'Over het algemeen is doodgaan een morsig gebeuren'

de Volkskrant, Folio, 3 december 1994 (pagina 37)
SUZANNE BAART

De Amerikaanse chirurg Sherwin Nuland schreef een boek over doodgaan 'om het stervensproces te ontmythologiseren'. Het stond wekenlang op de bestsellers-lijsten. 'Er is altijd een grote fascinatie voor de dood geweest, maar de afgelopen jaren is die meer aan de oppervlakte gekomen.'

(foto)

Sherwin Nuland FOTO MARTIJN BEEKMAN

'IK HEB ZELDEN grote waardigheid gezien in de manier waarop mensen doodgaan. Over het algemeen is doodgaan een morsig gebeuren, met vaak veel lichamelijke pijn en geestelijk lijden. We hebben een verkeerde voorstelling van doodgaan. Dat moet veranderen, willen we nog een kleine kans hebben op een waardig einde.'

De Amerikaanse hoogleraar chirurgie Sherwin Nuland (64), tevens hoogleraar in de geschiedenis van de geneeskunst aan Yale University, schreef een boek over het einde van het leven, How We Die, dat zeventien weken op de bestsellers-lijst van The New York Times stond, tussen boeken over bijna-doodverhalen. Het boek kreeg lovende recensies en Nuland was te gast in alle belangrijke talkshows. Het gevolg is dat zijn leven en dat van zijn vrouw en vier kinderen volledig is veranderd, tot ieders genoegen overigens.

In verband met het verschijnen van de Nederlandse vertaling, Hoe wij doodgaan - Bespiegelingen over het einde van het leven, bracht Nuland een bezoek aan Nederland. 'Er is altijd een grote fascinatie voor de dood geweest, maar de afgelopen jaren is die meer aan de oppervlakte gekomen', zegt hij. 'Tot het midden van de jaren zeventig nam het geloof in onsterfelijkheid toe: alles was te genezen. Tot de dodelijke ziekte aids haar intrede in ons leven deed. Iedereen kent in zijn omgeving wel iemand die aan aids is overleden. En we konden er niets aan doen.'

Babyboomers dachten met een gezond leven de dood te kunnen misleiden en eeuwig jong te blijven. 'Maar jonge mannen kregen hartaanvallen en vrouwen stierven aan borstkanker. Bovendien werd deze joggende generatie geconfronteerd met het sterven van hun ouders. En ze hadden geen antwoord op allerlei vragen rond de dood.'

Er was, zoals Nuland het uitdrukt, een man nodig met MD (medical doctor) achter zijn naam die zei dat het goed was om over de dood te praten.

'Ik paste, zonder dat ik dat zelf besefte, in een tijdgeest. Ik dacht dat mensen bang zouden worden door mijn beschrijving van de meest voorkomende doodsoorzaken, maar het tegendeel was het geval. Ik kreeg honderden brieven en telefoontjes van mensen die wilden praten over de dood van een geliefd iemand of over henzelf.' Hij schreef het boek 'om het stervensproces te ontmythologiseren'. 'Veel mensen raken aan het eind van hun leven bewusteloos. Er zijn geluksvogels die na een zware ziekte gezegend worden met een opmerkelijk vredig en zelfs bewust geleefd heengaan. Maar zelfs zij die erin slagen enige waardigheid te bewaren, hebben de dagen of weken die aan het sterven vooraf gingen, hun beker van geestelijk lijden en lichamelijke pijn vaak tot op de bodem geledigd.'

Te vaak heersen bij patiŽnten en hun familie te hoge verwachtingen, waaraan niet kan worden voldaan. Dat ondervond ook Nuland tijdens zijn dertigjarige carriŤre als chirurg. 'Er heersen vaak verdriet en teleurstelling over het falen van een medische gemeenschap die toch haar uiterste best heeft gedaan. Of nog erger: meer dan hun best, omdat ze de strijd voortzette toen de nederlaag al lang onvermijdelijk was.'

Nuland erkent dat ook hijzelf heeft behandeld waar beter niet meer behandeld kon worden, uit angst door collega's bekritiseerd te worden. 'Want als arts mag je niet opgeven. Het gevolg is wel dat aan het einde van een leven nog behandelingen worden toegepast die de stervende tegen wil en dank steeds dieper meeslepen in een spiraal van ellende, waaruit geen ontsnapping mogelijk is. Het is veel beter te weten wat doodgaan inhoudt en keuzen te maken die de meeste kans bieden het ergste te voorkomen. En wat niet kan worden voorkomen, kan meestal op z'n minst worden verlicht.'

Er zijn twee manieren om te proberen de dood te krijgen die je wilt, zegt hij.
'Niet via een levenstestament. Vooral in Amerika werkt zo'n verklaring slecht. Maar dat komt doordat artsen veel te vaak voor de rechter worden gesleept. Als de dokter doet wat in een levenstestament staat, kan een familielid die het daarmee niet eens is, die arts het leven zeer moeilijk maken.'

Hij gelooft meer in het benoemen van een mentor. In Nederland wordt gewerkt aan een wet die het mentorschap regelt. 'Zo'n mentor spreekt namens de patiŽnt, in plaats van de hele familie, die soms met eigen belangen zit of persoonlijke problemen met de stervende heeft.'

Een tweede manier is de directe omgeving te laten weten wat we willen. 'Er zijn maar een paar mensen die we echt liefhebben. Met hen moeten we praten over de dood, nu, en niet pas aan het einde als het te laat is. Niet alleen een coma, ook een dodelijke ziekte kan iemand wilsonbekwaam maken.'

Jezelf van het leven beroven, vindt Nuland, is altijd fout. Behalve wanneer dat gebeurt omdat 'de gebreken van de oude dag of de laatste verwoestingen van een terminale ziekte het leven ondraaglijk maken.' Hij maakt zich zorgen over de stijging van het aantal 'sluipende zelfmoorden': verdovende middelen, alcohol, onveilig rijden, gevaarlijke seksuele gewoonten en andere manieren van jonge mensen om tegen de normen en waarden van de samenleving aan te schoppen.

In het boek komen 'zes ruiters naar de dood' aan de orde: hartziekten, kanker, ouderdom, (zelf)moord, aids, ongelukken en euthanasie. 'De wapens van deze ruiters zijn: stilvallende bloedsomloop, ontoereikende zuurstoftoevoer, haperende hersenfunctie, falende organen en de vernietiging van de vitale centra.'

Bij deze ziekten gaat het vaak om jongere mensen. 'Hoogbejaarden bezwijken niet aan een ziekte', schrijft Nuland. 'Ze imploderen de eeuwigheid in.' Maar officieel heet het dat 'ouderen sterven aan arteriosclerose, hoge bloeddruk, ouderdomssuikerziekte, vetzucht, pyschische ziekten als Alzheimer, kanker en een verminderde weerstand tegen infecties'.

Nuland wilde oorspronkelijk een medisch handboek schrijven, net als zijn vorige vier boeken. 'Maar door het onderwerp begon ik steeds meer na te denken over mijn eigen leven. Ik ben geen schrijver; ik heb nooit een cursus gevolgd om het te leren. Ik kan alleen maar schrijven over wat ik zelf weet, heb gezien, heb ervaren.'

Dat levert de mooiste gedeelten van het boek op. Nuland, zoon uit een joods immigrantengezin, schrijft over Bubbe, de grootmoeder die hem en zijn broer Harvey opvoedde nadat zijn vader aan tuberculose overleed en zijn moeder niet lang daarna aan kanker. 'Ik realiseerde me dat ik achttien jaar had gekeken naar het sterven van mijn grootmoeder. Ze werd 97 jaar oud en ging uiteindelijk volgens de officiŽle lezing dood aan longontsteking, maar in werkelijkheid stierf ze aan ouderdom.'

Hij schrijft ook over het sterven van zijn broer Harvey, die - net als zijn moeder en zijn tante Rose - aan kanker is overleden. Bij hem maakte Nuland de fout die hij anderen zo verwijt: de patiŽnt de waarheid over de ernst van zijn ziekte onthouden. En dus werd er tegen beter weten in doorbehandeld, terwijl Harvey stervende was.

'Veel moderne artsen voelen het als een verantwoordelijkheid dat in geval van twijfel meer behandeling altijd beter is dan minder. Maar meer behandelen voorziet hoogst waarschijnlijk eerder in de behoefte van de arts dan in die van de patiŽnt', schrijft Nuland in zijn boek. Hij denkt, sinds het verschijnen ervan, veel meer na over zijn eigen dood. 'Wat mijn eigen dood betreft heb ik een universele wens: ik wil dat het zonder pijn zal zijn. Maar ik ben me, op grond van ervaringen, ervan bewust dat het waarschijnlijk anders zal gaan dan ik wil.'

Praten over de dood is praten over het leven, zegt hij. 'Ik zoek mijn hoop in de wijze waarop ik tracht te leven, opdat zij die waarderen wie ik ben, profijt hebben van mijn tijd op aarde en achterblijven met troostende herinneringen aan wat we voor elkaar hebben betekend.' Een wijs gezegde spoort ons aan te leven alsof elke dag onze laatste is, maar het kan volgens Nuland geen kwaad daarnaast het advies 'leef alsof je het eeuwige leven hebt' te leggen.

Suzanne Baart

Sherwin B. Nuland: Hoe wij doodgaan - Bespiegelingen over het einde van het leven.