Onvervreemdbaar recht; Hoe Frankrijk in vier eeuwen een beetje protestants werd

Marc Chavannes

Het weefsel van Frankrijk is katholiek. Voor protestanten was aanvankelijk geen plaats. Maar sinds de uitvaardiging van het Edict van Nantes in 1598 is hun stem duidelijk hoorbaar. Een onderzoek naar de vergeten cultuur van Frankrijk.
 


Foto: Zeventiende-eeuws schilderij van de Bartholomeusnacht in Parijs Uit '7000 Jaar Wereldgeschiedenis'

Het is een veeleisende godsdienst, je hebt geen meneer die zegt hoe de waarheid er uitziet

De protestantse mentaliteit van tolerantie en openheid is tekenend voor de regering-Jospin Een nacht in 1602. Bernard Chavannes stapt bij Evian met zijn vrouw en kinderen in een bootje en roeit van de Franse naar de Zwitserse kant het Meer van Genève over. Volgens de overlevering: met een viool en een Bijbel als enige bagage. Hij vestigt zich in het kanton Vaud, waar de meeste van zijn nazaten sindsdien wonen. Het Edict van Nantes (1598), dat aanhangers van 'de zogenaamde Gereformeerde Kerk' een 'onvervreemdbaar recht' op geloof en burgerschap zou geven, helpt kennelijk niet. Zij vluchten voor de rooms-katholieke staatsgodsdienst.

Voor een Nederlandse afstammeling is wonen in Frankrijk, 396 jaar na Bernards vlucht, een licht verwarrende belevenis. Vergelijkingen tussen vroeger en nu, tussen protestants toen en nu, tussen het ene en het andere land, strijden om de voorrang. Onzinnig natuurlijk. Iedere vergelijking tussen het relatief efficiënte, opsmuk-arme Nederland en het opgewonden, verscheurde Frankrijk van 1998 schampt langs het Jorritsma-cliché ('Mooi land, jammer dat er zo veel Fransen wonen'). Een land met zo veel bladgoud, gezegend met een rijkdom aan geschiedenis en aardse schoonheden is zelden zinvol te vergelijken met het veiling- en overslagcentrum Holland.

Het onderscheid katholiek-protestant is nauwelijks onderwerp van discussie onder Fransen. Men is het één of het ander, meestal geen van beide. Maar de lijnen lopen er, zichtbaar voor wie ze wil zien. Michel Rocard was minister-president onder de atheïstische katholiek Mitterrand. Was hij te protestants om te slagen? Premier Jospin bewijst, met een vergelijkbare achtergrond, voorlopig het tegendeel.

De Franse overheid bejubelt 400 jaar Edict van Nantes als de uitvinding van de tolerantie. Daarover wordt uiteenlopend gedacht. Het weefsel van Frankrijk blijft katholiek: in het televisienieuws zegt men dat president Clinton 'naar de mis' is geweest, ook al was de dienst anglicaans. De Franse democratie functioneert katholiek - rondom een sterke man die alles weet, met weinig respect voor individualisme. Een Nederlander met hugenoten-draadjes wonend in Frankrijk denkt soms dat hij aanvoelt waar de strijd destijds over ging.

* * * Een opvallend heldere vrouwenstem zingt hoog naast het orgel liederen over de Heer. In het dagelijks leven is zij onderwijzeres. Ze zingt graag en meldde zich op een dag bij de dominee. De gemeente laat zich dragen op haar gezang. Tussendoor lezen kinderen goed gearticuleerd fragmenten uit de Bijbel. De dienst voor palmpasen is sober en opgewekt.

Deze kerk, op een steenworp afstand van het grootste museumcomplex ter wereld, aan de Rue de Rivoli, is een speling van de geschiedenis. L'Oratoire du Louvre is één van de vroegere (katholieke) kerken van het koninklijk paleis - nu de thuishaven van één van de meer opvallende protestantse kerkgemeenschappen van Parijs. Het is geen buurtkerk, de gelovigen komen uit de hele stad en van verder. Sinds vorige zomer is Pierre-Yves Ruff er dominee. Hij komt uit de Lozère, in het zuiden, maar begon na zijn studie als predikant in Normandië, waar hij zich in een uitgestrekt, katholiek gebied staande moest houden. Ruffs roeping werd verlicht doordat hij een jonge katholieke vrouw ontmoette. Haar ouders waren geschokt. "Mijn vader zei: 'Maar dat is een sekte!', en mijn moeder riep uit: 'Ik wil wel dat je christen blijft!'." Irène Ruff is intussen toegetreden tot de (vrijzinnige) Eglise Réformée en studeert theologie.

De dominee is verheugd, de kerk zat met driehonderd gelovigen redelijk vol, meestal zijn het er honderd of honderdvijftig. Na de dienst maakt een deel van de gemeente zich op voor de maandelijkse maaltijd in het naastgelegen kerkhuis. Op de trappen staat Eric, een katholiek opgevoede Parijzenaar, die de kerk heeft ontdekt via de Internet-site waarop Ruff en een aantal medestanders hun liberaal-theologisch maandblad Theolib hebben gelanceerd. Sinds een jaar zijn er zo al twaalf afgedwaalde katholieken gedoopt. "Ik ben hier op mijn plaats, maar het is een veeleisende godsdienst, je hebt geen meneer die zegt hoe de waarheid er uitziet", zegt Eric, die bij een beleggingsfonds werkt.

Aan de maaltijd, bij wijze van gebaar gekookt door de mannen, vertelt de vrouw van een opdienende cardioloog hoe zijn protestantisme in het ziekenhuis na jaren uitkwam. "Een patiënt was er slecht aan toe. Het hoofd van de afdeling zei: 'Ik zal tot de God van de christenen bidden. Laat onze joodse collega tot zijn Heer bidden. Is er ook een protestant aanwezig om de zijne aan te roepen?' Mijn man stak zijn vinger op, voordat hij de absurditeit van de vraag besefte. De chef heeft hem na die dag nooit meer de hand geschud."

* * * Protestant-zijn is in Frankrijk 428 jaar na de Bartholomeusnacht geen vanzelfsprekende zaak. Iets meer dan één miljoen Fransen zeggen dat zij het zijn. Dat is twee procent van de bevolking. Ik dacht dat premier Jospin daarom zo geërgerd reageerde toen ik hem in '95 op verkiezingstournee vroeg hoe hij het vond misschien de eerste protestantse president van Frankrijk te worden. Het is geen marktsegment om verkiezingen mee te winnen.

De vraag was feitelijk onjuist: Gaston Doumergues, die het hoogste ambt in 1923 aanvaardde, was de eerste protestant. De vraag was vooral onwelkom omdat de huidige minister-president niet te veel geïdentificeerd wil worden met dit deel van zijn achtergrond. Hij beschouwt zich zelf als ongelovig - een persoonlijk feit dat niets met zijn werk te maken heeft.

Frankrijk is een land waar kerk en staat gescheiden zijn. Un pays laïque heet dat, een 'lekenland' is de letterlijke, onbruikbare vertaling; 'neutraal' of 'niet-klerikaal' zegt iets meer. "Dat hebben protestanten, joden en ongelovigen samen bereikt", constateert de sociologe Evelyne Sullerot. Deze feministe van het eerste uur, dochter van een dominee en psychiater die in de buurt van Compiègne veertien joden verborg tijdens de Tweede Wereldoorlog, verbaast zich niet over Jospins felheid. Laïcité en links-zijn horen bij elkaar. Zij is evenmin praktiserend, maar ze voelt zich "solidair met het protestantse milieu waarin ik ben opgegroeid, met een opvoeding tot moreel verantwoordelijk burger".

Voor haar is helder wat Franse protestanten kenmerkt: "Eerlijkheid voor alles, onbaatzuchtigheid, geen dubieuze financiële affaires, ruggengraat. In mijn familie was geld rot, daar praatte je niet over. Dan liever over seks. Protestanten zijn in dit land in zedelijk opzicht altijd soepel geweest, ondanks het imago van Calvijn. Ik wist op mijn tiende alles, als enige in de klas. Sullerot: "Protestanten hebben aan het nationale karakter van Frankrijk een afkeer van compromissen, weerstand-kunnen-bieden en trouw bijgedragen. Ik werd als middelbare scholiere gearresteerd door de politie van Vichy. Mijn eerste gedachte was: ik moet trouw zijn aan Marie Durand - de protestantse heldin die in de 17de eeuw als vijftienjarige werd opgesloten in de Tour de Constance in Aigues-Mortes. Ze zat 37 jaar gevangen maar weigerde haar geloof te verloochenen. Zij kraste RÉSISTER in het steen van de toren. Het eerste wat ik deed toen ik vastzat was résister schrijven met mijn nagel. Alle protestanten dragen die erfenis."

* * * De historicus Emmanuel Le Roy Ladurie stamt af van een priester die zich tijdens de Franse Revolutie gedwongen zag het ambt te verlaten. "Hij trouwde en kreeg keurig negeneneenhalve maand later een kind. Later nam hij het geloof weer aan, al werd hij boekhandelaar. Sindsdien is de familie zwaar rooms-katholiek geworden en behoorlijk rechts." De hoogleraar aan het Collège de France grinnikt: "Ik heb Robespierre intussen vergeven."

Le Roy Ladurie, oud-directeur van de Bibliothèque Nationale, is schrijver van bekende boeken als Montaillou, village occitan, van Paris-Montpellier, 1945-1963 (over zijn communistische jaren, na een jeugd waarin zijn vader kortstondig minister in Vichy en later bij het verzet was), een driedelige Geschiedenis van Frankrijk en De Eeuw van de Platters. Hij onthult zijn afstamming met gepaste roekeloosheid, "Het is allemaal geschiedenis. Frankrijk is een post-katholiek land. Alleen aan kleine dingen merk je nog dat de cultuur katholiek is. Ik wilde laatst bij de boekhandel Gibert Jeune een boek over het Edict van Nantes kopen. De verkoopster vroeg me waar dat over ging. Ik zei: protestantisme. Waarop zij me aanraadde bij 'esoterisme' te kijken."

Zittend in zijn werkkamer thuis in Parijs noemt Le Roy Ladurie het Edict van Nantes 'een verstandig stuk', zoals Henri IV's bekering tot het katholicisme 'politiek noodzakelijk en in het landsbelang' was. De beruchte herroeping van het Edict in 1785 relativeert hij. "Het Edict was het begin van een oecumenische ontwikkeling. Het is nooit echt herroepen. Lodewijk XIV's poging daartoe is op een mislukking uitgelopen. Hij was geen Hitler, hij heeft wel protestanten laten vermoorden, maar het waren geen massamoorden."

Dat protestanten geen burgerrechten hadden en werden vervolgd schokt Le Roy Ladurie niet. "Rooms-katholieken waren in de Nederlanden ook tweederangs burgers. In Frankrijk zag je net zo goed machtige protestanten." Volgens hem is onevenredig veel aandacht aan het Edict en zijn Herroeping besteed omdat het in Frankrijk speelde. "In Scandinavië zijn geen katholieken meer, in Italië en Spanje geen protestanten, in Ierland heeft de geloofsoorlog veel langer geduurd. Japan heeft begin 17de eeuw alle rooms-katholieken vermoord, ook dat is een lokaal schandaal gebleven, maar wat Frankrijk doet wordt universeel gemaakt."

In dit herdenkingsjaar is het Edict heel verschillend uitgelegd, constateert de historicus. De ene visie, verwoord door de protestantse oud-minister Pierre Joxe, ziet het Edict als 'een katholieke streek'. De andere beschouwt bij monde van oud-premier Rocard en de historicus Janine Garrisson "het Edict als aankondiging van de Revolutie. Ik volg die laatste lijn meer. Lodewijk XVI (koning van 1774-1792) vaart later een voorzichtig protestantse koers. De Franse Revolutie (1789) slaat vervolgens door in een fel anti-katholicisme waar we nu pas een beetje vanaf komen. Als Jospin hint dat hij van protestantse komaf is, dan wil dat zeggen: Wij waren niet katholiek. Links in dit land is, mede dankzij de Verlichting, vier eeuwen lang fel antikatholiek geweest. Frankrijk is het meest antiklerikale land van Europa, na Turkije."

* * * Michel Rocard, sociaal-democraat in hart en nieren, heeft altijd in de schaduw van de socialist François Mitterrand gestaan. De laatste benoemde hem uiteindelijk in '88 tot premier. Op de kop af drie jaar kreeg hij om Frankrijk te besturen volgens zijn overtuiging dat met onderhandelen problemen op te lossen zijn. Sommigen zeggen dat hij niet hard genoeg was, volgens anderen kreeg hij nooit echt de kans. Was zijn protestantisme een handicap in zijn politieke loopbaan, vraag ik hem in het bescheiden kantoor aan de Boulevard Saint-Michel, waar Rocard met een aantal Franse Europarlementariërs huist.

Het antwoord is even kort als blijmoedig: "Integendeel. Het is een voordeel geweest. Mijn protestantse achtergrond heeft me in staat gesteld een positie in te nemen tussen rooms-katholieken en de felste voorvechters van de scheiding tussen kerk en staat." In L'Art de la Paix (uitg. Atlantica, 1998) beschrijft Rocard hoe hij in de crisis op Nieuw Caledonië, die zijn ambtsperiode markeerde, vrede heeft kunnen bereiken door zich als gesprekspartner tussen de partijen op te stellen. Het Edict van Nantes is, zegt hij, niet alleen "een voorbeeld van geïnstitutionaliseerde tolerantie, het is een model voor de organisatie van de vrijheid". In zijn boek probeert hij aan te geven wat daar voor het Midden-Oosten, Noord-Ierland en het Afrikaanse Grote Merengebied uit te leren is. Maar als ik hem vraag de lijn door te trekken naar de sociale verhoudingen in zijn eigen land, verzucht hij: "Men is niet straffeloos katholiek.." Het komt er bijna uit als een wanhoopskreet. In '96 schreef hij Les Moyens d'en sortir, letterlijk: De middelen om er uit te komen (uitg. Seuil). In dat boek mikt hij op arbeidstijdverkorting als middel tegen de werkloosheid. Maar Frankrijks historisch gegroeide onvermogen tot overleg kon hij ook toen al niet doorbreken.

Over de door de paus midden tijdens de herdenking van de Bartholomeusnacht gehouden Wereld Jeugddagen van augustus '97 kan Michel Rocard zich niet opwinden. "Wij zijn religieus gesproken een land in vredestijd. Dat geldt sinds de Revolutie joden, protestanten, toneelspelers en gekleurde mensen als burgers erkende." Volgens Rocard hebben de protestanten hun plaats gevonden en zelfs een stempel gedrukt op Frankrijk, bijvoorbeeld met hun consequente antikolonialisme. "De protestantse mentaliteit van tolerantie en openheid is misschien wel tekenend voor de regering-Jospin."

* * * Dominee Ruff is huiveriger voor het woord 'protestants': "Er zijn te veel soorten van. Kijk naar u zelf. Wat telt is de protestantse cultuur. De belangrijkste bijdrage van het protestantisme aan Frankrijk is intellectueel. Zelfstandig nadenken. Dat dreigt steeds weer te verdwijnen. Calvijn drong er op aan dat iedereen kon lezen. Om de Bijbel te kunnen lezen. Een analfabete protestant, dat kon niet. Als je kijkt wie in dit land op de voorgrond treden, aanzetten tot nadenken, wie poëzie schrijven, Nobel-prijzen winnen, dan zijn dat vaak protestanten, al zijn ze niet talrijk. Zelf heb ik niet het gevoel tot een minderheid te behoren. Die tijd is voorbij.

In religieus opzicht kan niet één organisatie in Frankrijk meer dan vijf procent van het volk claimen. Dacht u dat er zondags meer katholieken naar de mis gaan? Hetzelfde geldt in de politiek: geen enkele partij heeft een meerderheid. Daarom voelen protestanten zich op hun gemak bij een neutrale overheid en hebben zij vrijwillig hun scholen laten opgaan in de openbare scholen. Ik behoor hoogstens tot een minderheid omdat wij met weinig zijn. Dàt is altijd een deel van onze trots geweest.''

Evelyne Sullerot gaat nog iets verder: "Als kind in een belijdende familie was ik me er sterk van bewust dat ik tot een minderheid behoorde. Later, toen ik links was en niet meer naar de kerk ging, verloor ik dat gevoel. Ik was fel voor de scheiding van kerk en staat. Velen zijn daar fanaat in. Wij protestanten kunnen erg scherp zijn, op het antireligieuze af. In Frankrijk betekent dat: antikatholiek. Ik heb het ervaren bij Planning Familial, die ik in '56 mee heb helpen oprichten. In die tijd was iedere gezinsplanning bij de wet verboden. De eerste voorzitster en ik hebben ons daaruit teruggetrokken omdat een meerderheid op den duur volstrekt intolerant was - ieder lid moèst vrijdenker zijn, het waren keiharde rationalisten. Ik heb in mijn leven meer te verduren gehad van fanate antiklerikalen dan van katholieken. De roomse kerk is in dit land op haar retour. Frankrijk is een van de meest onreligieuze landen van Europa." Dit weekeinde heeft in Nantes een herdenkingsfestival plaats, met lezingen, films, debatten en een tentoonstelling. 24 en 25 april zijn in de Sorbonne, in Parijs, de Journées européennes de l'Édit de Nantes. 30 oktober is een studiedag over het Edict in het Maison Descartes in Amsterdam (ere-voorzitters E. Le Roy Ladurie en H. Wesseling) Internetadres Théolib: http://perso.club-internet.fr/theolib

Henri IV en het Edict van Nantes
Het Edict van Nantes is het omstreden akkoord dat de Franse koning Henri IV in april 1598 sloot met de Franse protestanten. Hij gunde hen daarin het recht hun geloof te belijden en burgerrechten uit te oefenen in een beperkt aantal steden. Symbool van het godsdienstgeweld dat aan het Edict was vooraf gegaan is het bloedbad dat in de Sint-Bartholomeusnacht (24 augustus 1572) in het Louvre-paleis werd aangericht. De film La Reine Margot geeft er een idee van. De Parijse 'bloedbruiloft' was het einde van de toenadering tussen koning Karel IX en de hugenotenpartij onder aanvoering van Coligny. In de nacht van het huwelijk tussen de katholieke Marguérite de Valois en de protestantse Henri de Navarre (de latere Henri IV) dwong de koningin-moeder Cathérine de Médicis de koning over te lopen naar de katholieke oppositie en opdracht te geven alle voor het huwelijk samengestroomde protestantse edelen te vermoorden. De moordgolf sloeg over naar Bourges, Saumur, Angers, Lyon, Bordeaux en Toulouse en duurde tot oktober. Zeker 20.000 (volgens andere bronnen 50.000) hugenoten kwamen om het leven. Henri IV zat vier jaar vast in het paleis. Na zijn ontsnapping stelde hij zich aan het hoofd van de protestanten, toen hugenoten genoemd. Om de troon, waarop hij door een aantal sterfgevallen aanspraak kon maken, te kunnen innemen, ging hij in 1593 over tot het katholieke geloof. Het Edict van Nantes heeft maar in beperkte mate gewerkt. Lodewijk XIV herriep het in 1685. Zijn adviseur, de bouwmeester Vauban, wees hem in een geheime notitie op de politieke en economische schade die de uittocht van 200.000 hugenoten had.

Zij namen veel kennis, talent en geld mee: "Laten we ons niets wijsmaken: het koninkrijk is geruïneerd, alles lijdt, alles kreunt. Lodewijk XIV ging door met het vogelvrij verklaren van de protestantse ketters. Die zochten, net als in de zestiende eeuw, een heenkomen in het buitenland, of in 'le désert', de wildernis. In onherbergzame streken als de Cevennen, de Vivarais en de Languedoc werd het geloof doorgegeven. Iedere man die beschikbaar was predikte. Bij ontstentenis traden vrouwen en meisjes naar voren als profetes. Uit rechtbankverslagen zijn hun verhalen overgeleverd. Isa Beauvincent, een analfabete herderin uit de Dauphiné, was vijftien toen zij regelmatig in haar slaap profeteerde over het lichaam van Jezus Christus, dat niet in brood en wijn huist, maar in de hemel verblijft tot het eind van de wereld. Zij sprak tot ontzetting van haar familie in helder Frans, niet de taal van de streek. Isa moest het met de dood bekopen.