Hubble bevestigt Leidse visie op stervende sterren

Door onze redactie wetenschappen
 

ROTTERDAM, 16 DEC. Stervende, zon-achtige sterren die om zich heen een afgeplatte gaswolk hebben stoten in een enerverende kosmische finale naar weerskanten een oplichtende straalstroom uit. Dit blijkt uit opnamen die met de Hubble Space Telescope zijn gemaakt.

De beelden, die morgen op een persconferentie door de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA worden gepresenteerd, bevestigen een theorie die eind jaren tachtig door de Leidse sterrenkundige prof.dr. Vincent Icke is opgesteld.

De meeste sterren, inclusief de zon, eindigen door zichzelf als een Rode Reus op te blazen. Wanneer het waterstof en helium via een proces van kernfusie zijn opgebrand, stort de ster onder zijn eigen gewicht in.

Bij dit proces raken de buitenste lagen verhit en keren in hun bewegingsrichting om: de ster zwelt
. In de laatste honderdduizend jaar van zijn bestaan stoot een stervende ster zo ongeveer 40 procent van zijn massa de ruimte in, in de vorm van een 'koele' gaswolk.

Daarmee is het spektakel niet afgelopen. In een laatste ademtocht van enkele honderden jaren blaast de overgebleven sterkern, die op weg is een 'witte dwerg' te worden, met snelheden van duizenden kilometers per seconde zeer heet en ijl gas uit.

Wanneer deze snelle zonnewind de langzame inhaalt, raakt de laatste in de 'botsing' samengeperst. Het gevolg is een fel oplichtende schil die misleidend planetaire nevel wordt genoemd, omdat in een kleine telescoop zo'n nevel op een planeet als Uranus lijkt.

Voor een zonnestelsel als het onze ligt dit proces ingewikkelder omdat het plat is: alle planeten draaien in hetzelfde equatorvlak dat de hemelbol snijdt in de dierenriem. In dit geval is de voorste, koele schil, die met ongeveer 10 meter per seconde naar buiten beweegt, niet bolvormig maar afgeplat, vooral door toedoen van een zware planeet als Jupiter.

Bij de botsing, zo berekende Icke in 1988, gedraagt de koele schil zich als een soort straalpijp. Het gevolg is dat loodrecht op het equatorvlak naar weerskanten een langgerekte nevel ontstaat waarbinnen zich een zeer snelle, in pastelkleuren oplichtende straalstroom ontwikkelt. Het proces is te vergelijken met het uitlaatspoor van een vliegtuigmotor.

Icke pakte het probleem van de stervende zonnen aan op suggestie van de Amerikaanse astronoom Bruce Balick, die in 1987 aan de Leidse Sterrewacht verbleef. Op initiatief van Balick maakte de ruimtetelescoop Hubble afgelopen augustus opnamen van een aantal planetaire nevels.

Ze bevestigen tot in detail de Leidse theorie. Dat geldt vooral M2-9, een groene tweelingnevel op 2100 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Ophiuchus (Slangendrager) met in het centrum een dubbelster. Studies vanaf de aarde laten zien dat de vorming van M2-9 ongeveer 1.200 jaar geleden is begonnen.

Datum:

16-12-1997

Sectie:

Voorpagina

Pagina:

1

Onderschrift:

Foto: Opname van de tweelingnevel M2-9, gemaakt met de Hubble Space Telescope. De stervende ster in het midden stoot zijn laatste materie groen oplichtend weg. (Foto NASA)

Persoon:

Bruce Balick Prof.dr. Vincent Icke



Op dit artikel rust auteursrecht van NRC Handelsblad BV, respectievelijk van de oorspronkelijke auteur.