Liefhebben

27 mei 1995 (pagina 7)

JAN BLOKKER

Dat het niet in m'n aard zou liggen is natuurlijk geen excuus: je kunt alles leren, dus zeker een elementaire vorm van dwepen. Ik moet te gemakzuchtig zijn geweest, of te lui, of te vervuld van mezelf, en vanwege dat laatste waarschijnlijk ook nooit op het idee gekomen om een therapeut te raadplegen, of 's in contact te treden met mensen die wel.

WAAROM BEN ik geen fan geworden?


Zo heb ik eigenlijk alles gemist wat voor een intense vereenzelviging in aanmerking had kunnen komen: God, Marx, de Beatles, Che Guevara, Betty St�ve, Joop den Uyl, tot aan Vader Abraham en Peyton Place toe.

Wat heb ik er voor teruggekregen?

Weinig.

Op z'n mooist een permanent gevoel van bevreemding - tel uit je winst - die vaak omslaat in bedenkelijke arrogantie: kijk nou naar die malloten die bidden, of hun haar laten groeien, of een T-shirt aantrekken met de roos in de vuist. En het eind is de eenzaamheid.

Donderdag heb ik de hele dag naar de Huldiging gekeken - en de hele dag geprobeerd er sociologisch over te doen, of zelfs doemprofetisch: als die spreekmeester op het Museumplein tegen zijn toehoorders had gezegd dat de selectie pas op het podium zou komen als eerst het Concertgebouw en het Rijksmuseum waren afgebroken, dan hadden die tweehonderdduizend dat in opperste toewijding gedaan. En dat w�s natuurlijk ook zo, maar in de eerste plaats riep die man daar niet toe op, en in de tweede plaats bleken m'n sombere gedachten niet bij machte een veel fundamenteler sentiment te verdringen: jaloezie.

Goh, wat had ik daar graag als een gek mee staan zingen, sjaaltje om, muts op, gezicht rood en wit geverfd, huilend om Kluivert of misschien nog eerder de moeder van Kluivert.

Maar ja, dan had ik een fan moeten zijn. Pas dan had ik kunnen delen in het opperste geluk, in plaats van sjagrijnig thuis op m'n stoel te blijven zitten vinden dat het toch behoorlijk eng was wat ik te land, ter zee en in de lucht (een rondje van Patijn!) zich zag voltrekken: buitengesloten. En denk niet dat ik niet van voetbal zou houden: ik kon wel janken toen woensdagavond dat doelpunt was gevallen. Maar helaas, dat heb ik ook nooit goed geleerd.

En gisteren weer al die duizenden mensen die met doodsverachting door het drukke verkeer heen van Paradiso naar de Melkweg holden om een kaartje voor de Rolling Stones. De gezichten gezien van de mensen die via een armbandje tot het paradijs waren toegelaten. Volmaakt krankzinnig, ik geef het toe - maar krankzinnig op de manier waarop de grote mystici krankzinnig waren die immers ook maar door ��n, exclusieve begeerte werden gedreven: de identificatie met hun Idool.

Prachtig als je zo de bruid wordt van Mick Jagger. Maar je zag ook meisjes die geen armband hadden verworven, en die waren wel teleurgesteld, maar het verlangen - en daar gaat het toch maar om in het leven - zag je blijven branden, en zo lagen ze her en der ook op straat: de Hadewychen van de late twintigste eeuw.

Kanu, Louis van Gaal of desnoods de materiaalman van Ajax r�cksichtslos liefhebben - ik teken er voor.

Soms vraag ik me ook wel eens af of je op latere leeftijd nog ergens fan van kan worden.

Maar ik betwijfel 't.