Beren en mensen - Hendrik Spiering

Oudste Homo sapiens in Europa gevonden

Een kaak en schedel, gevonden in de Oase-grot in RoemeniŰ, blijken de oudst bekende Homo sapiens fossielen in Europa te zijn. In de grot zijn verder aanwijzingen gevonden voor een `berencultus' die lijken op vondsten in de beroemde grot Chauvet.
 

Foto-onderschrift:
Links: Zij- en vooraanzicht van de schedel Oase 2. Boven: De kaak Oase

In de Oase-grot in RoemeniŰ, in het zuidwesten van de Karpaten, zijn in februari vorig jaar 34.000 Ó 36.000 jaar oude fossielen gevonden van de Homo sapiens, de moderne mens. Het gaat om een kaak, een gezichtschedel en een paar losse hersenschedeldelen, waarschijnlijk van minstens drie verschillende individuen. De kaak is nu het oudste, direct met de C14-methode gedateerde Homo sapiens-fossiel in Europa. De datering werd verricht door het Centrum voor Isotopen Onderzoek in Groningen. De andere resten zijn nog niet direct gedateerd, maar vermoedelijk even oud.

De vondst van de Oase-fossielen is gemeld door een internationaal onderzoeksteam onder leiding van de Amerikaanse paleontoloog Erik Trinkaus in de Proceedings of the National Academy of Sciences (30 september). Dat artikel is vrijwel geheel gewijd aan de kaak. De overige fossielen worden beschreven in een artikel dat binnenkort zal verschijnen in de Journal of Human Evolution. De fossielen in de Oase-grot zijn aan de oppervlakte gevonden en de onderzoekers verwachten bij komende opgravingen nog meer resten te zullen aantreffen.

De oudste skeletresten van Homo sapiens in Europa zijn vrijwel alle al vroeg in de vorige eeuw gevonden en slechts indirect te dateren (via datering van de laag waarin ze gevonden zijn). De oudste resten, zoals uit het Duitse Vogelherd en het Franse La Quena, werden geschat op 31.000 Ó 33.000 jaar oud. Het enige oude, wŔl direct gedateerde H. sapiens-fossiel in Europa is een kaak uit Kent, met een ouderdom van 31.000 jaar.

De preciese datering van de oudste Homo sapiens in Europa is van belang in de discussie over vraag wie verantwoordelijk is voor de vernieuwingen in werktuigen die ca. 45.000 jaar geleden in Europa opduiken en voor de oudste kunst die ca. 35.000 jaar geleden in Europa opduikt. De algemene opvatting is dat deze geavanceerde gebruiksvoorwerpen (het Aurignacien) net als kralen, beeldjes en rotstekeningen gemaakt zijn door Homo sapiens en niet door zijn voorganger de Neanderthaler, die in de periode 200.000 tot 28.000 jaar geleden Europa bevolkte. Maar een probleem is dat er geen betrouwbare oude H. sapiens-fossielen uit dezelfde tijd bekend zijn - de Neanderthalers blijven dus een alternatieve kandidaat. De Oase-vondst schuift de grens nu weer wat verder op ten gunste van H. sapiens, en de mogelijke overeenkomsten met de `beer-cultuur' in de Chauvet-grot versterken de connectie tussen kunst en de nieuwkomers in Europa. In de Oase-grot zijn overigens nog geen voorwerpen van Aurignacien of andere snit gevonden.

Belangrijk is ook dat in de Oase-grot fossiele resten van holenberen zijn gevonden die `bewust verplaatst zijn in de grot, op een manier die lijkt op die uit de Chauvet-grot', met `ongewone arrangementen van de botten, zoals plaatsing op rotsblokken', zoals de onderzoekers het omschrijven. De Zuid-Franse Chauvet-grot werd begin 1995 wereldberoemd omdat er de oudste bekende rotstekeningen in waren aangetroffen, ca 32.000 jaar oud: een adembenemend fraaie reeks van neushoorns, mammoeten, leeuwen, beren en andere dieren. Even intrigerend in Chauvet was de vondst van een berenschedel die op een groot rotsblok was geplaatst. Ook een berendijbeen en een paar wangbotten waren neergelegd op randjes in de rotswand. Waarom? En waren de stapels berenschedels in sommige kamers van de Chauvet-grot soms ook mensenwerk? Deze vragen kunnen wellicht beter worden beantwoord nu ook in RoemeniŰ vergelijkbare manipulaties van berenbotten zijn aangetroffen, uit dezelfde tijd. In de Oase-grote zijn overigens (nog) geen tekeningen of cultuurvoorwerpen gevonden.

De Roemeense kaak, Oase 1 genoemd, is tot nu toe het best onderzocht en vertoont duidelijk modern menselijke anatomische kenmerken. Maar er zijn ook archa´sche aan te wijzen. De kaakgewrichten van Oase 1 zijn voor een moderne Homo sapiens bijvoorbeeld erg groot, maar vrij normaal voor de veel robustere voorgangers van H. sapiens, de zogenoemde archa´sche H. sapiens die 150.000 Ó 250.000 jaar geleden in Afrika leefde. Trinkaus c.s. wijst verder op een mogelijk Neanderthaler-kenmerk. De reden van de uitsterving van de Neanderthaler is niet duidelijk. Volgens aanhangers van de `Out of Africa'-theorie zijn ze volledig verdrongen door de lichter gebouwde en mogelijk intelligentere Homo sapiens, die afkomstig was uit Afrika.

Maar volgens anderen (onder wie ook Trinkaus) heeft de Neanderthaler-tak zich wel degelijk vermengd met de nieuwkomers uit Afrika. In de kaak vindt Trinkaus een mogelijke aanwijzing voor deze vermenging. Aan de linkerkant van de Oase 1-kaak is de opening voor de kaakzenuw (mandibular foramen) enigszins bedekt met een `lipje', een kenmerk dat wel bij Neanderthalers voorkomt maar niet bij oudere H. sapiens-fossielen buiten Europa. Gek genoeg ontbreekt dat lipje wel bij de opening aan de rechterkant van de kaak. Het voorkomen van het lipje bij sommige Europese H. sapiens-fossielen jonger dan ca. 28.000 jaar geldt bij een aantal paleontologen als een belangrijke aanwijzing voor genetische menging van Neanderthalers met moderne mensen. De in de grot gevonden schedel (Oase 2) is ook duidelijk modern menselijk, maar net als Oase 1 zijn er archa´sche kenmerken, vooral in de afmetingen en het enigszins vooruitstekende middengezicht. Maar specifieke Neanderthaler-kenmerken ontbreken.