stefan stefan 2 2 2008-01-03T20:20:00Z 2009-10-11T18:22:00Z 1 987 5557 zuid 370 12 6532 10.2625 120 Clean 21 MicrosoftInternetExplorer4

Geloof

 

Bas

 

Te midden van alle vertederde terugblikken, achter de parmantige jaarlijstjes en de smeuÔge overzichten, tekent de echt grote kwestie zich af, onmiskenbaar en onontkoombaar: wat mag je geloven? Eens, kort geleden eigenlijk nog maar, was er de verwachting dat we ons allemaal zouden ontdoen van de knellende banden van het groepsdenken, onszelf zouden bevrijden van de benauwdheid van godsdienst en rassentrots en ons op eigen kracht zouden ontwikkelen tot schitterend autonome individuen, wereldburgers die zich overal thuis zouden voelen, geleid door rede en redelijkheid, ontvankelijk voor de oneindige diversiteit van de mensheid. Na het wegvallen van de grote wereldbeelden, het afsterven van de ideologieŽn, het ineenschrompelen van de geschiedenis - eindelijk kon je zelf je wereld maken!

 

Dat was een formidabele opdracht, een beetje te formidabel misschien wel, want waar niemand rekening mee gehouden had, was dat die felbegeerde autonomie onwillekeurig gevoelens van vervreemding en onveiligheid met zich meebracht. Als ieder mens ongenaakbaar op zichzelf moest staan, zonder God, omringd door heel veel anderen, waar kon hij zichzelf dan nog thuis voelen, zich koesteren in een gemeenschap die geborgenheid schonk? Dat waren vragen die in de jaren tachtig en negentig, als ze al gesteld werden, door niemand werden begrepen en blinde weerzin opriepen - ze zaten het ideaal van de oneindige zelfontplooiing in de weg.

 

Diezelfde vragen zijn terug, with a vengeance. Willen mensen zichzelf kunnen zijn, zo blijkt ineens, dan moeten ze ook ergens in kunnen geloven. Luister hoe juist de PvdA-kopstukken bijna smeken om toetreding van de ChristenUnie tot het nieuwe kabinet, vanwege de broodnodige ethiek en moraal, en je begrijpt welke ommekeer er heeft plaatsgevonden. Sociaal-democraten die zich in het verleden blind staarden op het recht op zelfbeschikking, zodat een abortus al bijna tot een daad van zelfbevestiging werd, verklaren nu plechtig dat die keuzevrijheid wel een echte vrijheid moet zijn, dat je ook iets moet mogen kiezen dat tegen de emancipatiegedachte ingaat. De seculiere burgemeester van Amsterdam wenst religie niet te zien als een recept voor kortzichtigheid en onverdraagzaamheid, maar als een positieve morele kracht. Dat moslims vanwege hun geloof geen alcohol drinken, daar kunnen die op drift geraakte breezersletjes uit Zuid-Oost nog wat van leren.

 

Die overtuiging onderkent een moeilijk te verteren waarheid: wat onredelijk is, hoeft niet per se slecht te zijn. , in de breedste betekenis van het woord, laat zich niet onderdrukken - en dus kun je er maar beter het beste van maken. Gun mensen hun recht op onredelijkheid, zolang ze zich aan de wet houden; laat ze geloven in wat ze maar willen, zolang ze er anderen niet mee dwarszitten. Dat is de Verlichting op haar best. Zelfs Spinoza besefte al dat zijn nietsontziende materialistische wereldbeeld weinig kans zou maken bij het grootste deel van de mensheid; je moest die mensen vooral niet hardhandig hun godsbeeld ontnemen, daar kreeg je de grootst mogelijke ellende van.

 

Tegelijk heerst er een oprechte angst voor geloof, het geloof dat zichzelf als enige, echte waarheid wenst te zien. Want nu de vragen over identiteit en gemeenschap weer gesteld mogen worden, dringt ook het besef door dat zelfs individuen geneigd zijn zich te verschansen in hun eigen, zelfgemaakte wereldbeeld. en ideologie zijn als het ware geprivatiseerd, de moderne burger is ze tegen alle verwachting in niet kwijtgeraakt op zijn weg naar de autonomie, maar heeft ze daarentegen gewoon aangepast aan zijn eigen persoonlijke behoeften. Dat maakt zoveel polemieken zo vermoeiend, omdat men elkaar enkel en alleen te lijf gaat vanuit het schuttersputje van zijn op maat gesneden wereldbeeld. Voor scepsis en zelfkritiek is geen plaats, er moet immers een gevaarlijke vijand bestreden worden. Die vijand kan alle mogelijke gedaanten aannemen, maar altijd gaat het om de bedreigende Ander, die uit is op de vernietiging van jouw eigenheid, jouw wereld: voor de een is het de islam, voor de ander is het het vuige Westen, nu eens is het oprukkend nationalisme, dan weer perfide cultuurrelativisme, de onderdrukker IsraŽl, de nietsontziende Hezbollah, het verkwistende Europa, het verbeten regionalisme, de asociale neoliberalen, het verongelijkte uitkeringssocialisme, de onverdraagzame gelovigen, de koude rationalisten - ieder kan niet zonder een vijand van dat . Wie eenmaal partij heeft gekozen, wijst onvermoeibaar op de zwartste kanten, de schokkendste ontsporingen van de ander. Iedere kritiek kan moeiteloos gepareerd worden met een jij-bak, de ander is altijd erger dan jijzelf. Bovendien: jij durft ergens pal voor te staan, jij hebt durven kiezen, jij gelooft tenminste ergens in. Onverzoenlijkheid is een kwaliteit. Geen slappe knieŽn!

 

DŠt is het spanningsveld: aan de ene kant het nieuwe besef dat een soort van noodzakelijk is om je thuis te voelen in de wereld, seculier of religieus, aan de andere kant de angst dat dat tot waarheid wordt verklaard, tot enige, echte richtsnoer om waarachtig te kunnen zijn. Het gaat heus niet alleen om religie: alle discussies, politiek, cultureel en sociaal, die Nederland de afgelopen jaren in hun greep hebben gehouden, zijn erop terug te voeren. De islam, het integratiedebat, de herontdekking van de Nederlandse identiteit, de canon, de massale afwijzing van de Europese Grondwet - steeds opnieuw gaat het om de behoefte aan een eigen, afgebakende identiteit en de gevaren die zon behoefte onherroepelijk met zich meebrengt: religieus fanatisme, claustrofobisch provincialisme, onverhuld racisme, of de paranoÔde retoriek van de helden van het vrije woord.

 

De verkiezingen van vorige maand lijken dat beeld te bevestigen - de partijen die de behoefte aan eigenheid erkennen hebben gewonnen, of het nu behoefte aan een religieuze gemeenschap is, in arbeideristische saamhorigheid in een grote boze neoliberale wereld, of een bange behoefte aan een onbevlekte Hollandse zuiverheid. Dat gaf aanleiding tot veel kwetsende hoon en schamperheid - de boeren zouden gewonnen hebben, zoals Ilja Leonard Pfeijffer tot tweemaal toe beweerde. Juist de partijen die een open samenleving voorstaan, die de blik naar buiten zouden willen richten, die de immigrant niet als minderwaardig of bedreigend wilden zien, hadden het nakijken in het nieuwe, benepen Nederland.

 

Het klinkt overtuigend. Ik wou dat ik het kon geloven.

 

Wordt vervolgd.