Onze cultuuroorlog
Bas Heijne

Column | Zaterdag 31-12-2005 | Sectie: Overig | Pagina: 17 | Bas Heine

Je maakt mij niet wijs dat het toeval is: juist in een tijd dat dekrantenwereld in grote onzekerheid over de toekomst verkeert, een tijdwaarin kranten en weekbladen wanhopig proberen de lezer op zoveel mogelijkmanieren tegemoet te komen - hij mag desnoods zelf de krant volschrijven - vindt men elkaar plotseling in een gemakkelijke, goed zichtbare vijand:de spellingshervorming! Dat iets zoiets als de vrouw op de Titanic die zichdruk maakt of ze wel een schone onderbroek aan heeft - wie zijn greep ophet geheel kwijt is, begint zich plotseling heel erg op te winden over ietsonbeduidends. Heel de cultuur schudt op haar grondvesten, de geschrevenmedia zitten hopeloos klem tussen enerzijds een eigenaar die zich alleennog met de winstmarge bezighoudt, en anderzijds met een lezer die steedsminder tijd denkt over te hebben en bovendien zelf op het internet aan deslag wil - en dus winden we ons paginalang op over hoe Frankrijk voortaanafgebroken moet worden.
 

Het overzicht ontbreekt, dus liggen we wakker van het detail. Wanneerje terugkijkt over het afgelopen jaar en even over de liquidaties en deVeluwse poema heenkijkt, zie je de vage contouren van grote verschuivingen:allereerst het langzaam groeiende besef dat Nederland nooit meer Nederlandzal zijn, dat globalisering en immigratie niet louter woorden voor hetopiniekatern zijn, maar ook bij jou in de straat hun beslag krijgen. Detweede verschuiving vindt plaats op het gebied van cultuur. Die is mindergemakkelijk waar te nemen, omdat het op het eerste gezicht lijkt alsof hetom allemaal afzonderlijke kwesties en discussies gaat, maar leg ze naastelkaar en je ziet een patroon: een benarde culturele elite die op steedsschrillere toon van zich af probeert te bijten, en steeds zelfverzekerderwordende adepten van de massacultuur, die zich beroepen op de ontketendeburger die zelf wel bepaalt wanneer en door wie hij bediend wil worden.

Cultuur - kijk naar de kranten, kijk naar publieke omroep, kijk naar deuniversiteiten, kijk naar de musea, kijk naar de literatuur en de beeldendekunst, en steeds stuit je op dezelfde discussie. Traditioneel had je eenculturele beweging van boven naar beneden - de universiteiten leerden, dekranten opinieerden, de musea stelden tentoon. Je hoeft geen marxistischefilosoof te zijn om te zien dat er sprake was van een machtsverhouding, eenrelatief kleine groep specialisten die bepaalden wat de meerderheid kreegaangeboden. De onvrede die zich op politiek gebied uitte in deFortuyn-revolte, zie je ook terug in Nederlandse cultuur. Waar in depolitiek de burger plotseling het primaat opeiste, daar doet op het gebiedvan de cultuur de klantvriendelijkheid zijn intrede. Kranten moetenschrijven waarover de lezer wil dat geschreven moet worden, musea moetenjongeren en allochtonen naar binnen lokken met de middelen van demassacultuur, en de omroepverenigingen
- tja, die moeten, als ik het goedbegrijp, hun identiteit bevestigen en tegelijk ontkennen - maar volgens mijvalt het niet goed meer te begrijpen, door het gestuntel van eenstaatssecretaris die alleen lijkt te geloven in haar eigen assertiviteit.

De omslag is overal hetzelfde - het gaat niet meer om wat er vanbovenaf' wordt aangeboden, het gaat erom wat er van onderaf' wordtgevraagd. Of sterker nog, er is helemaal geen boven en onder meer, onzewereld is, in de woorden van de gelijkheidsgoeroe Thomas Friedman, vollediggeëgaliseerd. Je biedt aan wat gevraagd wordt, geld is het bindmiddel, zosimpel ligt het. Zoals de situatie nu wordt voorgesteld, is die elitair enbevoogdend. Wie ben jij om mij te vertellen wat mooi, de moeite waard,interessant, nuttig om te weten is? En opnieuw is er sprake van een kloofdie zo snel mogelijk moet worden overbrugd: de kloof tussen cultuur enconsument.

De reacties op dat nieuwe aplomb zijn boos en fel - tel ze bij elkaarop en je ziet dat Nederland in een heuse cultuuroorlog verwikkeld is. Geenopiniepagina of er staat wel een stuk tegen de afbraak op, geen jaarlijkselezing of er wordt een hartstochtelijk pleidooi gehouden om te behouden watvan waarde en dus kwetsbaar is. De omroepen mogen geen mooie programma'smeer maken, de musea mogen kunst niet meer gewoon voor zichzelf latenspreken, de universiteiten mogen van hun studenten geen honger naar kennismeer verlangen, kranten mogen dagelijks niet langer dan tien minuten vanhun lezers aan aandacht eisen - schande.

Dat is het ook, vooral omdat de bepleiters van de nieuwe culturele orde,degenen die zich in iedere discussie over cultuur snel verschuilen achterde rug van onwillige jongeren en allochtonen of de gewone lezer, zelfmeestal vervuld zijn van een ongekende rancune tegen zogenaamde hogecultuur. Als je er zelf geen zin meer in hebt, kun je je eigen desinteresseen lethargie rechtvaardigen door te zeggen dat niemand er meer zin inheeft. De vijanden van de traditionele kunst- en cultuur, het zijn niet dejongeren en de allochtonen - het zijn al die bestuurders envertegenwoordigers en politici die vroeger braaf aannamen dat cultuurbelangrijk was en zich nu door de veranderde tijdgeest ontslagen voelen vaneen loodzware verplichting. Eindelijk vrij!

Tegelijk bestaat er in de wereld van kunst en cultuur eenonweerstaanbare neiging om jezelf heel erg zielig te vinden. Uit veel vandie protesten en parmantige lezingen tegen de vernieling klinkt eengepikeerde toon op van de man die ooit verteld was dat de wereld vooraltijd hetzelfde zou blijven. Tegenover het agressieve ongeloof van decultuurhaters staat de smetvrees van de cultuurdragers, die zichzelfsteevast afschilderen als kwetsbare wezens in een vijandige wereld, mensendie iets kleins maar moois willen koesteren en toen was daar opeens die manmet een slopershamer.

Die toon is even verongelijkt als zelfgenoegzaam. Daarmee win je deoorlog niet. Kunst en cultuur worden van alle kanten uitgedaagd - nu is hetnoodzaak haar te verdedigen. Door te protesteren, desnoods met een flesketchup, maar ook door te debatteren, door te laten zien waarom cultuurvoor een samenleving net zo belangrijk is als onderwijs en gezondheidszorg.Daar gaat het om, om assertiviteit en zelfbewustzijn. Rudi Fuchs heeftvorige week het voortouw genomen door een klas met allochtone jongeren voorhet Joodse Bruidje neer te zetten. Het was geen doorslaand succes - laathet het begin zijn.