ABN Amro trof met justitie regeling over witwaspraktijk
nrc.nl/nieuws/1995/01/21/abn-amro-trof-met-justitie-regeling-over-witwaspraktijk-7253781-a809744
Marcel Haenen 21 januari 1995
 

DEN HAAG, 21 JAN. Het Haagse openbaar ministerie heeft de ABN Amro-bank begin 1992 schriftelijk gevrijwaard van vervolging bij het leveren van diensten aan leden van een Surinaams drugskartel.

De bank is drie jaar geleden door justitie verzocht mee te werken aan het witwassen van drugsgelden door Hindoestaanse zakenlieden die volgens het openbaar ministerie de financiële zaken behartigen van het cocaďnekartel uit Paramaribo. De afspraken tussen justitie en ABN Amro werden gemaakt in het grootste geheim. De Nederlandsche Bank werd - als toezichthouder van het bankwezen - op de hoogte gesteld van de afspraak. De Haagse officier van justitie mr. N. Zandbergen bevestigt het bestaan van de regeling.

Twee weken geleden meldde deze krant dat verscheidene medewerkers van ABN Amro, onder wie een lid van de Raad van Bestuur, zich bezorgd toonden over de wijze waarop vooral twee filialen in Rotterdam vele tientallen miljoenen guldens accepteerden, hoewel het ernstige vermoeden bestond dat dit geld afkomstig was uit drugshandel. De manager van de ABN in Panama beklaagde zich schriftelijk bij het hoofdkantoor in Amsterdam omdat hij volgens een medewerker de helft van zijn tijd kwijt was aan het voorkomen van witwassen. ABN Amro-woordvoerder R. Hoek verklaart de onrust onder het bankpersoneel uit het feit dat “niet alle medewerkers geďnformeerd worden over dergelijke overeenkomsten”.

In de loop van 1991 ontdekte het zogeheten Copa-team van de Haagse politie, dat een onderzoek instelt naar het Surinaamse drugskartel, dat een aantal Hindoestaanse zakenlieden drugsgeld afleverde bij de ABN-bank. Het openbaar ministerie heeft vervolgens de bank verzocht de relatie met een aantal Surinaamse cliënten niet te verbreken en justitie informatie te geven over de transacties. Het Haagse openbaar ministerie heeft zo met hulp van de bank een helder inzicht gekregen in de personen en bedrijven die bij de wereldwijde geldstromen betrokken zijn.

De 46-jarige juwelier en geldwisselaar M.B.M. zou volgens justitie tussen 1989 en 1993 alleen al ongeveer negentig miljoen gulden contant hebben gestort bij twee bankfilialen. Het maken van vrijwaringsafspraken tussen justitie en banken is zeldzaam. Het openbaar ministerie baseert zijn bevoegdheid bij de toepassing van deze wettelijk niet geregelde opsporingsmethode op het zogeheten opportuniteitsbeginsel, dat inhoudt dat justitie kan kiezen welke strafbare feiten men gaat vervolgen. In dit geval laat men de bank het 'lichte' misdrijf heling plegen om meer informatie te krijgen over het 'zwaardere' gronddelict: georganiseerde drugshandel.

Pag.2: Geheime contacten justitie en banken

De bank mag overigens van justitie de rente houden die ze verdienen aan het criminele geld. Woordvoerder Hoek zegt dat “er niet zoveel is verdiend” en hij wijst erop dat de bank ook kosten heeft gemaakt voor geleverde diensten.

Begin 1993 is de relatie met de verdachte Surinaamse cliënten verbroken omdat “we al een tijd hadden meegewerkt met justitie en we van mening waren dat het onderzoek een keer moest ophouden”, aldus Hoek. Volgens een justitiële bron speelden ook tactische redenen een rol bij het 'wegsturen' bij de ABN van verdachten. Justitie wist inmiddels veel en wilde weten met welke banken de verdachten vervolgens zaken ging doen. Uit telefoontaps bleek dat M.B.M. overstapte naar de ING-bank, de Rabobank, de Verenigde Spaarbank en de Postbank. De Rabo-bank en de ING hebben hem eind 1993 de deur gewezen omdat ze “waarschijnlijk een hint hebben gekregen”, zo heeft de verdachte vorige week aan het Rotterdams Dagblad laten weten.

Het is nog onduidelijk of justitie het criminele geld, dat men met hulp van de banken heeft kunnen volgen, uiteindelijk ook in beslag zal kunnen nemen. Het confisceren van het criminele vermogen is altijd omschreven als een van de belangrijkste doelen van het Copa-team. Daarbij speelt een rol dat een aantal hoofdverdachten, zoals voormalige Surinaamse legerleiders, in Paramaribo verblijven en bij gebrek aan een wederzijds rechtshulpverdrag niet kunnen worden uitgeleverd.

Door de informele samenwerking met de ABN/Amro-bank heeft het Copa-team een belangrijke bron van informatie aangeboord. Bijna elke Surinaamse zakenman heeft een relatie met de ABN omdat dit de enige internationale bank is die in Paramaribo is gevestigd. Opvallend is dat de beslissing van de bank om samen te werken met justitie kennelijk niet afhankelijk is van de vraag of een cliënt officieel verdachte is. Het gerechtelijk vooronderzoek tegen M.B.M. werd pas geopend op 1 oktober 1992, ruim een half jaar na de overeengekomen samenwerking tussen de ABN en het openbaar ministerie.

L. Overmars, directeur van de Nederlandse Vereniging van Banken, zegt dat recent een aantal banken op een vergelijkbare manier hebben samengewerkt met justitie. Hij zegt dat het goed zou zijn als de parlementaire enquętecommissie die een onderzoek instelt naar de opsporingsmethoden van justitie zich over deze afspraken zou buigen.

Overmars zegt er “moreel geen problemen” mee te hebben als justitie en banken op een dergelijke manier samenwerken. Belangrijk is wel dat banken gevrijwaard worden van mogelijke justitiële acties en zakelijke claims. “Soms vraagt justitie banken een handeling op te houden. Maar dan moet een cliënt je niet aansprakelijk kunnen stellen voor de schade die ontstaat door het niet naleven van een deadline”.

Overmars vindt dat een bank ook het recht moet hebben om niet mee te werken aan het verzoek van justitie om strafbare feiten te plegen in verband met een onderzoek. “De wet verplicht banken nu om ongebruikelijke transacties te melden en niet om een 'technisch delict' te plegen”.

Dergelijke methodes om banken te laten meewerken aan criminele handelingen moeten volgens Overmars ook niet te lang duren omdat “justitie vraagt om slechts een beperkt aantal bankmedewerkers te informeren. Een employé die niet op de hoogte is van geheime afspraken klaagt bij de directeur over iets duisters en ziet tot zijn verbijstering dat er niets door zijn chef wordt gedaan omdat die op de hoogte is van de afspraak met justitie. Dat is heel lastig”.