stefan stefan 2 20 2008-01-08T21:56:00Z 2009-03-08T13:43:00Z 1 973 5353 zuid 44 12 6314 10.2625 120 Clean 21 MicrosoftInternetExplorer4

Een van  

Bas

 

Een jaar of tien geleden, toen op de Nederlandse televisie de soap populair werd, kon je heel wat oudere, gevestigde acteurs horen klagen over het gebrek aan opleiding van de jongeren in die series. Broodroof! Een belediging voor het Vak! Ze worden gewoon van de straat geplukt en voor de camera gezet! Geen ervaring, geen traditie, geen dic-tie! Die schrille stemmen zijn allang weer verstomd. De Nederlandse soap heeft zich ontwikkeld van schuifdeurentoneel tot gelikt dagelijks drama; en de meeste soapsterren hebben in hun acteren een midden weten te vinden tussen een photoshoot voor H , M-kleding en Madonna. Grote acteurs zullen ze nooit worden, maar dat moet ook niet. Juist omdat je kunt zien dat ze van de straat geplukt zijn, zijn ze zo aantrekkelijk. Met hun strakke huid en hun verfrissend naturel zijn ze mateloos populair bij het grote publiek, veel populairder dan welke traditionele acteur ooit zal worden. Bij premières en gala-avonden maken zij de dienst uit.

 

Het was een ontwikkeling die maar weinig mensen hebben zien aankomen: dat onze massacultuur een nieuwe elite zou scheppen die uitmunt in herkenbare alledaagsheid. De onweerstaanbare opkomst van de soapster bleek nog maar het begin; al snel werd ontdekt dat je van onbekenden sterren kon maken door ze domweg van de straat te halen en voor een camera te zetten, zonder dat ze hoefden te acteren. In het Big Brother-huis of in De Bus moest iedereen alleen maar dag en nacht zichzelf zijn. Toen dat begon te vervelen, werd de metamorfose van niemand naar iemand mateloos populair. In het programma Starmaker kon je zien hoe een groepje aandoenlijke jonge nobodies tot sterren werd gekneed. Het was een soort conceptuele kunst: niet de muziek van het groepje K-Otic deed ertoe, maar het idee dat eraan ten grondslag lag. Grote zangers zullen het nooit worden, maar dat moet ook niet, etc.

 

De traditionele elite staat erbij en kijkt ernaar. Waar je vroeger een authentieke volkscultuur had, met een eigen lyriek en vocabulaire, is er nu een populaire cultuur die het enkel en alleen van imitatie moet hebben. Nederland lijkt inmiddels één grote Soundmixshow. Zelf acteren, zelf zingen, zelf presenteren; de genres die bij een massapubliek populair zijn, krijgen een steeds hoger doe-het-zelf-gehalte, of beter gezegd: doe-het-zelf-na. Gewone mensen imiteren ongewone mensen. De nieuwe elite ontleent haar status dan ook niet aan haar positie maar aan haar herkenbaarheid. Eerst heb je de persoon, wat hij of zij doet is daar slechts een afgeleide van. Het star appeal van het zangeresje Sita uit Starmaker bestaat uit haar openbare transformatie van lelijk eendje naar zingend zwaantje.

 

De massale verering van Pim Fortuyn is eigenlijk alleen te begrijpen wanneer je hem als een cultureel fenomeen ziet, en niet in politieke termen. Televisiebeelden van zo'n tien jaar terug laten hem zien als een onhandige querulant, die ongeveer verkondigde wat hij later zou uitdragen, maar met de onzekere bravoure van een man die diep in zijn hart beseft dat hij altijd en eeuwig buitenspel zal staan. Hij zag er bij uitstek uit als iemand die nooit en nergens populair zou worden. De wonderbaarlijke transformatie van Fortuyn in het decennium dat volgde van een man die te graag mee wil doen, naar een selfmade politicus die de regels van het spel naar zijn hand zet kun je niet los zien van de culturele omslag die tegelijkertijd heeft plaatsgevonden. Door die omslag kon de amateur Fortuyn de populaire vertolker worden van twee soorten onvrede onvrede met een politieke elite die over de hoofden van mensen heen regeerde zonder acht te slaan op hun ongenoegen, en een diepere onvrede met de politieke cultuur zelf, die zich als enige niet bewust leek van het verlangen naar het nieuwe amateurisme: zelf zingen, zelf acteren, zelf besturen. In die zin viel Fortuyns persoonlijke onvrede samen met die van zijn aanhang. Zijn optreden in het debat tijden de Soundmixshow was dan ook zijn apotheose: hij was de herkenbare amateur die zich met veel gevoel voor melodrama de rol van politicus aanmat en tegelijk amateur wist te blijven.

 

Het verbluffendste filmfragment met hem was wat mij betreft het interview dat zanger Gerard Joling eens winnaar van de Soundmixshow met hem had in het roddelprogramma De Waarheid. Dat gesprekje vond plaats vlak nadat Fortuyn de filmploegen van het NOS-journaal en RTL 4 de deur had uitgeknikkerd, een incident dat diezelfde avond uitgebreid het nieuws haalde. Maar wat bleek: Joling had al die tijd op Pim zitten wachten in diens zitkamer. Toen de cameraploegen van de journaals na veel commotie vertrokken waren, gingen Fortuyn en Joling gezellig nichterig zitten klessebessen alsof er niets gebeurd was. Fortuyn sprak over de Haagse politieke wereld met venijn en dédain, maar met het onwillekeurige ontzag van de buitenstaander die onverwacht binnen gevraagd is.

 

Fortuyns plaatsvervanger op aarde, de journalist Mat Herben, lijkt in niets op Fortuyn; hij lijkt op iemand die op Fortuyn heeft gestemd. De media berichten met nauwelijks verholen verbazing over hoe hij zich enerzijds staande weet te houden in het politieke bedrijf en er tegelijkertijd in slaagt volkomen zichzelf te blijven. Dat verbaast mij helemaal niet. Herben is de ultieme amateur en dus geknipt voor de nieuwe politieke orde. Met oprechte ontzetting ontkende hij, anders dan zijn cv vermeldde, dat hij een opleiding tot journalist heeft gehad. Hij was helemaal nergens voor opgeleid: ,,Ik ben niet academisch misvormd.'' Mat Herben ziet eruit alsof hij letterlijk van de straat geplukt is, en dat is precies het geheim van zijn komende succes. Een oud-klasgenoot in het Algemeen Dagblad: ,,Kijk, Patty Brard heeft ook bij ons op school gezeten, maar dit is toch anders.''

 

Met de nieuwe Nederlandse politiek zal het zo ongeveer gaan als met de Nederlandse soap; ontzetting en hoon bij het establishment maakt plaats voor acceptatie en zelfs ontzag. Wat bewondering afdwingt is het naturel, de herkenbaarheid, de toegankelijkheid. Bestuurlijke onbeholpenheid wordt op de koop toe genomen. En wie weet zit er een echt talent tussen. Het publiek heeft zich van de oude politieke orde afgekeerd als van het serieuze drama, de echte muziek, het echte acteren. De nieuwe elite viert het amateurisme.