ARCHAEOPTERYX 2 - J.T. NUNINGA Zwolle

Het is een hardnekkig misverstand dat Archaeopteryx de oudst bekende fossiele vogel zou zijn. Ook in W, O van 3 juli (`Archeopteryx kon wl hard rennen, dankzij vleugels') jongstleden, wordt van dit idee uitgegaan. Graag zou ik de aandacht willen vestigen op de Protoavis, een oervogel waarvan resten zijn gevonden die 75 miljoen jaar ouder zijn dan de Archeopteryx.
 


De eerste fossiele resten van Archaeopteryx (`oude vleugel') werden in 1861 in Beieren gevonden. Dit dier, dat leefde in het Laat-Jura, werd in eerste instantie beschouwd als het eerste vogel-achtige dier. Er zijn echter fossiele resten gevonden van een ander vogel-achtig wezen. Deze resten werden aangetroffen in aardlagen van het Trias. Het dier werd Protoavis (`eerste vogel') genoemd en leefde al zo'n 75 miljoen jaar eerder dan overblijfselen van Archaeopteryx.

Naast dit enorme tijdsverschil bleek er nog een ander, opzienbarend verschil te zijn: de oudere, Triadische Protoavis had meer `moderne' vogelkenmerken dan Archaeopteryx. Osteologische vergelijkingen van fossiele resten van beide vogelachtigen leverden ten minste drie belangrijke verschillen op. Ten eerste trof men `pneumatische holten' aan in de pootbeenderen van Protoavis. Deze holle botten ontbraken bij Archaeopteryx, maar zijn juist zo kenmerkend voor moderne vogels. Ten tweede vond men bij Protoavis veeraanhechtingspunten op de botten van voorpoot en hand, die bij Archaeopteryx volledig ontbraken. Deze aanhechtingspunten zijn voor vogels zo belangrijk, omdat zij voor hun krachtige vlucht stevig aangehechte veren nodig hebben. Ten derde beschikte Protoavis over een sterk vork- en borstbeen. Deze beenderen zijn van groot belang voor het vliegvermogen en zijn bij huidige vogels dan ook sterk ontwikkeld.

Bij Archaeopteryx waren vork- en borstbeen dermate zwak ontwikkeld, dat veel paleontologen er aan twijfelen of het wel zo'n goede vlieger kan zijn geweest.