afstamming Joodse priesters bevestigd in DNA-Onderzoek

Hendrik Spiering

Joodse mannen die zichzelf op basis van hun afkomst rekenen tot de hoogste priesterklasse van het jodendom, de 'Kohanim', zijn nauwer met elkaar verwant dan met andere joden. Dit blijkt uit een analyse van het Y-chromosoom van 68 joodse Kohanim ('Cohens') en 120 gewone Israelieten uit Israel, Noord-Amerika en Groot-BrittanniŽ, zo schrijven onderzoekers uit Haifa, Londen, Toronto en Tucson (Arizona) in Nature van 2 januari.

Er is gekeken naar de combinatie van aan- of afwezigheid van de 'Y Alu polymorphic'-invoeging en het 'DYS19' op het DNA van het Y-chromosoom, dat alleen mannen van hun vader krijgen. Vrouwen hebben geen Y-chromosoom. Bij de analyse werden alleen joodse mannen tot de Kohanim gerekend die zeiden zeker te weten dat zij tot de joodse priesterelite te behoren. De lagere, meer algemene priesterklasse van de Levieten werd buiten het onderzoek gehouden.

De conclusies van het onderzoeksteam bevestigen de geclaimde overerving via de mannelijke lijn van de Kohanim. De onderzoekers constateerden dat ook tussen de Y-chromosomen van de Kohanim uit de twee belangrijkste takken van het jodendom, de Askhenazim en de Sefardim, grote overeenstemming bestaat, wat betekent dat de vroegste gemeenschappelijke voorvader van de Kohanim in ieder geval moet hebben geleefd voordat deze splitsing tot stand kwam, ergens in de middeleeuwen. De onderzoekers wagen zich niet aan een precieze datering. De Askhenazische joden woonden in de middeleeuwen in het Rijnland en Frankrijk en trokken van daaruit onder meer naar Oost-Europa en Noord-Amerika. De veel kleinere groep van Sefardische joden woonde in de middeleeuwen rond de Middellandse Zee. Door de grote geografische spreiding en vermenging met andere bevolkingsgroepen bestaan tussen de groepen grote genetische verschillen.

De Kohanim vormen de traditionele, via de mannelijke lijn overervende priesterelite van het jodendom. Ze maken aanspraak op afstamming van de broer van Mozes, Ašron, die volgens de bijbelse chronologieŽn ca. 1300 v.Chr. zou hebben geleefd. Onder andere in Exodus 28 en Leviticus 8 worden Ašron en zijn zonen benoemd tot opperpriesters die de offers aan God moeten brengen. Kohanim zijn verplicht zich aan strenge reinheidswetten te houden. Zo mogen zij geen doden aanraken en moeten zij begrafenissen mijden, behalve die van zeer naaste familie. De SadducceŽn uit het Nieuwe Testament zijn ook Kohanim. Hun naam hebben zij te danken aan de priester Zadok, een nazaat van Ašron die in de tiende eeuw v.Chr. de eerste opperpriester zou zijn geweest.

Historisch gezien verdween de dominante rol van het joodse priesterschap al na de verwoesting van de Tweede Tempel door het Romeinse Leger in 70 n.Chr. Daarna werden de rabbijnen (de farizeeŽrs uit het Nieuwe Testament) de centrale figuren in het jodendom. Maar de afstammelingen van de priesters behielden wel een aantal privileges. Zo moet in de synagoge lezing van Mozes' wetten altijd door een Kohan geschieden, indien aanwezig. Vervolgens heeft een Leviet dat recht. En pas als ook die niet aanwezig is, mag een 'gewone' Israeliet uit de wet voorlezen. De onderzoekers schrijven in Nature dat heden ten dage vermoedelijk vijf procent van de in totaal ongeveer 7 miljoen mannelijke joden op de wereld tot de Kohanim behoort.

De onderzoekers hopen dat hun bevindingen kunnen bijdragen aan de vaststelling van de snelheid en de mechanismen van evolutionaire veranderingen op het Y-chromosoom.

Datum:

11-01-1997

Sectie:

Wetenschap en Onderwijs

Pagina:

3

Onderschrift:

Foto: Aron, derde-eeuws fresco uit de synagoge in Doura-Europus, Syri.

Trefwoord:

Jodendom; Levensbeschouwing; Religie; Biotechnologie en genetica; Wetenschap en Techniek; Exacte Wetenschappen; Biologie