Oude regenwoudbeschaving

In het Noord-Braziliaanse regenwoud blijken zich in een doolhof van zandsteengrotten rode en gele rotsschilderingen te bevinden van elfduizend jaar oud.
 

 

Onderschrift:
Kaartje: Vindplaats rotsschilderingen; Foto: Een van de opzienbarende rotsschilderingen in Brazili die elfduizend jaar oud zijn. (Foto Reuter)
Deze ontdekking, door de Amerikaanse archeologe A. Roosevelt uit Chicago, betekent dat Zuid-Amerika eerder dan tot nu toe werd aangenomen bewoond werd en bovendien door mensen die verder ontwikkeld waren dan de mensen in het noorden. De ontdekking is gisteren bekend gemaakt in het Amerikaanse tijdschrift Science.

Op de tekeningen bij Monte Alegre zijn jagers afgebeeld met speren en vrouwen die kinderen baren. Ook zijn te zien een menselijk figuur met een insectachtig hoofd en een merkwaardige figuur die uit de lucht lijkt te vallen met een gigantisch oog in het hoofd en een stralenkrans. Verschillende laboratoria hebben de hoge ouderdom van de vondsten bevestigd.

Tot dusver werd ervan uitgegaan dat de oudste Zuid-Amerikaanse culturen uitlopers waren van de noordelijke zogenoemde 'Clovis-beschaving', genoemd naar de pijlpuntvondsten bij de plaats Clovis in New Mexico (VS). Die vondsten zijn de tot nu toe de oudst bekende menselijke artefacten in Amerika, eveneens ongeveer 11.000 jaar oud. Van deze noordelijke paleo-indiaanse mammoetjagers zijn echter geen schilderingen bekend.

Algemeen wordt aangenomen dat de eerste mensen, van het mongolide ras, ongeveer 25.000 jaar geleden vanuit AziŽ het Amerikaanse continent binnentrokken - via de Beringstraat, die toen drooglag, en daarna steeds verder naar het zuiden.

Onlangs echter presenteerde de Braziliaanse anthropoloog W. Neves een andere theorie. Voorafgaand aan de mongolide 'kolonisering' zou Amerika bevolkt zijn geweest door een mensenras verwant met de huidige Australische Aborigonals, mogelijk op de vlucht voor mongolide volkeren. Deze Aborigonals zouden circa 14.000 jaar geleden in Zuid-Amerika zijn verschenen. Neves baseert zijn theorie op de volgens hem sterke gelijkenis van de oudste Zuid-Amerikaanse schedels met die van de Aborigonals.