Stel grenzen aan het gesleutel aan de mens
Cees Dekker 10 NOVEMBER 2007 NRC

Nieuwe technologieŽn zullen een revolutie veroorzaken in de manier waarop we naar onszelf kijken. Gentechnologie, nanotechnologie en synthetische biologie maken het mogelijk steeds ingrijpender aan de mens te sleutelen. Maar het optimisme over verbetering van de mens is naÔef. Bovendien is de menselijke waardigheid in het geding. We moeten waken voor een genetische wapenwedloop.

Ik verbaas me soms over wat in mijn vakgebied gebeurt. De gezaghebbende Amerikaanse National Science Foundation organiseerde een workshop getiteld Convergerende technologieŽn voor het verbeteren van de menselijke prestaties. Die voorspelde dat deze technologieŽn (gentechnologie, nanotechnologie, synthetische biologie) zullen leiden tot wereldvrede, universele welvaart, en evolutie naar een hoger niveau van verworvenheden en medeleven. Staat dit inderdaad te gebeuren: door nieuwe technologie naar een betere wereld?

Het is een toekomstbeeld dat herinnert aan Aldous Huxleys beroemde roman Brave New World uit 1932. Hij schetste een wereld waarin mensen genetisch geprogrammeerd zijn voor verschillende klassen en waar het bestaan geconditioneerd wordt van een kunstmatige conceptie tot aan een zachte dood. Oppervlakkig bezien een heel aangename wereld met de onmiddellijke bevrediging van elke menselijke behoefte, van vrije seks en quasireligieus topamusement tot de gelukzalige gevoelens opgewekt door soma pretdrugs. Maar wie het gesprek beluistert tussen Mustapha Mond, een van de beheerders van deze nieuwe wereld, en de wilde, de buitenstaander die bij uitzondering niet was afgericht volgens het strakke regime van psychologische africhting, voelt weinig sympathie meer voor Mustapha.

De wilde sprak Maar God is de reden van alles wat edel en mooi en heldhaftig is. Beste jonge vriend, zei Mustapha, [...] De mensen worden zo afgericht dat ze alleen maar kunnen doen wat ze behoren te doen. [...] Iedereen kan tegenwoordig deugdzaam zijn. Je kunt immers de helft van je moraliteit in een flesje bij je dragen. Christendom zonder tranen - dat is soma.

De wilde gaat hier tegen in: Maar de tranen zijn noodzakelijk. [...] Het is al te gemakkelijk. Wij doen de dingen liever op ons gemak, antwoordde Mustapha. Maar ik wil geen gemak. Ik wil God, ik wil poŽzie, ik wil echt gevaar, ik wil vrijheid, ik wil goedheid. Ik wil zonde. Feitelijk, zei Mustapha, eist u het recht op om ongelukkig te zijn. Om maar niet te spreken van het recht om oud en lelijk en impotent te worden; het recht om syfilis en kanker te hebben; [...] het recht om voortdurend in angst te leven voor wat er morgen kan gebeuren [...]

Er viel een lange stilte. Dat eis ik allemaal, zei de wilde ten slotte.

Mustapha haalde de schouders op. U doet maar, zei hij.

Dit fragment schetst de tegenstelling tussen een volstrekt gecontroleerde maatschappij met volmaakt afgestemde mensen en het gepassioneerde verlangen naar het echte vrije leven. In Brave New World zijn armoede en oorlog afwezig, maar toch is deze wereld een dystopia omdat het meest fundamentele ontbreekt: menselijkheid, familierelaties, godsgeloof, moed, creativiteit, kunst, wetenschap - dat alles is verdwenen.

De vraag is: willen we een Brave New World? Maar daaraan vooraf gaat de vraag: is zon wereld mogelijk?


Mijn antwoord op die laatste vraag is een voorzichtig: Misschien wel. Een paar voorbeelden. Het lijkt mogelijk om computers te koppelen aan het brein, waardoor je een actie van een machine kunt besturen, louter en alleen op basis van je gedachten. Via geÔmplanteerde elektroden kan Matthew Nagle, een man die door rugletsel verlamd is geraakt, louter op denkkracht computerspelletjes spelen en op afstand de televisie bedienen. De omgekeerde weg is ook mogelijk: lichaamsreacties kunnen worden aangestuurd door een commando te typen op een toetsenbord dat via elektrische signalen naar de hersenen leidt. Hersensignalen kunnen dus worden opgenomen ťn aangestuurd.
Sommige wetenschappers voorspellen dat we volledige controle kunnen verwerven om gedachten te kunnen planten in het geheugen van mensen. En ook dat kunstmatige intelligentie die van de mens vele malen zal overstijgen.

Ook op moleculair niveau wordt het onderscheid tussen levend en levenloos kleiner. Het nieuwe vakgebied synthetische biologie draait om het herontwerp van natuurlijke biologische systemen en het maken van geheel nieuwe biologische onderdelen. De gedachte is dat je - analoog aan de opbouw van een computer uit losse transistors - biologische systemen kunt bouwen uit losse onderdelen zoals stukjes DNA en eiwitten. Dat biedt een nieuwe invalshoek op de levende natuur, een bottom up ingenieursbenadering. Hoewel synthetische biologie nog in de kinderschoenen staat, is er al veel mogelijk in het sleutelen aan bestaand leven. Met genetische recombinant technieken - zojuist beloond met de Nobelprijs - kunnen genen uit het ene organisme overgeplaatst worden naar een ander organisme, waardoor eigenschappen worden veranderd of nieuwe toegevoegd.

De mogelijkheden voor grootschalige genetische testen staan voor de deur. Er kan prenataal getest worden op ziektes, maar in principe ook op aanleg voor uiterlijke lichaamskenmerken, bepaalde karaktereigenschappen, IQ, en allerlei andere zaken waar ouders een bepaalde voorkeur voor kunnen hebben.

Nature-redacteur Oliver Morton gaf een treffende schets van een mogelijke toekomst: Een jong stel gaat naar de kliniek en levert sperma en wat eicellen af. De kliniek verwerkt dit tot embryos en analyseert de verschillende mengsels van de genen die de verschillende embryos dragen. De ouders krijgen de genetische profielen van die embryos en advies over hoe de genen verband houden met verschillende eigenschappen, fysiek en mentaal. [...] De ouders kiezen het profiel dat hen aanspreekt, op basis van de criteria die hen aanspreken. Het gekozen embryo wordt verder gekweekt in de reageerbuis [...] en dan gaat de zwangerschap van start.

Willen we dit echt, deze keuze-eugenetica met een kind als product? Wat te doen als het product tegenvalt, als er onverhoopt toch een foutje in zit, of als het misschien verveelt?

We staan voor fundamentele keuzes. Bio-ethicus Leon Kass, de vorige voorzitter van de presidentiŽle raad voor bio-ethiek in de Verenigde Staten, stelde recentelijk: Alle natuurlijke grenzen staan ter discussie. Alle grenzen die ons als menselijke wezens hebben gedefinieerd. De grens tussen mens en dier aan de ene kant, de grens tussen mens en supermens - of een god - aan de andere kant. De grenzen van het leven, de grenzen van de dood. Dit zijn de vragen van de eenentwintigste eeuw - en niets zou belangrijker kunnen zijn. Dramatische woorden, maar ik onderschrijf ze.

De nieuwe technologieŽn bieden krachtige mogelijkheden voor bijvoorbeeld medische toepassingen, maar zoals bij elke technologie is er ook een schaduwzijde. Discussie over de risicos is nodig en is in Nederland recentelijk gestart door het Rathenau Instituut.

Achter de discussie over de nieuwe technologie ligt een maakbaarheidsideaal, een visie hoe leven behoort te zijn.

De hooggestemde, overoptimische verwachtingen met dromen over een heerlijke nieuwe wereld hebben een filosofische basis, het zogeheten transhumanisme, gepropageerd door onder anderen filosoof Nick Bostrom uit Oxford en futuroloog Ray Kurzweil in Amerika. Deze beweging eist het morele recht op om door genetische manipulatie en andere technieken de mens fundamenteel te verbeteren. Door de intellectuele, fysieke en psychologische capaciteiten van de mens te vergroten willen zij persoonlijke groei mogelijk maken die onze huidige biologische beperkingen doorbreekt. Zij zien de mens in zijn huidige vorm als een tussenstap in de evolutie (vandaar de naam transhumanisme), met als volgende stappen de verbetering (enhancement) van de mens en een integratie van mens en computer.

Ik ben zeer kritisch over dit transhumanisme dat ernaar streeft de mens te verbeteren. Merk op dat we hier te maken hebben met een trendbreuk: tot nu toe was het doel in de geneeskunde het herstel van gebreken in de gezondheid van de mens. Verbeteren is echter fundamenteel iets anders dan herstellen.

Deze begrippen onderscheiden zich door het beoogde doel dat anders gericht is: therapie beoogt herstel naar een normale functionaliteit, transhumanistische verbetering stelt expliciet het doel om uit te stijgen boven het normale. Ik ondersteun de inzet van technologie om mensen beter te maken, maar verwerp het streven om betere mensen te maken als hoogmoed, die gevaarlijke bijeffecten zal hebben.



Het transhumanisme is niet tevreden met de huidige mens, maar wil deze overtreffen door een extreme make-over. De vraag dringt zich op wat het doel daarvan is, hoe die ideale posthumane mens er dan uit moet ziet. Het optimaliseren naar de menselijke behoeften lijkt immers linea recta te leiden naar een Brave New World-achtige maatschappij. Als het hogere doel de genoemde wereldvrede, universele welvaart, en een hoger niveau van verworvenheden en medeleven is, is het zeer de vraag of het transhumanisme de juiste weg wijst.

Het wezenlijke probleem van de mens is niet zijn beperkte fysieke of mentale capaciteit, het is moreel van aard. Concreet: discriminatie, hebzucht of geweldpleging, zijn allemaal niet het gevolg van de beperkte capaciteiten van de mens. De filosoof Martin Heidegger zei terecht: De bedreiging van de mens komt in eerste instantie niet van dodelijke machines en technologische apparaten; de werkelijke bedreiging heeft altijd gelegen in de essentie van de mens zelf.

UtopieŽn zoals het transhumanisme denken naÔef optimistisch dat de mens al zijn nieuw verworven krachten wel zal aanwenden ten goede. Zij gaan ervan uit dat technische eigenschappen de mens determineren en dat verbeteringen daarvan dķs een betere mens produceren. Daarmee wordt onderschat dat de mens geneigd is tot eigenbelang en misbruik, of in een bijbelse term: tot zonde.

In het bekende bijbelse paradijsverhaal, waarin het doopceel van de mens wordt gelicht - ook die van ons 21ste-eeuwers - heeft de mens alles wat er maar te wensen valt. Maar hij kiest ervoor om het enige gebod van God te overtreden: te eten van de boom van kennis van goed en kwaad. De mens wordt hiertoe gemotiveerd door de woorden van de slang: Jullie ogen zullen opengaan, jullie zullen zijn als goden. Deze oerzonde, te willen zijn als God wordt heel direct geÔllustreerd in het transhumanisme dat streeft naar ongelimiteerde capaciteiten, naar eeuwig leven, naar goddelijke macht, naar het ultieme zelfbeschikkingsrecht.

Doemdenken over de genoemde techniek is overigens niet op zijn plaats. We moeten onderscheid maken tussen de technologie sec en het sciŽntistische wereldbeeld dat hier achter kan liggen. Ter illustratie: ik verricht zelf met enthousiasme onderzoek op de grens van nanotechnologie en biologie en ik ben gefascineerd door de mogelijkheden van synthetische biologie.

De werkelijke discussie gaat echter niet over de kennis en techniek zelf, maar over de toepassing ervan, en daar spelen overwegingen die de wetenschap overstijgen. De kernvraag is: waartoe willen we de nieuwe technologieŽn inzetten? Vanuit een christelijke optiek zie ik de cultuuropdracht om de aarde verantwoord te beheren en te bewerken, voor het aangezicht van God en ten dienste van de naaste.

Die opdracht moge in algemene zin duidelijk zijn, maar de voortschrijdende technologie leidt tot duivels moeilijke dilemmas: wel of niet genetische manipulatie van voedsel, dier of mens? Wel of niet een kind aborteren omdat je uit een prenatale test weet dat het een hazenlip heeft? Wel of niet klonen van embryos? Welke criteria leggen we aan bij dit soort keuzes?

Een kernbegrip in deze afwegingen is de menselijke waardigheid. Dit is een waarde die voor mij uitstijgt boven concurrerende waarden zoals economische efficiŽntie of de vrije voortgang van wetenschappelijk onderzoek.

De waardigheid van de mens is een centraal begrip in de christelijke traditie. Christenen geloven dat homo sapiens, ondanks de evidente biologische verwantschap, fundamenteel anders is dan het dier, omdat de mens geschapen is naar het beeld van God.

De mens beschikt over een aantal geestelijke capaciteiten dat uitstijgt boven die van het dier, denk aan zijn vermogen tot zelfbeschouwing, abstract denken, ontwikkelde moraal, en wellicht het meest: zijn religieuze geaardheid. Alle leven en de hele natuur verdienen ons respect, maar de mens in het bijzonder. Elk mens kent een intrinsieke waarde waar niet aan valt te tornen, ook de zieke, oudere, gehandicapte medemens.

Het concept van de waardigheid van de mens wordt overigens breed onderschreven. Zo luidt het eerste artikel van het Handvest voor Fundamentele Rechten van de Europese Gemeenschap: De menselijke waardigheid is onschendbaar. Zij moet worden gerespecteerd en beschermd. En ook de recente Beleidsbrief Ethiek van het kabinet neemt de waardigheid van de mens als rode draad.

Ik vrees dat sleutelen aan de mens zoals dat voorgesteld wordt door transhumanisten, aan die waardigheid afbreuk zal doen. Want transhumanistische verbetering en keuze-eugenetica gaan hand in hand. En eugenetica is moreel verwerpelijk omdat het strijdt met de principiŽle gelijkwaardigheid van mensen. Want het stelt dat mensen met bepaalde kenmerken waardevoller zijn dan anderen. Het devalueert mensen met een handicap, mensen met een lage intelligentie, de ouderen, de zwakkeren. Zij allen verworden tot tweederangs mensen.

Het toepassen van genetische selectie om de mens te verbeteren heeft buitengewoon vergaande consequenties. Het zal effecten hebben op de persoon op wie het wordt toegepast, maar ook op al zijn of haar nageslacht. Als de stap naar verbetering eenmaal is gezet, is die onomkeerbaar. Morele keuzes worden dan vervangen door strategische keuzes.

Hoe moet het dan in de praktijk met dat jonge stel dat naar de kliniek gaat voor een genetische test van hun toekomstige kind? Als pre-implantatie genetische diagnostiek wordt toegestaan - het huidige kabinet is daar nog onduidelijk over - lijkt mij dat we dit type screening moeten beperken tot het testen op ernstige ziektes, en dat we moeten afzien van selectie op zeg een hoger IQ of een atletischer bouw.

Ik geef toe, de grens tussen het medische herstel van een genetisch defect naar genetische verbetering is dun. Het onderscheid zal in de praktijk soms lastig te maken zijn, maar het verschil in intentie is betekenisvol en de consequenties zijn enorm. Een besluit om verbetering toe te staan kan leiden tot een kloof tussen hen die deze verbetering niet hebben, de natuurlijken, en hen die het wel hebben, de genrijken, wat zal leiden tot genetische discriminatie. Ook kan het leiden tot een genetische wapenwedloop waar elke volgende generatie door genetische selectie er weer meer IQ- punten bij kan krijgen. De competitieve sfeer zal nog sterker dan nu bepalend worden voor de waardering van personen in de maatschappij, en deze ontwikkeling zal de positie van de zwakkeren onder druk zetten.

Ik neem stelling tegen dit transhumanisme. Ik verkies veruit het wereldbeeld waar ten volle plaats is voor de mens zoals de mens is, een waardig wezen in al zijn glorie en beperktheid, een mens die zelfs geliefd is door God.

In Brave New World ontbreken menselijkheid, godsgeloof en wetenschap De geneeskunde was altijd uit op herstel. Verbťteren is heel iets anders

Info:

Universiteitshoogleraar van de TU Delft en werkzaam in de moleculaire biofysica. Dit stuk is een sterk verkorte weergave van het hoofdstuk Naar een Brave New World? van Cees Dekker in de recent verschenen bundel Omhoog kijken in platland - over geloven in de wetenschap onder redactie van C. Dekker, R. van Woudenberg en G. van den Brink.