Restanten van 250 miljoen jaar oud bos gevonden op Zuidpool

Onderzoekers uit Amerika en ArgentiniŽ hebben op de Zuidpool de fossiele restanten aangetroffen van een bos van ongeveer 250 miljoen jaar geleden. De vindplaats ligt in het Centraal Transantarctisch Gebergte nabij de Beardmore gletsjer. Tussen de overblijfselen bevinden zich 15 gepermineraliseerde stronken in groeipositie. Het bos bevond zich 250 miljoen jaar geleden op naar schatting 80 tot 850 zuiderbreedte, dus iets minder zuidelijk dan nu.

Het fossiele bos werd onderzocht op een veldtrip in het seizoen 1991-92. Uit de bladeren die in de zelfde afzetting tussen de boomstammen werden gevonden,valt af te leiden dat het gaat om de Glossopteris, een fossiele soort, deel uitmakend van de zogeheten Gondwanaflora ten tijde van het Carboon, het Perm en het Onder-MesozoÔcum. Het blootgestelde stukje van het oerbos bevond zich op de top van een berg en mat ongeveer 20 bij 12 meter. De vijftien stronken variŽren in diameter van 9 tot 18 centimeter. Ze zijn gepermineraliseerd, dat wil zeggen versteend tot kiezelaarde. De gemiddelde afstand tussen de stronken, 1,95 meter, zou duiden op een bos van behoorlijk hoge dichtheid.

Omdat de versteende stronken ook op cellulair niveau goed intact zijn gebleven, was jaarringanalyse heel wel mogelijk. De bomen blijken een vrij klein aantal duidelijk onderscheiden jaarringen te vertonen. Dit wijst aan de ene kant op flinke seizoensfluctuaties in de groeitemperatuur, anderzijds op het feit dat de bomen jong geweest moeten zijn en hard moeten hebben gegroeid.

Deze bevinding werpt een nieuw licht op de klimatologische omstandigheden rond de zuidpool tijdens het Late Perm. De aanwezigheid van jaarringen duidt er weliswaar op dat de bomen in een vrij koud klimaat moeten hebben geleefd (hoe verder naar het noorden of het zuiden, hoe meer verschil tussen zomer en winter en dus des te duidelijker jaarringen; tropische bomen hebben in het geheel geen jaarringen); maar aan de andere kant was Glossopteris een loofverliezende soort en zijn de jaarringen zo breed (dus groeiden de bomen zo snel) dat het klimaat beduidend minder koud moet zijn geweest dan dat 10 tot 150 minder zuidelijk van tegenwoordig.

Tot nu toe werd op grond van louter fysische aanwijzingen aangenomen dat de wintertemperaturen op de vindplaats 250 miljoen jaar geleden gemiddeld ongeveer 30 tot 40 graden Celcius onder nul bedroegen en de zomertemperaturen rond de 0 0C. De vondst van het Glossopteris-bos maakt deze interpretatie echter een stuk minder geloofwaardig. Volgens de ontdekkers van het stukje bos strekten de wouden uit het Perm zich uit tot zuidelijke breedtegraden waar vaatplanten van tegenwoordig zich niet kunnen handhaven. De snelle groei zoals af te lezen aan de groeiringen, de afwezigheid van laathout-groei in de jaarringen en de afwezigheid van vorstringen suggereren volgens hen dat de temperatuur maar zelden onder het vriespunt kwam. (Science, 18 sept.)

Datum:

08-10-1992

Sectie:

Wetenschap en Onderwijs

Pagina:

3

Trefwoord:

Reizen; Recreatie en Vrijetijdsbesteding; Bosbouw; Economie; Bedrijfstakken; Agrarische Sector; Evolutie; Wetenschap en Techniek; Exacte Wetenschappen; Biologie



Op dit artikel rust auteursrecht van NRC Handelsblad BV, respectievelijk van de oorspronkelijke auteur.