stefan stefan 2 1 2008-01-08T21:42:00Z 2009-03-08T13:54:00Z 1 1009 5550 zuid 46 13 6546 10.2625 120 Clean 21 MicrosoftInternetExplorer4

Een  

Bas

 

Wie de knagende twijfel over zijn oorlogsstandpunt wil bezweren, hoeft alleen maar even naar de tegenpartij te kijken. Voorstanders van de invasie in Irak kunnen zich sterken met het dweperige pacifisme van de vredesdemonstranten, die de verschrikkingen van het regime van Saddam Hussein consequent ondergeschikt maken aan hun verlangen naar schone westerse handen. Het verzaligde gezicht van Anja Meulenbelt, die te midden van haar mededemonstranten zwelgt in nostalgie naar het activisme van vroeger, is genoeg om de Clausewitz in jezelf te doen opstaan. Maar de tegenstanders van de invasie kunnen hun standpunten ijken met een blik op de morele zelfgenoegzaamheid van de voorstanders; de mannen die zich in legalistische bochten wringen om het eigenmachtige optreden van Groot-BrittanniŰ en de Verenigde Staten alsnog te rechtvaardigen, die zich serviel schikken naar de hegemonie van Amerika en iedere afwijkende mening als transatlantisch verraad verketteren. Tegenover het na´eve geloof van de demonstranten in een smetvrije wereld staat het verbeten maar niet minder na´eve geloof van rechtsgeleerde Afshin Ellian en schrijver Leon de Winter in een moreel hoogstaand Amerika. De dubbelzinnige werkelijkheid voegt zich gedwee naar hun simplistische standpunten.

 

De argumenten van de tegenpartij zijn zo gemakkelijk omver te kegelen, dat je jezelf geen lastige vragen meer hoeft te stellen. De vredesdemonstrant hoeft niet meer te antwoorden op de vraag hoe Saddam ontwapend kon worden zonder militaire dreiging, de voorstanders van de invasie kunnen de autocratische trekjes van de VS moeiteloos negeren door van een tweederangs dictator steeds opnieuw een nieuwe Hitler te maken, die een wereldbrand dreigt te veroorzaken zo niet nu, dan toch in een toekomst.

 

Wie gelijk krijgt, bepaalt de geschiedenis. De abstracties waarmee voor- en tegenstanders elkaar in de aanloop van de invasie hebben bestookt, worden nu geijkt in het onzekere zand van de Iraakse woestijn. Aangezien de invasie door de voorstanders is voorgesteld als een morele , een strijd tussen goed en kwaad, wordt de afloop bepaald door het aantal onschuldige slachtoffers dat de Amerikanen op hun geweten hebben, de schade die zij zelf aanrichten. Niemand twijfelt aan de val van Saddam Hussein, maar als de rekening te hoog oploopt, is het alsnog een . Was de militaire operatie van de Britten en Amerikanen de verbluffende walk-over geweest die men verwacht had, dan hadden de voorstanders het pleit gewonnen: Saddam weg, minimale schade, en een ontregelde wereldorde die met wat handig diplomatiek verkeer wel weer te fatsoeneren zou zijn. Eerlijk is eerlijk: ook veel tegenstanders hebben stiekem op die afloop gehoopt, toen de invasie eenmaal een feit was.

 

De werkelijkheid is anders. Hoe die eruit ziet, is moeilijk uit te maken nog niet eerder zagen we op de televisie zoveel deskundigen zo lang en met zoveel omhaal in het duister tasten. Iedere uitspraak van beide kampen is verdacht, ieder actueel beeld niet meer dan een momentopname waarvan geen chocola valt te maken. Maar dat bij de Britten en de Amerikanen stille paniek is uitgebroken, lijkt me duidelijk. De verklaringen worden per uur ongeloofwaardiger, de toon defensiever, de retoriek absurder. De redevoeringen van president Bush lijken inmiddels verdacht veel op die van de Iraakse dictator, dezelfde schijnhero´ek, dezelfde loze grote woorden, dezelfde afwezigheid van iedere reŰle betekenis. Afgelopen donderdag toonde de Amerikaanse brigadegeneraal Brooks beelden die moesten aantonen dat de Iraakse bevolking helemaal niet vijandig tegenover de geallieerde troepen stond: een viertal verblufte Iraakse kinderen kregen een hand van zwaarbewapende Amerikaanse soldaten. In deze beelden, zei Brooks bijna smekend, was niets in scŔne gezet, het was helemaal echt en spontaan. De twijfel over het succes van de invasie sloeg bij mij toen pas echt toe.

 

Want wanneer zelfs de propaganda onbeholpen wordt, is het tijd om de capaciteiten van de enige overgebleven wereldmacht in twijfel te trekken. De voor- en tegenstanders van de hebben elkaar zo lang bestookt met argumenten over de legitimering van militair ingrijpen, dat de vraag of Amerika wel in staat zou zijn om zijn fatsoenlijke te voeren, nauwelijks meer gesteld is. De voorstanders van de VS als politieman van de wereld hadden het te druk met het bestrijden van de tegenstanders om zich af te vragen of die politieman wel in staat was zijn taak naar behoren uit te voeren en of hij eigenlijk niet te kortzichtig was om zich zoveel gezag toe te eigenen. De invasie van Irak als moreel gerechtvaardigd beschouwen, was kennelijk hetzelfde als hem tot verantwoord verklaren.

 

Aan die illusie is na een week een einde gekomen. Ministers en officieren kunnen nog zo vaak verklaren dat geen videospelletje is, dat het publiek niet kon verwachten dat er geen doden zouden vallen, dat men altijd al rekening heeft gehouden met een lange en harde strijd - het is realiteitszin die te laat komt om niet verdacht te zijn. De rekening is al te hoog opgelopen; te veel doden, te veel ontwrichting, te weinig praktisch inzicht, te weinig toekomstvisie. Nu dreigt de operatie in Irak zÚlf een groot friendly fire te worden: Amerika dat zich steeds opnieuw in zijn eigen voet schiet.

 

Wat de pleitbezorgers van een onvoorwaardelijke transatlantische loyaliteit aan de VS moedwillig over het hoofd hebben gezien, is dat je weinig hebt aan een verblinde politieagent. Natuurlijk heeft het weinig zin de regie van de wereldpolitiek aan bijvoorbeeld Frankrijk over te laten, maar dat inzicht rechtvaardigt het slaafse gedrag van onze minister van Buitenlandse Zaken jegens onze grote bondgenoot niet. De aanslagen van 11 september 2001 lieten al zien dat de enig overgebleven wereldmacht niet in staat was zich een helder beeld van de rest van de wereld te vormen. Steeds opnieuw werd daarna de gecompliceerde werkelijkheid ondergeschikt gemaakt aan het nieuwe Amerikaanse buitenlandbeleid: de fuck you-doctrine.

 

Die doctrine sneuvelt op dit ogenblik in het zand van de Iraakse woestijn. In tegenstelling tot de verwachtingen zal Amerika zich na Irak terugtrekken in zichzelf. De As van het Kwaad kan opgelucht ademhalen. De relatie met Rusland is verstoord, die met Europa eveneens. In de Arabische wereld zal het onverwachte verzet van de Irakezen prikkelend werken; de gevolgen daar zijn niet te overzien. De oorlog zal gewonnen worden, maar hij is al een debacle.