AkzoNobel en het peroxide-kartel

Door onze redacteur Marcel aan de Brugh

Geheime declaraties, gescheiden vervoer, persoonlijke conflicten

ARNHEM, 5 FEBR.AkzoNobel wordt achtervolgd door kartelzaken. Het bijna dertig jaar durende peroxide-kartel geeft een inkijk. Over paarse en rode papiertjes, een Zwitsers adviesbureau en thuisfaxen. ,,Na elke bijeenkomst werden documenten vernietigd.''

Ze zagen elkaar in het geheim, meestal in Zürich, Parijs en München. Maar ook op Malta, in Florence, Düsseldorf, Wenen, Augsburg en Bocholt, vlak onder Winterswijk. Daar maakten ze prijsafspraken, tegen de Europese regels in. Bijna dertig jaar lang. Tot 1999. Toen hield het op. Maar hun straf ontliepen ze daarmee niet.

Die volgde vier jaar later. Op 10 december 2003 legde de Europese Commissie een boete op van bijna 70 miljoen euro aan vijf chemiebedrijven die onderdeel waren geweest van het zogeheten peroxide-kartel. Ook AkzoNobel behoorde ertoe, maar het Arnhemse bedrijf werd gespaard. Het was in 2000 namelijk zelf naar de Commissie gestapt om als eerste zijn betrokkenheid bij de illegale praktijken op te biechten. En de Commissie voerde net de nieuwe strategie om verklikkers coulant te behandelen - met als doel om kartels sneller op te sporen. Voor Akzo bleek de Commissie zeer coulant. De boete die voor het chemiebedrijf was vastgesteld, maar liefst 240 miljoen euro, werd helemaal kwijtgescholden.

Het bleek om het langstdurende kartel te gaan dat de Commissie ooit had onderzocht. Ze schreef er een gedetailleerd rapport over, op basis van de informatie die de chemiebedrijven verstrekten. Een deel ervan is op internet in te zien. Het leest als een filmscript: de jarenlange geheime ontmoetingen, de maatregelen om ontdekking te voorkomen, en het uiteindelijke uit elkaar vallen van het kartel door persoonlijke conflicten.

Het begint in 1971. Samen met het Duitse Peroxid Chemie en het Franse Atochem tekent Akzo een geheim contract waarin de bedrijven de verdeling vastleggen voor de Europese markt van organische peroxiden, chemicaliën die veel in de plastic- en rubberindustrie worden gebruikt. Samen hebben de drie concerns 85 procent van die markt in handen, en dat willen ze graag zo houden. In het contract staat hoeveel elk bedrijf jaarlijks mag produceren, en welke prijs ze hun klanten zullen vragen. Elk kwartaal komen medewerkers van de drie bedrijven bij elkaar om de productiecijfers door te spreken, en eventueel nieuwe prijzen vast te leggen. Dat gebeurt vaak in Zürich, op het kantoor van Fides, een dienstverlener die marktgegevens verzamelt en analyseert. Wat zich daar precies afspeelt is voor de jaren zeventig en tachtig niet helder, aldus het Commissierapport. Gedetailleerder wordt het vanaf de jaren negentig. De naam van Fides is tegen die tijd veranderd in AC Treuhand.

Een dag voor elke ontmoeting krijgen de betrokkenen via AC Treuhand de laatste marktgegevens. Op de dag van de ontmoeting krijgen ze die gegevens nog eens, op paarse en rode papiertjes. De paarse bevatten de belangrijkste overeenkomsten, de rode de marktgegevens. Aan het eind van elke bijeenkomst worden de uitgedeelde papieren vernietigd. Alleen AC Treuhand houdt een documentatie bij. Kopiëren is verboden. Wie buiten de reguliere ontmoetingen om de documenten wil inzien, moet toestemming vragen aan de anderen.

De betrokkenen van Akzo, Peroxid Chemie en Atochem krijgen de gegevens meestal op de thuisfax, en niet op het werk. Zo zijn ze moeilijker te controleren. Bellen doen ze bij voorkeur via een draagbare telefoon, en niet via een vaste lijn. Ze komen elk ,,met een andere manier van transport'' naar de bijeenkomsten. Hotelkosten moeten ze contant betalen. Pinnen is verboden want dat is makkelijker te traceren. AC Treuhand vergoedt de reiskosten. Zo blijven die kosten buiten de boekhouding van de bedrijven.

Welke medewerkers aan het kartel meededen, vermeldt het Commissierapport niet. Wie er binnen de bedrijven van de illegale praktijken afwisten, wordt ook niet duidelijk. Bij Akzo was in ieder geval het bestuur van de peroxide-divisie op de hoogte. Want dat bestuur besluit in 1992 om uit het kartel te stappen - een jaar eerder had Akzo van de Europese Commissie een boete van 17 miljoen gulden gekregen wegens dumppraktijken omtrent organische peroxiden. Maar de andere kartelleden protesteren heftig tegen de stap van de Arnhemse collega's. Zo heftig, dat iemand van Akzo al snel weer ,,goedkeuring aan de werknemers'' geeft om toch weer contacten te leggen met het kartel. In 1993 is alles weer bij het oude.

Twee jaar later beginnen de verhoudingen binnen het kartel te verslechteren. Oorzaak is een persoonlijk conflict tussen iemand van Akzo en van Atochem. AC Treuhand probeert de zaak te repareren, en waarschuwt voor de gevaren als het kartel aan het licht komt. Het Zwitserse bedrijf geeft tips om de illegale praktijken verborgen te houden. In 1998 is er nog een bijeenkomst tussen Akzo en AC Treuhand, in Amersfoort. Maar dat loopt op niks uit. Ook een laatste lijmpoging in november 1999, op Schiphol, mislukt. Het kartel valt uit elkaar. De Europese markt voor organische peroxiden is dan naar schatting 250 miljoen euro waard.

Twee maanden daarvoor heeft Akzo de beëindiging van de relaties al aan zijn werknemers bekendgemaakt, zo meldt het Commissierapport. Om welke relaties het gaat - die met de andere kartelleden, of alleen die met AC Treuhand - is niet duidelijk. Welke werknemers op de hoogte worden gesteld - alle, of alleen die van de peroxide-divisie - blijft ook duister.

De Commissie geeft chemieconcern Atofina, een dochter van oliemaatschappij Total waartoe Atochem dan inmiddels behoort, uiteindelijk een boete van 43 miljoen euro. Peroxid Chemie, inmiddels onderdeel van het Duitse Degussa, moet 26 miljoen euro betalen. AC Treuhand krijgt een boete van 1.000 euro, en het Spaanse Peroxidos Organicos is de commissie 500.000 euro schuldig. Akzo gaat, dit keer, vrijuit.