De ijdele mens; 'Evolutie is geen ladder maar boom met miljoenen takken'

Marcel aan de Brugh

Stephen Jay Gould vecht al jaren tegen de arrogantie van de mens. We staan niet bovenaan de evolutionaire ladder, we zijn geen heersers van deze planeet. In zijn nieuwste boek, Full House, legt hij uit wat evolutie wel is. Vorige week was hij even in Nederland.

Stephen Jay Gould: Full House. Harmony Books. ISBN 0-517-70394. Prijs f. 48,85. Nederlandse vertaling: De gok van de evolutie. Uitg. Contact. Prijs f. 59,90.

'WELKE IS hoger?' vraagt Stephen Jay Gould. Hij staat naast een houten schaalmodel van een dinosaurus en een afgietsel van een ammoniet. Het fossiele weekdier met zijn typische opgerolde schaal meet ongeveer een halve meter in diameter. De speelgoed-dinosaurus valt daarbij in het niet. Goulds ogen twinkelen. Hij heeft met opzet een kleine versie van het reptiel gekozen. Hij bestrijdt dat dinosauriŽrs hoger staan dan ammonieten, en dan gaat het over de plaats op de evolutionaire ladder. Ieder evolutieleerboek stelt de reptielen hoger dan de weekdieren. Net zoals ze de vogels boven de reptielen plaatsen, en de zoogdieren weer boven de vogels. Op de hoogste sport prijkt de mens.

Goulds gehoor, dat in groten getale naar de Oude Lutherse kerk in Amsterdam is gekomen voor de lezing van deze beroemde Amerikaanse paleontoloog, beantwoordt zijn vraag met gelach. Gould bestijgt de kansel, neemt plaats achter de microfoon en begint aan een vurige en hilarische voordracht. Een uur lang zaagt hij aan de poten van de evolutionaire ladder en gaat hij te keer tegen de arrogantie van de mens. De arrogantie waarmee we onszelf beschouwen als de onvermijdelijke uitkomst van een miljoenen jaren durend evolutionair proces, waarmee we onszelf kronen tot heersers van de planeet. Een waanidee. De evolutie is geen ladder, maar een boom met miljoenen takken en twijgjes die elk de evolutie van een dier of plant representeren. De takken en twijgen splitsen zich continu. Niet alleen de tak waaraan de mens is ontsproten, maar ook die van de vissen, de zaadplanten, de varens, de schimmels en de bacteriŽn. Alle takken.

"We moeten het oude beeld van de evolutie vervangen", aldus Gould, die Nederland vorige week aandeed om zijn nieuwste boek, Full House, te presenteren. Hij verbleef een aantal dagen in ons land op uitnodiging van het John Adams Institute (John Adams was de eerste Amerikaanse ambassadeur in ons land), dat eerder tientallen Amerikaanse auteurs naar ons land haalde. "Mijn nieuwe concept is een complete omkering van een aantal diep gewortelde en ogenschijnlijk voor de hand liggende waarheden", zegt Gould.

Dat was vorige week donderdagavond. Twaalf uur later, op een luxe kamer in het Amsterdamse Renaissance hotel, heeft hij moeite om op gang te komen. Wallen onder de ogen van de jet lag. "Het is me in Amerika nog nooit overkomen dat een journalist om negen uur 's ochtends bij me voor de deur staat", zegt Gould terwijl hij aan een broodje begint. "Het laatste, dan ben ik klaar. Heb je nog even?"

GLIMP

Gould weidt graag uit over zijn theorieŽn. Over zichzelf zwijgt hij het liefst. Hij is bijzonder gesteld op zijn privacy. In zijn boeken vang je slechts sporadisch een glimp op van zijn persoonlijk leven. Gould, van joodse afkomst, groeide op in de arme Newyorkse buurt Queens, speelde thuis muziek op de wastobbe en zette voor zijn tiende jaar geen stap buiten de stad. Op zijn vijftiende bezocht Stephen met zijn familie Yellowstone Park en de Grand Canyon. Maar de meest ontzagwekkende herinnering blijft voor hem het aanzicht van de Great Plains, de honderden kilometers tarwe en maÔs in Kansas, Nebraska, South Dakota en Minnesota. "Ik hield van de symmetrie van de velden, de eindeloze vlakheid die werd gebroken door Victoriaanse boerderijen... de kleine dorpjes met hun kenmerkende watertorens en hun graansilo's", schrijft hij in zijn essaybundel Eight Little Piggies.

Al op jonge leeftijd interesseerde Stephen zich voor dinosaurussen en fossielen. Zijn vrienden op school noemden hem fossil face. De honger naar kennis van alles wat met evolutie te maken had, maakte hem tot wat hij nu is, hoogleraar geologie en zoŲlogie aan Harvard University en curator van de sectie paleontologie der ongewervelden aan het universiteitsmuseum van Vergelijkende ZoŲlogie. Begin jaren tachtig begon hij te schrijven over zijn favoriete onderwerp. In 1989 verscheen Wonderful Life, een prachtig verslag over een bijzondere gebeurtenis in de evolutie, de Cambrische Explosie. Als een kleine jongen verwondert Gould zich in dit boek over de enorme verscheidenheid aan levensvormen die 530 miljoen jaar geleden ineens op aarde verschijnt. Wonderful Life werd zijn doorbraak als schrijver.

Van de vijftien inmiddels gepubliceerde boeken bestaat de helft uit essaybundels. Hierin zijn verhalen geselecteerd die eerder verschenen in het Amerikaanse blad Natural History. Elke maand schrijft Gould daarvoor een essay. Vandaar dat hij ook wel een essaymachine wordt genoemd.

In zijn vaak literaire betogen duiken de menselijke ijdelheid en domheid regelmatig op. "We willen onszelf niet graag zien als een onvoorspelbaar product. Dat zou het zo zinloos maken. Dat noem ik de arrogantie van de mens", zegt Gould nadat hij zijn ontbijt aan de kant heeft geschoven. "En waarop die arrogantie is gebaseerd? Onwetendheid, misschien wel angst. Misschien zijn we bang dat we niet zijn wat we lijken te zijn, of wat we graag zouden willen zijn.
 

We zijn nou eenmaal verhalen vertellende dieren. En we willen dat een verhaal een bepaalde richting heeft. Gebeurt er niks, is er niks nieuws, dan vinden we het al gauw saai. Dus wat gebeurt er: de dingen worden beter, en dan verheugen we ons, Úf ze worden slechter en dan treuren we. Maar er is geen enkele reden te bedenken waarom de natuur de verhalen met eenzelfde doel zou rangschikken. De aarde is 4,5 miljard jaar oud, het eerste leven verscheen 3,5 miljard jaar geleden. Homo sapiens is pas 200.000 jaar oud. Waarom zouden de verhalen van de natuur enige verwantschap vertonen met onze voorkeuren? Onze abstracties van de natuurlijke geschiedenis zijn helemaal verkeerd."

PAARD

Het klassieke voorbeeld is het paard. Gould haalde het aan tijdens zijn lezing. "Iedereen kent dat succesverhaal. Het wordt steevast gebruikt om de triomf van de voortuitgaande evolutie te illustreren." Het paard was van oorsprong een viertenige bosbewoner zo groot als een hond. Gedurende vele miljoenen jaren evolueerde het tot het manshoge, eentenige dier dat we vandaag de dag als paard betitelen. Gould: "Het paard werd groter, en dat is in onze ogen waarschijnlijk iets goeds. Maar dat is onzin. De traditionele weergave suggereert een trend, en die is er niet."

In zijn nieuwste boek staat Gould uitgebreid stil bij deze misvatting. Onderzoek van Bruce MacFadden van het Florida Museum of Natural History laat zien hoe de evolutie van het paard er in werkelijkheid uitziet: als een boom met vele vertakkingen. De stam van die boom wordt gevormd door Eohippus, de viertenige bosbewoner die zich ruim vijftig miljoen jaar geleden in Noord-Amerika ontwikkelde. Het dier was zeer succesvol op dit continent. Het profiteerde van de vrijgekomen ruimte die was ontstaan na het wegvallen van de dinosauriŽrs, 65 miljoen jaar geleden. Op sommige plaatsen evolueerde Eohippus zich tot een savannespecialist die de naam Hipparion kreeg. Dat was een drietenig dier ter grootte van een gazelle. Hipparion migreerde via de Beringstraat naar de Oude Wereld en verspreidde zich over het zuidelijke gebied van het toenmalige EuraziŽ en Afrika. Van sommige afgesplitste groepen werden de individuen weer kleiner. Er ontstond een waaier aan verscheidenheid. In de hoogtijdagen van het paard waren er twintig geslachten, elk opgebouwd uit meer soorten. Deze soorten varieerden in grootte, aantal tenen, gebit.

Als gevolg van klimaatsveranderingen stierven de meeste paarden in Noord-Amerika uit. Ook Hipparion verdween. Het is niet duidelijk waarom. Alleen Equus, het huidige paard, overleefde. Waarschijnlijk omdat hij met zijn lange poten en speciale tanden, die geschikt waren om gras te eten, grote afstanden kon afleggen over de uitgebreide graslanden.

Gould: "Hoe zouden we de evolutie van het paard interpreteren als het dier tegenwoordig nog steeds drie tenen had en zo groot was als een hond? Het paard is een vreselijk slecht voorbeeld van succesvolle evolutie. Het is buitengewoon onsuccesvol. We kennen nog maar ťťn geslacht paarden. Dat bestaat uit een schamele zes soorten. Het paard behoort tot de orde van de onevenhoevigen waaronder verder de neushoorns en de tapirs vallen. En die balanceren op het randje van uitsterven. Het paard is een onsuccesvolle groep bŪnnen een onsuccesvolle groep. De evenhoevigen zijn veel succesvoller. De varkens, geiten, schapen, kamelen, giraffen. Zij hebben zich de laatste 50 miljoen jaar constant uitgebreid. En de echte succesverhalen van de evolutie der zoogdieren zijn de ratten, vleermuizen en antilopen. Van de 4.000 soorten zoogdieren behoort ongeveer een kwart tot de vleermuizen. Heeft ooit iemand een diagram gezien van de evolutie van vleermuizen? Nee. Zo'n diagram kunnen we niet maken, omdat die veel te ingewikkeld is. En dat staat ons niet aan. Het liefst houden we het simpel. We kiezen groepen die overleven als een kleine rudimentaire groep. Dat noem ik life's little joke."

In Full House haalt Gould ook de idee onderuit dat de evolutie een neiging zou hebben om steeds complexere organismen voort te brengen. "Ik ontken niet dat er steeds complexere organismen verschijnen. Maar ik weerleg de idee dat dat een evolutionaire trend is." Om dit te onderbouwen draagt Gould recent onderzoek aan van Dan McShea die verbonden is aan het Santa Fe Institute for the Study of Complexity. De afgelopen jaren onderzocht hij de wervelkolom van een aantal herkauwers, eekhoorns, miereneters, kamelen en walvissen. McShea komt tot de conclusie dat er geen evolutionaire trend bestaat om een steeds complexere wervelkolom te ontwikkelen. In veel gevallen nam hij zelfs een afname van de complexiteit waar.

Gould dringt al jaren aan op een ommekeer van de traditionele idee over evolutie. Er bestaat geen vooruitgang, geen trend. De mens verwordt tot een toevalsproduct. In zijn visie is niet Homo sapiens de dominante levensvorm op aarde, dat zijn de bacteriŽn. Niet iedereen zal zich in deze redenering kunnen vinden. Dat bleek onder andere uit de vragen die het publiek na Goulds lezing stelde. De mens is toch niet gelijk te stellen met zoiets als een bacterie, vroeg iemand. Homo sapiens is een intelligente soort, dat kan de paleontoloog niet ontkennen. Hij leest zelf graag gedichten van Walt Whitman, luistert naar muziek van Mozart en volgt alle baseballwedstrijden. Geen enkele andere soort kan dergelijke dingen doen.

Gould antwoordde: "Maar welk organisme kan vier kilometer onder de grond leven, of hoog in de atmosfeer, of bij een temperatuur van 150 graden Celsius. BacteriŽn tref je onder al deze omstandigheden aan. Ze zijn overal. Hun biochemie is ongelofelijk divers. De meeste biomassa op aarde is van bacteriŽle aard." En even later: "We praten wel eens over het Tijdperk van de DinosauriŽrs of het Tijdperk van de Zoogdieren. Onzin. Het is altijd het Tijdperk van de BacteriŽn geweest. Het spijt me dat ik dat in een Lutherse kerk moet zeggen maar, bacteriŽn waren, bacteriŽn zijn en bacteriŽn zullen altijd zijn."

Maar ons bewustzijn dan, maakt dat ons niet speciaal? Gould: "Ik ontken niet dat het bewustzijn iets bijzonders is. Het ligt aan de basis van het proces van culturele verandering. In culturen geeft de ene generatie kennis door aan de volgende. Kennis stapelt zich op. Dat proces is dus wel progressief, in tegenstelling tot evolutie via natuurlijke selectie. Maar dat verandert niks aan het feit dat bacteriŽn de meest voorkomende levensvorm op deze aarde zijn."

Homo sapiens heeft zich door deze evolutionaire vinding inmiddels over grote delen van de aarde weten te verspreiden. Ten koste van steeds meer andere soorten. En dat betreurt Gould. "Vanuit een esthetisch oogpunt. Iedereen die evolutionaire biologie heeft gestudeerd heeft een soort esthetische verbintenis met biodiversiteit. Men vertelt mij dat er delen in China zijn waar de bevolkingsdichtheid zo hoog is dat alle andere dieren er verdwenen zijn. Misschien dat je naast Homo sapiens nog een paar honden vindt. Daar word je toch depressief van?"

Gould omschrijft het als het McDonald's-effect. Typische, lokale eetgelegenheden verdwijnen steeds meer om plaats te maken voor de eenvormige vestigingen van een multinational. Ook de T-Bone Diner, het steakhuis naast zijn ouderlijk huis, dreigt te verdwijnen. En waartoe leidt dit alles? Gould kan er geen zinnig woord over zeggen. Alleen van bacteriŽn weet hij met zekerheid dat ze er zullen zijn totdat de zon ontploft. Maar de mens? Een zoogdiersoort leeft gemiddeld 1 ŗ 2 miljoen jaar voordat hij uitsterft. Of dat ook voor de mens geldt? Soorten kunnen zich niet voorbereiden op toekomstige toevalligheden, schrijft Gould in Eight Little Piggies. Ze zijn overgeleverd aan het rad van avontuur. En het rad stopt nooit met draaien. "Het versnelt en vertraagt, draait en keert, het leven meesleurend tijdens de grootste en meest sublieme van alle eindeloze achtervolgingen. Wat kan mij het schelen! Ik zet twee dollar op Homo sap. Dat hij wint - tenminste voor een tijdje."

De modale bacterie

De modale bacterie Stephen Gould was veertig toen de artsen een abdominaal mesothelioom bij hem constateerden. Deze vorm van buikvlieskanker stond als fataal bekend. Gemiddelde levensverwachting: acht maanden. Gould verwerkt deze ervaring in zijn nieuwste boek 'Full House'.

Gould gebruikt de pokerterm Full House als metafoor voor de kenmerkende variatie van natuurlijke systemen. Overal is variatie. In de omtrek van zestigjarige eiken, in de darmlengte van kamelen, de grootte van onze hersenen. Gould: "We hebben de neiging alles terug te brengen tot ťťn overzichtelijke waarde, een abstract ideaal. Maar de realiteit kenmerkt zich door variatie. Die kunnen we niet reduceren." Ook in de levensverwachting voor patiŽnten met abdominaal mesothelioom schuilt variatie. Uitgezet in een grafiek ontstaat er een 'links geblokkeerde' frequentieverdeling: de levensverwachting na diagnose kan nooit minder dan nul dagen zijn. Het aantal overleden patiŽnten loopt snel op tot een maximum dat om en nabij de zeven maanden ligt. Daarna daalt het aantal en loopt uit in een rechter staart. Sommige patiŽnten sterven na twee jaar, sommige na drie, vijf, of tien jaar. En waar bevindt Gould zich in deze grafiek? Nergens. Hij is behandeld voor de ziekte en, inmiddels vijftien jaar later, genezen verklaard.

Variatie schuilt er ook in de levensvormen die de evolutie op aarde heeft voortgebracht. Gould geeft dit weer in een grafiek (zie boven). Op de verticale as staat bij de 'frequentie van verschijnen' weergegeven hoe vaak een organisme in de loop der miljoenen jaren is verschenen, de horizontale as illustreert de complexiteit van het organisme (helaas laat Gould na uit te leggen wat hij precies bedoelt met deze verwarrende term). Ook deze grafiek is links geblokkeerd. Minder complex dan een bacterie kan een cellulair organisme nou eenmaal niet zijn. Helemaal rechts, als het meest complexe organisme, staat de mens.

Met deze grafiek wil Gould aangeven dat niet de mens de gemiddelde levensvorm is, maar de bacterie. BacteriŽn zijn er altijd geweest en zullen er altijd blijven. BacteriŽn zijn alomtegenwoordig. Ze worden aangetroffen in de atmosfeer, in het menselijk lichaam (tien procent van ons drooggewicht bestaat uit bacteriŽn), vier tot vijf kilometer onder de grond; bacteriŽn leven bij sterk uiteenlopende temperaturen, zuurgraad of druk. Het aantal soorten bacteriŽn loopt volgens de laatste schattingen in de miljoenen (er zijn ongeveer 4.000 soorten zoogdieren) en volgens recente schattingen is hun totale biomassa vergelijkbaar met de rest van de op aarde voorkomende levende organismen. Vandaar dat Gould schrijft: "De modale bacterie is altijd het succesmodel van het leven geweest."

Onderschrift:

Foto: Bacterin, zoals de hiernaast weergegeven Proteus mirabilis die in de menselijke darm voorkomt, zijn de dominante levensvorm op aarde. Dat is de opvatting van Stephen Jay Gould. Pseudomonas cepacia (hieronder) en Flavobacterium meningosepticum (uiterst beneden) komen voor in water en in de bodem.; Foto: Eohippus, het eerste paard, ontwikkelde zich ruim vijftig miljoen jaar geleden in Noord-Amerika. De viertenige bosbewoner was zo groot als een hond.