Kiezen

de Volkskrant, Binnenland, 10 december 1994

JAN BLOKKER

 

WAT ZOU ik doen als ik wanhopig verlegen zat om een figuur aan wie ik mijn vrouw moest kunnen toevertrouwen, of bij wie ik moest kunnen onderduiken, of van wie ik een tweedehands auto moest kunnen kopen, of op wiens rekening ik mijn laatste spaarcenten ter bewaring moest kunnen storten - en er kwam iemand langs die zei: dan heb je alleen maar de keus tussen Marcel van Dam en Joop van der Reijden?

'Kan het niet tussen mr Valente en mr Doedens?', zou ik vragen. 'Of tussen commissaris Nordholt en de baas van het Octopus-kartel? Of tussen Dick Advocaat en Aad de Mos?' Maar als zulke alternatieven niet voor handen waren, zou ik toch voor een lelijke afweging komen te staan.

Wie van die twee is het minst onbetrouwbaar?

Over mijn verknochtheid aan Marcel van Dam hoef ik hier niet uit te wijden. Een collega tenslotte die elke week in de Volkskrant een lans breekt voor de democratie, voor een goeie kennis, of voor zichzelf. Afgelopen donderdag ging zijn bijdrage nog over stuitend leedvermaak, en ik had het nog niet uit, of het nieuws over Endemol brak door, dus ik ben onmiddellijk voor de spiegel gaan staan teneinde mezelf ernstig toe te spreken.

'Er valt niks te lachen, Blokker! Nee, helemaal niks zeg ik, dus haal die grimas van je kop. Dat is beter. Maar er zit in je linkeroog nog een lichtje dat me niet bevalt. Precies. En nu toe het eind van de week zo blijven kijken.'

Want behalve collega, en voorzitter van de VARA (kan iemand mij in het kaalgeslagen medialandschap een bolwerk aanwijzen van hoogwaardiger informatie en cultureler zorg: elke zaterdagnacht als ik slaap Museumschatten?) is hij ook nog de alliantiestrateeg zonder wie Nederland al twee maanden geleden zou zijn uitgeleverd aan de commerci´┐Żle barbarij.

Hij heeft zich er toen nog buitensporig over opgewonden dat de Nederlandse pers, verre van hem een standbeeld aan te bieden, een beetje besmuikt deed over de deal waarbij vijf of zes angstige kruideniers aan Albert Heijn beloofden dat zij voortaan voor minstens 75 miljoen air miles-coteletten zouden verkopen, omdat ze dachten dat ze het met hun eigen fijne vleeschwaren niet zouden redden.

En nu door Heijn alsnog teruggeworpen op hun armzalige publieke comestibles!

Waarom eigenlijk, heb ik tot dusver niet uit de verklaringen van Marcel en Joop kunnen begrijpen. De manier waarop ze gekweld langs de interviewcamera keken, gaf me te denken, of gaf me eerlijk gezegd de indruk dat ze allebei jokten. Wat me vooral opviel was dat noch Van Dam, noch die sukkel van Van der Louw, noch de geheimzinnige Geersing die er toch het meest uitziet als iemand die morgen ook heel competent de zaken van CLT zou kunnen behartigen, nu meteen terugkwamen met het rampenscenario van failliete omroepgidsen, duizenden tochtige arbeidsplaatsen en 260 miljoen verlies aan STER-inkomsten. Integendeel! Strijdbaar waren ze, de mouwen werden opgestroopt, de drie publieke winkels konden blijven, en de klant zou vanzelf merken dat de air miles-coteletten ondeugdelijk waren.

Waarom hadden ze dat eigenlijk in oktober al niet kunnen weten?

Maar de vraag is natuurlijk of Van Dam erger, of liever gezegd beter jokte dan Van der Reijden. De laatste deed daar zeer onderkoeld over: als een ondernemer die niet alleen het liegen, maar ook de schuld en zeker de schaamte voorbij is. De eerste daarentegen gedroeg zich als de Hollandse krabbelaar en scharrelaar die soeverein - dus naar ethische normen allicht: schaamteloos - is overtroefd door iemand die het krabbelen en scharrelen als roeping en beroep heeft gekozen. Van Dam had het ook voortdurend over het 'grote geld': als de middenstander die onherroepelijk en ongeneeslijk in het kleine geld is blijven steken, en wel elke nacht van het grote droomt, maar helaas, het blijft kleinkrabbelen, en dus had hij twee maanden geleden graag een graantje van het grote willen meepikken.

Het leven is hard, en daarom. In opperste nood, en met het pistool op de borst zou ik geen keus hebben.

Van der Reijden.