamer met de cello tegen het bureau en de warme houten lambrizering in de gemeenschapsruimte lijken te duiden op een kleinsteedse mentaliteit. Maar de kerk valt nauwelijks op langs de brede vierbaans Colesville Road in Silver Spring. De torenspits is lager dan de hoge ringweg, waar Colesville Road onderdoor gaat en het oog is overgeprikkeld geraakt na de reeks tankstations en fastfood-ketens onderweg. In de weidse valt een kerk niet m��r op dan het uithangbord van Shell of Texaco, bidden is ��n activiteit, het tanken van benzine een andere. Sommigen gaan een hamburger eten, verdelen de buit van een beroving of duiken overdag weg in een motelkamer voor seks. Het enige, bindende element is de autobaan. ""Hier zie je geen vrienden, tenzij je voor hetzelfde stoplicht stopt'', zei filmregisseur Billy Wilder.

Todhunter, die eerst in New York en later in de kleine plaats Norwich in New England werkzaam was, heeft moeten wennen aan de afmetingen van zijn nieuwe omgeving. In Norwich deed hij er soms een uur over om de korte afstand van het postkantoor naar zijn kerk te voet af te leggen. Hij werd voortdurend door bekenden staande gehouden. Toen hij voor het eerst door zijn nieuwe voorstedelijke wijk liep, vluchtten kinderen angstig weg, als hij hen groette.

In zijn nieuwe gemeente moet Todhunter veel meer organiseren dan in Norwich, waar alles uit zichzelf liep, doordat functies elkaar veelvuldig overlapten. De onderwijzeres was organiste in de kerk, het operettegezelschap werd grotendeels samengesteld uit het koor. In Silver Spring moet elke groep per telefoon of convocatie bij elkaar worden gebracht, want niemand komt elkaar tegen en er zijn geen overlappingen. De bewoners staan onder grotere tijdsdruk dan in de kleine stad. De zalen bij de kerk worden ook verhuurd aan gezelschappen, groepjes onopvallende mensen, die deelnemen aan een van de 12 step programs. De bijeenkomsten van Alcoholics Anonymous zijn traceerbaar door de sigarettenrook die uit de vloer van het zaaltje opstijgt. Dan zijn er ook nog Overeaters anonymous en Narcotics anonymous. Versplintering. ""Silver Spring moet een grotere zin voor gemeenschap krijgen'', preekt Todhunter 's zondags in zijn kerk.

Marshall-plan

Maar de afwezigheid van gemeenschapszin is niet het enige probleem. Montgomery County, een van de rijkste gebieden in de Verenigde Staten, kan niet meer alles aan. Dat is nieuw voor een gebied dat lange tijd model stond voor modern, progressief bestuur met goede openbare voorzieningen. ""We volgden het optimistische liberalisme van de Verlichting: als we samen de handen uit de mouwen steken dan komen we er wel uit'', zegt Todhunter. ""Nu komen we tot het besef dat het niet zo kan. Zou het niet prettig zijn als we een Marshall-plan zouden hebben om de voormalige Sovjet-Unie te redden? Natuurlijk, maar we zijn er niet meer toe in staat.''

Er heerst volgens Todhunter het gevoel dat ""de Amerikaanse droom verloren is gegaan''. Na de tijdelijke verdoving door president Reagan is de crisis extra diep. ""Reagan was als alcohol. Economen zeggen ons dat we nooit meer het welvaartsniveau zullen hebben van de jaren vijftig en zestig'', zei hij onlangs in zijn kerk. ""Studierapporten melden dat afstuderenden de slechtste werkgelegenheidssituatie wacht uit de recente geschiedenis. Er wordt gezegd dat we een groeiende permanente onderklasse hebben van hoofdzakelijk niet-blanke mensen. We hebben een zo grote nationale schuld dat economische hervorming nauwelijks nog mogelijk is. In plaats van de gezonde en gelukkige familie Cleaver uit de jaren vijftig hebben we de slecht functionerende Simpsons van de jaren tachtig.'' Kerkgangers tonen de dominee niet langer vol trots de foto's van hun kinderen.

De county staat bekend om haar publiek gefinancierde scholen, de beste in het land. Wie kinderen in de schoolleeftijd heeft, verhuist van de stad Washington, met notoir slecht onderwijs, naar de county een paar kilometer verderop. Daar zijn niet alleen goede leraren beschikbaar maar ook prachtige sportvelden, de nieuwste computers, en er zijn allerhande activiteiten. Silver Spring, het minst welvarende en meest diverse gedeelte van de county heeft zelfs speciale taalprogramma's voor kinderen van immigranten. Maar ook over die scholen zijn er klachten. Er moet worden gesneden in de onderwijsbegroting. Todhunter herinnert zich hoe een vriend van hem na een lange innerlijke worsteling besloot zijn kind naar een particuliere school te sturen. ""Een leraar van de publieke school zei toen tegen mijn vriend dat hij groot gelijk had.''

Legerkamp

De eigen, particuliere oplossing is een beproefd redmiddel van de voorstadbewoners. De gezamenlijke vesting wint aan populariteit. Het is de New Frontier tegen de boze buitenwereld. Een wijk wordt omwald en van drie bewaakte uitgangen voorzien, als een legerkamp. Alle huizen zijn met stil alarm naar de bewakers uitgerust. Ge�niformeerden patrouilleren 's nachts in auto's door de straten. Auto's met buurtstickers op de voorruit mogen doorrijden. Bezoekers moeten zich melden bij de bewakers, die dan het opgegeven adres opbellen.

Todhunter hoopt dat particulieren zich niet afzonderen in zijn Silver Spring. Voor de daklozen heeft hij met vertegenwoordigers van andere kerken een soepkeuken opgericht. Daar staat wel wat tegenover. Daklozen mogen niet meer bedelen en in leegstaande gebouwen slapen. Hij is tevreden over de voorlopige oplossing waarbij daklozen, onder het motto tough love, iets aan hun problemen moeten doen. ""Het is onrealistisch te verwachten dat de overheid alle lasten op zich neemt'', schrijft hij in een brochure over het daklozenplan. Hij hoopt ooit nog van overheid te veranderen. Silver Spring zou een echte stad moeten worden. Dan zou hij in een werkelijke gemeenschap wonen en niet in het vage Montgomery County. Dat is zijn stille droom.