stefan stefan 2 5 2008-01-11T17:34:00Z 2009-01-16T18:33:00Z 1 1665 9163 zuid 76 21 10807 10.2625 Clean 21 MicrosoftInternetExplorer4

Chinees  

Floris-Jan van Luyn

 

CORRUPTE AMBTENAREN VERNIETIGEN FOSSIELE VINDPLAATSEN IN CHINA

 

De bodem rond het Chinese dorp Sihetun is vergeven van de fossielen. De opgegraven resten maken duidelijk dat vogels zijn geŽvolueerd uit kleine, vleesetende dinosauriŽrs. Wetenschappers klagen inmiddels steen en been omdat corrupte ambtenaren de rijke vindplaats zijn gaan exploiteren.

 

DE APOCALYPS in Sihetun kwam uit het Westen. Daar waar nu Binnen-MongoliŽ ligt. Vulkanen spuuwden vuur, gifgassen maakten een definitief einde aan al het leven en een dikke laag as dekte alles wat daar onder lag af voor de eeuwigheid. Totdat Li Yinfang, een boer uit een van de armste streken van de Chinese provincie Liaoning, 120 miljoen jaar later zijn pikhouweel met een reusachtige klap door een dikke laag leisteen dreef.

 

De plaat steen die hij na weken vruchteloos spitten op vier meter diepte in tweeŽn kliefde, bevatte het fossiele skelet van een vogelachtig dier. De vondst van Li was gaver en opmerkelijker dan alles wat hij ooit had aangetroffen in de groeve, en de ervaren lijsteenspitter in Li vertelde hem dat hij zojuist een klein kapitaal had binnengehaald. Hij wachtte een paar weken, verloor zijn opgraving geen moment uit het oog en toog er toen mee naar de markt, een halve dag met een tractor over een hobbelig zandpad door de kale heuvels van Noordoost-China. In Beipiao, dicht tegen de grens van Binnen-MongoliŽ, verkocht hij de twee platen steen voor 7600 yuan, 1750 gulden.

 

Het fossiel, waarvan een helft na een omzwerving van enkele maanden in 1997 bij geoloog Ji Qiang op het bureau belandde, veroorzaakte een kleine revolutie onder paleontologen en evolutiebiologen. Ji herkende in het in leisteen gevangen dier onmiddellijk de gelijkenis met een kleine vleesetende dinosaurus.Maar een opmerkelijk kenmerk trok vooral zijn aandacht: dicht langs de ruggengraat van het dier, tot aan het uiteinde van zijn lange staart, verraadde het steen duidelijk zichtbaar in zwarte vegen, een verenkleed. Het fossiel dat Li Yinfang gevonden had, bleek behalve een nieuwe dinosaurussoort, een sleutel naar de oplossing van een vraagstuk waar generaties biologen, geologen en paleontologen de afgelopen honderd jaar over hebben gebakkeleid: of vogels van dinosaurussen afstammen.

 

In de kelder van het Geologisch museum van Peking liggen tien dozen met dinosaurusfossielen over de betonnen bodem verspreid. Ji, die directeur is van het museum, springt over een van de dozen en schuift de grootste het schaarse zonlicht in dat door een dakvenster valt. Het bevat de twee versteende skeletten van een dinosaurussoort op een bed van zwarte vegen - de veren. Alweer de gaafheid en opnieuw bijzondere kenmerken. 'In Sihetun hebben we meer dan honderd van deze soort opgegraven', zegt hij, terwijl hij zijn neus bovenop het stenenvlak drukt. 'Het is het oudste bewijs van een dier met een snavel. Volgens Ji hoef je in Sihetun maar een plek aan te wijzen of je vindt er dinosaurusfossielen. 'In de afgelopen anderhalf jaar zijn maar liefst vijf nieuwe soorten gevonden. Vier daarvan heb ik ontdekt. Ze vullen de gaten in op de evolutieschaal. Het is een paradijs voor mensen zoals ik.'

 

De boeren in Sihetun denken daar net zo over. Maar voor hen is het vooral een kwestie van geld. Hoewel het gebied sinds augustus dit jaar onder de bescherming van de provinciale geologische dienst valt, is hakken naar fossielen nog altijd lucratief. Lin Yinfang vertelt dat achttien boeren uit Sihetun toestemming hebben om te graven op het terrein. Wordt iets gevonden dan moet het worden afgestaan aan het Bureau voor het beheer van fossielen in Beipiao. Dat, aldus Lin, is jammer voor de boeren die opmerkelijke vondsten doen, omdat zij er geen geld meer voor krijgen. Maar daar staat tegenover dat de achttien wel een maandelijks inkomen verdienen. 'Op het land zijn we afhankelijk van een succesvolle oogst. En voorheen duurde het soms maanden voordat we een fossiel vonden waar redelijk aan te verdienen viel', zegt hij. 'Mijn oom heeft twee jaar achtereen gespit en nooit iets gevonden. Beipiao biedt ons zekerheid.'

 

gestapelde kleuren

 

Een kijkje in de groeve van Sihetun doet alle hoop om getuige te zijn van een bijzondere vondst onmiddelijk teniet. De boeren die hier van zonsopgang tot zonsondergang 'onderzoek' doen, blijken te graven per kubieke meter. Want het Bureau voor het beheer van fossielen heeft bepaald dat de boeren voor iedere meter aan lengte, breedte en diepte die zij in lijsteen verzetten vijftien yuan of 3,50 gulden krijgen. De boeren graven dus om het hardst, want zorgvuldigheid en oplettenheid kosten tijd en geld. Met pikhouwelen, scheppen en een heuse drilboor banen zij zich een diep pad door de dikke massa steen. Laag voor laag verdwijnt een afwisseling van gestapelde kleuren, bruin, oker, grijs en wit, in een zee van kleine brokstukken. Zonder te kijken en zonder te stoppen wordt alles wat voor aan gruzelementen is gehakt achter weer neergekwakt.

 

Ji Qiang grijpt naar zijn hart. 'Nergens ter wereld ligt zoveel informatie in de aarde opgeslagen als in Sihetun. En nergens ter wereld is de destructie zo groot als daar.' Ji vond in Sihetun in twintig dagen tijd binnen een oppervlakte van twintig vierkante meter, 24 versteende skeletten van vogels. 'Vind je er een, dan is het vrijwel zeker dat er in de buurt andere moeten zijn. Maar daar kom je alleen achter als je de vlakken per laag afkamt.' De lagen lijsteen uit de Krijtperiode zijn dik en de oude bodem van het meer dat daar tot 120 miljoen jaar geleden een rijk planten- en dierenleven aantrok, strekt zich uit over dertig vierkante kilometer.

 

Sinds de ontdekking van de dinosaurus met het verenkleed, die Ji het 'eerste Chinese ' of Sinosauropteryx heeft genoemd, hebben veel Chinese en buitenlandse deskundigen het gebied in Noordoost-China onderzocht. Tijdens iedere zoektocht die zij daar hebben verricht hebben zij nieuwe soorten vogels gevonden die de discussie over de evolutionaire verwantschap van vogels aan dinosauriŽrs nieuw leven hebben ingeblazen. Na de vondst in 1861 in het Duitse Beieren van wat bekend staat als de eerste vogel ter wereld, de 150 miljoen jaar oude Archaeopteryx (naar het Grieks voor 'antieke vleugel') was het onderzoek naar de evolutionaire herkomst van vogels, een vraag die veel deskundigen boeit, amper vooruitgekomen. Maar de bodem van Sihetun gaf antwoord en bood tot dusver nog Caudipteryx, of de 'veren staart', een curieus fossiel van een ogenschijnlijk hard rennend dier, met een kleed van veren en een vroege ontwikkeling van wat lijkt op vleugels. Verder Protarchaeopteryx, die gelijkenis vertoont met de 'antieke vleugel' uit Beieren maar waarschijnlijk heel kort in de lucht kon blijven, Confuciusornis sanctus of de 'Heilige Confucius vogel', de eerste vogel met een snavel en voor de vlucht noodzakelijke asymetrische veren, en zeer recent de 'Grote Muur vogel', een onlangs ontdekte soort waar Ji Qiang nog onderzoek naar verricht.

 

Vanuit zijn koud en kaal kantoor op de bovenste verdieping van het Geologisch Museum, memoreert Ji de maanden werk die de preparatie van de vogels in beslag neemt. 'Het vergt veel tijd en dat kost geld. En van dat laaste hebben we niet genoeg.' Ji betreurt dat, want hij gelooft dat in Sihetun evolutionaire geschiedenis wordt gemaakt. 'Birds are living feathered dinosaurs' staat op zijn engelstalige naamkaartje geschreven. Daarnaast een blauw-groene afbeelding van een dinosaurus en 'zijn' Sinosauropteryx. Ji, dat is duidelijk, twijfelt niet aan zijn theorie en hij hoopt dat anderen, vooral in het buitenland, financieel kunnen bijdragen tot het verkrijgen van meer materiaal en bewijs. Dat haast is geboden, leren de graafpraktijken in de groeve van Sihetun.

 

goudkleurige bril

 

Zhao Yibin, de man van de overheid uit Beipiao die verantwoordelijk is voor 'de bescherming van het gebied', wuift de kritiek op de pikhouwelen en drilboor losje weg. Hij schuift zijn goudkleurige bril op zijn neus, leunt voorover en zegt bezwerend dat alleen de kenners begrijpen wat in Sihetun gebeurt. 'De boeren daar hebben jaren ervaring, die weten welke lagen fossielen bevatten en welke niet.' Dan wijdt hij uit over het nut van zijn eigen instantie. 'Vroeger zette Jan en alleman een schep in de grond. Dat is verboden, maar het gebeurde toch. Zo verdwenen de mooiste fossielen. Nu kan dat niet meer.'

 

Alle fossielen uit Sihetun belanden bij Zhao. De ambtenaar heeft grootste plannen die de economisch achtergestelde boerenregio van de provincie Liaoning uit het slop moeten helpen. 'Die groeve is ons grootste geluk', zegt hij terwijl hij naar een kaart van het gebied staart. Hij ziet de bussen met toeristen al rijden. Daar komt het museum, hier een stuwmeer en verderop een attractiepark. 'Dit is precies wat Beipiao nodig heeft.' Zhao is een geboren handelaar, met, zoals hij zegt 'een neus voor de paleontologie'. Zelf graaft hij ook wel eens, 'maar zonder resultaat hoor'. De mooiste vondsten van zijn achttien boeren-leisteenhakkers selecteert hij en worden vanachter de glazen vitrine in het winkeltje dat aan zijn kantoor grenst verkocht. Een fossiele schildpad gaat voor 2.500 gulden, een paar vissen voor 125 gulden. 'We moeten zelf manieren verzinnen om geld te verdienen', verklaart Zhao. 'Van de staat krijgen we niks. Het gaat niet zo goed met de Chinese economie, weet U.'

 

'Dat is dus verboden', zegt Ji Qiang droog. Het beleid van Zhao verbaast hem niet. 'Sihetun heet nu beschermd te zijn. Maar in werkelijkheid is het medicijn erger dan de kwaal. De bescherming door de lokale overheid is destructief.' De boeren die 'jaren achtereen niets vinden' liegen dan ook volgens Ji. Zij steken alle fossielen in eigen zak, en als een vorm van protectiegeld gaan de mooisten exemplaren naar het bureau van Zhao. 'Daarmee zijn beiden gediend', zegt hij. Geologen als Ji rest slechts de hoop dat een deel van die fossielen via handelaren weer opduikt. Wanneer dat niet gebeurt, wordt de kans dat zij geschiedenis kunnen schrijven, met iedere kubieke meter leisteen die in de diepe kloven van Sihetun tot pulver wordt geslagen, steeds kleiner.

 

Foto-onderschrift:  

Tekening van Sinornis, een theropode waarvan de fossiele resten werden opgegraven in China. Deze dinosaurir heeft al duidelijke vogelkenmerken, zoals de snavel, het verenpakket en de drie vingers aan de voorpoten. Sinornis was ongeveer zo groot als een spreeuw.Fossiele afdrukken van de schedel (helemaal beneden) en, daarboven, een deel van de wervelkolom (met rechts daarvan veerstructuren) van Sinosauropteryx, een theropode dinosaurir van ongeveer 70 centimeter groot.Chinese boeren graven naar fossielen in de groeve van Sihetun. Al het gevonden materiaal gaat naar overheidsambtenaar en 'geboren handelaar' Zhao Yibin.