Prof. dr. Hans Crombag, rechtspsycholoog: "Ook wijze rechters gaan fout in een fout systeem'; "Ik zeg wel eens tegen mijn dochters: lieverd, als je me echt wilt pakken, moet je roepen dat ik een ouwe viezerik ben die je vroeger misbruikt heeft.

Door FritsAbrahams 16 mei 1992 NRC

Prof. dr. Hans Crombag was onderwijsonderzoeker voordat hij zich in de rechtspsychologie bekwaamde. Na een bijzonder hoogleraarschap in Leiden werd hij in 1986 hoogleraar rechtspsychologie aan de Rijksuniversiteit Limburg. Samen met twee andere rechtspsychologen publiceerde hij onlangs een boek, "Dubieuze zaken', dat veel stof doet opwaaien. Een interview over de gebreken van het Nederlandse strafrechtsysteem. ""De problemen van onze strafrechtspraak liggen besloten in onze regels en gebruiken.''

"Dat boek is natuurlijk bedoeld om opzien te baren, om irritatie te veroorzaken en door te dringen tot juristen. We willen bereiken dat ze er niet omheen kunnen.'

Hans Crombag (56), hoogleraar rechtspsychologie aan de Rijksuniversiteit Limburg en de Universiteit Antwerpen, in zijn werkkamer in het Maastrichtse universiteitsgebouw. Een charmante, erudiete spraakwaterval die niet voor strong opinions terugdeinst.

Sinds kort is hij, tot zijn verbazing, met de psychologen dr. P.J. van Koppen en prof.dr. W.A. Wagenaar auteur van een heuse wetenschappelijke bestseller: Dubieuze zaken, een boek met veel scherpe kritiek op de Nederlandse strafrechtspleging. De eerste druk is al bijna uitverkocht - een zeldzaamheid bij dergelijke boeken. ""Dit is zonder twijfel een bijzonder belangrijk boek voor het praktische rechtsbedrijf'', schrijft Jan Leijten, advocaat-generaal bij de Hoge Raad, in zijn voorwoord.

Het boek leidde al tot verhitte discussies op radio en televisie en tot lovende kritieken in de pers.

Crombag: ""We willen dat de juridische gemeenschap zich via de druk van de publieke opinie met de inhoud van dit boek verstaat. Ik werk allang op dit terrein, ik heb in de loop der tijd hele brave en serieuze boeken geschreven, vaak samen met juristen. Ruim een jaar geleden heb ik met Van Koppen, ook een rechtspsycholoog, een boek samengesteld met bijdragen van tal van mensen uit de rechtspsychologie: De menselijke factor: psychologie voor juristen. Zo'n boek wordt welwillend ontvangen, maar het verdwijnt, het speelt niet echt een rol. Het kwam uit bij een juridische uitgever, en we zijn met Dubieuze Zaken dan ook naar een publieksuitgever gestapt.''

U bent, evenals de andere auteurs van "Dubieuze zaken', rechtspsycholoog, geen jurist. Wat houdt dat precies in: rechtspsychologie?

""Het is een jonge tak van de toegepaste psychologie, zoals je ook onderwijspsychologie hebt en arbeidsorganisatiepsychologie. In Amerika bestaat er een oudere traditie, wij kennen de rechtspsychologie eigenlijk pas sinds een jaar of vijftien. Het gaat bij ons om een klein clubje mensen, hooguit vijftien.

""Het recht heeft twee kanten waarmee wij ons als psycholoog bezighouden. In de eerste plaats zijn er de deelnemers aan de strafrechtspraak in allerlei rollen: rechters, officieren van justitie, verdachten, advocaten. Hun gedrag wordt niet alleen bepaald door juridische factoren, maar ook door het feit dat ze nu eenmaal zijn wat ze zijn: mensen.

""Daarnaast kun je het recht zien als een verzameling regels die bedoeld is om uw en mijn gedrag te be´nvloeden
. Het recht zit in feite vol met veronderstellingen over hoe mensen zijn. Als u dronken bent en geweld pleegt in een kroeg, dan wordt u daarvoor bestraft met een straf die geacht wordt u de volgende keer af te schrikken. Maar is dat ook zo? Dat proberen wij psychologen na te gaan.''

Hoe verklaart u dat een boek als "Dubieuze zaken' juist niet door juristen geschreven werd?

""De allesoverheersende preoccupatie van een strafrechtjurist is: hoe behoort het strafrecht in elkaar te zitten. Rechtspsychologen zijn empirici, wij zijn gewend te kijken naar wat er de facto gebeurt en om ons af te vragen: hoe komt dat nou? Maar belangrijker is dat wij nog steeds met vreemde ogen naar dat bedrijf kijken en dus bepaalde dingen veel scherper zien. Bij juristen zie je, sterker dan in menige andere beroepsgroep, een socialisatieproces: je moet deel gaan uitmaken van een gemeenschap die haar eigen taal spreekt. Het is een nogal gesloten wereld, en als je er eenmaal inzit, zie je de rariteiten niet meer.

""Juristen hebben een eigen soort logica. Ik ben een tijdlang bijna verslaafd geweest aan de redeneertrant in de arresten van de Hoge Raad. Ik kwam er regelmatig wendingen in tegen waarvan ik dacht: is dat wel een goed argument? Maar na verloop van tijd ga je inzien dat het, vanuit hun optiek, inderdaad een goed argument is.''

Maar al die tijd groeide bij u de irritatie.

""Nou ja, ik moest vooral geweldig lachen. In de hoofden van andere mensen kruipen en daar de gekkigheden zien - dat is vooral een bron van entertainment. Maar ik geef toe dat er in ons boek ook irritatie boven komt. We hadden afgesproken dat we onze kritiek zouden verpakken in ironie, maar op sommige punten breekt onze woede door.''

Crombag, Van Koppen en Wagenaar beschrijven in Dubieuze zaken hoe de rechter in een aantal concrete zaken tot een veroordeling is gekomen. Hoe maakte hij daarbij van bewijsmiddelen gebruik en hoe zijn die bewijsmiddelen tot stand gekomen? Ze vroegen 72 advocaten om de dossiers van strafzaken die naar hun oordeel tot een aanvechtbare uitspraak hadden geleid. Dat resulteerde in de selectie van 35 zaken die uitvoerig worden geanalyseerd.

Was u verbaasd over het aanbod aan zaken?

""Ja. Wij dachten dat wij hier en daar wel op een fout zaakje zouden stuiten, maar dat het nogal zeldzaam zou zijn. We veronderstelden ook dat er in een aantal zaken uiteindelijk niets aan de hand zou zijn. Per slot van rekening is de advocaat niet helemaal objectief. Maar de snelheid waarmee die zaken konden worden aangeboden, plus het feit dat het altijd raak was - dat heeft ons verbaasd. De omvang van het probleem heeft ons meer verrast dan de aard ervan.''

Wat is de omvang precies?

""Wij willen niet zeggen dat die 35 zaken karakteristiek zijn voor de gemiddelde Nederlandse strafzaak. Dat is immers een routinematige aangelegenheid: de verdachte bekent en er is geen bewijsprobleem. Maar in die 35 zaken kwamen de rechters voor dilemma's te staan doordat de verdachte ontkende en het bewijsmateriaal tegenstrijdigheden bevatte. Wij schatten die moeilijke zaken op tien procent van het totaal aan strafzaken. En wij nemen aan dat het in drie procent van alle zaken echt fout gaat - dus enkele honderden gevallen per jaar.''

Bedoelt u nu rechterlijke dwalingen?

""Dat is een kwestie van definitie. De gemiddelde Nederlander denkt bij rechterlijke dwaling aan een onschuldig iemand die veroordeeld is. Dat hebben wij in geen van deze gevallen met zekerheid kunnen beweren. Wij stellen wŔl vast dat in geen van de door ons onderzochte gevallen het bewijs is geleverd. Dat kun je ook een rechterlijke dwaling noemen en het is aan juristen een minstens even ernstig verwijt.

""Statistisch gezien moet de kans groot zijn dat een aantal van de veroordeelde mensen in deze zaken ten onrechte zit. Mijn indruk is dat het daarbij vooral gaat om mensen die beschuldigd zijn van seksueel misbruik van kinderen. Een andere onderzoeker, Benjamin Rossen, heeft daar onderzoek naar gedaan en zijn conclusie is dat tientallen mensen op dit punt ten onrechte veroordeeld zijn. Hij zou daar best eens gelijk in kunnen hebben.''

U weet dat Rossen een omstreden onderzoeker is? In zijn boek over de zaak Oude Pekela toont hij wel erg veel begrip voor de pedofiele medemens.

Hij zou daar beter over kunnen zwijgen, het zou zijn andere werk geloofwaardiger maken. Maar hij is een integere vakman, iemand met grote vasthoudendheid en morele moed, die voortreffelijke rapportages maakt, onder andere voor een PvdA-commissie. Natuurlijk wordt hij verdacht gemaakt, dat overkomt Wagenaar nu ook. De mensen proberen me los te weken van Wagenaar. Die rare kwast, zeggen ze dan. Maar ik weet uit wat voor bron dergelijke verdachtmakingen komen.''

De grootste woede van de drie rechtspsychologen richt zich in Dubieuze zaken op de rol van de gedragsdeskundigen in het strafproces. De rechters onderwerpen zich te kritiekloos aan hun oordeel, vinden de auteurs. De forensische psychiaters, de orthopedagogen in zaken van seksueel misbruik, zij zouden doorgaans slecht gefundeerde rapportages uitbrengen.

""Bij die orthopedagogen gaan we echt over de rooie'', beaamt Crombag.

Waarom bij hen?

""Vanwege de extreme stupiditeit. Op dat soort stommigheden hebben wij juristen niet betrapt.''

U noemt in uw boek geen namen, maar ik meen in een beschrijving de orthopedagoge mevrouw Lamers-Winkelman ("mevrouw Groenteman') te herkennen.

Een lachje. ""Daar kan ik u niet over inlichten.'' Dan: ""Ik was er voor om namen te noemen, maar die discussie heb ik verloren. Enfin, je houdt het niet voor mogelijk wat wij hebben gevonden. We konden dat niet meer leuk beschrijven. We moesten hier recht voor z'n raap gaan vloeken.''

U laat in een letterlijke weergave zien hoe sturend en suggestief een orthopedagoge een kind ondervraagt dat slachtoffer zou zijn van seksueel misbruik. Wat mij vooral verraste: dit zou na de Bolderkar-affaire zijn gebeurd.

""Een van die twee door ons beschreven orthopedagogen heeft eerder een rol gespeeld in de Bolderkar-affaire. Die heeft dus niets geleerd. Het gaat gewoon door. Tot op de dag van vandaag is het mogelijk dat dit soort mensen in interviews met kinderen dezelfde fouten maakt. Het gaat niet alleen om de poppenmethode, maar om het vraag- en antwoordspel waarin je de fouten ziet gebeuren. Deze vrouwen zijn beyond salvation. Vergeleken met dit soort experts zijn ze bij de politie wonderen van rationaliteit en onpartijdigheid.''

Nog iemand die het in uw boek moet ontgelden: de prominente forensische psychiater prof. A. van Leeuwen.


""Dat is een van die geneeskundige plaatsvervangers van de here Jezus op aarde. Die mensen kunnen de meest fantastische dingen beweren, zonder uit te leggen hoe ze eraan komen. Dat noemen ze dan: mijn deskundigheid. En de rechter hoort het aan en denkt: die man zal het wel weten want hij heeft ervoor doorgeleerd. Wij hebben een aantal van die psychiatrische rapportages doorgenomen - we citeren er ook uit - en we waren verbijsterd. We noemen dat de psychiater als "leverancier van onzin'.''

Ernstig: ""Als je in dit land niet oppast, ben je je leven strafrechtelijk niet meer zeker. De vonnissen die je, ongemotiveerd, over je heen kunt krijgen... Een concreet voorbeeld. Ik heb volwassen dochters en als ze op bezoek zijn zeg ik wel eens tegen ze: lieverd, als je me echt wilt pakken, moet je roepen dat ik een ouwe viezerik ben die je vroeger misbruikt heeft. De kans dat ik daar heelhuids vanaf kom, is gering. Je kunt er niks tegen ondernemen, tenzij je je onschuld kunt bewijzen - en dat is dikwijls niet mogelijk.

""Dßßr gaat ons boek over. Wij willen tegen het arbitraire gebruik van het justitiŰle apparaat beschermd worden. De strafrechtspraak in Nederland is geŰrodeerd. Wij laten in onze analyse zien dat het voorkomt dat de politie verdachten woorden in de mond legt, dat processen-verbaal zodanig "gefatsoeneerd' worden dat er vertekeningen optreden die de rechter later misleiden. En de rechter lßßt zich misleiden omdat hij haast heeft. Hij vindt het niet meer nodig om al die getuigen te laten komen, hij leest het wel in de stukken. De rechter-commissaris stelt zich, als hij ingeschakeld wordt, eveneens passief op, gaat te weinig zelfstandig op onderzoek uit - de Fransen hebben een veel actievere onderzoeksrechter.

""Zo ontstaat er onvoldoende tegenwicht voor het Openbaar Ministerie. Ter zitting zou de rechter alsnog voor dat tegenwicht moeten zorgen, maar daar heeft hij, zoals gezegd, geen tijd voor. Daardoor moet hij alles voor zoete koek slikken wat de officier van justitie hem aanbiedt. Terwijl het juist zijn taak is ter zitting te onderzoeken wat de bewijsmiddelen zijn en zijn overtuiging daarop te baseren. Rechtszittingen worden zo papieren rituelen waar men door de stukken heenblaast.''

De advocatuur is er toch ook nog om voor dat tegenwicht te zorgen?

""De meeste strafzaken worden niet door geoefende advocaten gedaan. Er zijn enkele bekende strafpleiters die er hun hoofdwerk van maken, maar dat zijn uitzonderingen.
Onder juristen geldt het burgerlijk recht nu eenmaal als veel interessanter dan het strafrecht. Bovendien heeft de advocaat weinig middelen en bevoegdheden. Eigen deskundigen oproepen? Wie zal dat betalen als de verdachte het niet kan?

""Maar afgezien daarvan: de advocaat moet niet te moeilijk doen in die rechtszaal. Als hij de officier al te fors aanpakt, kan hij daar later last mee krijgen - hij komt hem nog vaak tegen.
En de rechter heeft ook geen behoefte aan lastige vragen. Die wil liever niet dat het mooie, heldere beeld van het dossier verstoord wordt. Dan heeft hij later ook niet de knagende twijfel of de veroordeling wel terecht is.''

U doet nu net of geen rechter in Nederland oordeelkundig te werk gaat.

""Het gebeurt wel, maar naar onze mening niet vaak genoeg. Wij leggen overigens de schuld niet uitsluitend bij domheid of zelfs kwade trouw van rechters. De problemen van onze strafrechtspraak zijn structureel, ze liggen besloten in onze regels en gebruiken. Ook wijze rechters gaan fout in een fout systeem.''

De wortel van het kwaad is volgens u de uitholling van de motiveringsplicht van de rechter ten aanzien van het vonnis. Citaat uit uw boek: ""Waar de rechter niet kan uitleggen hoe een veroordeling tot stand is gekomen en een veroordeelde niet meer kan achterhalen waarom hij veroordeeld is, heerst absolute willekeur. Die karikatuur van de rechtsstaat zijn wij in ons land dicht genaderd.''

""Ja, volgens de Grondwet en het Wetboek van Strafvordering moet de rechter zijn vonnis motiveren, maar die plicht is in de loop der tijd verwaterd. En de Hoge Raad keurt dat in feite goed. Het gaat mij niet om de gemiddelde politierechterzaak, maar om de ingewikkelder zaken waarbij de rechter juist met opzet onvoldoende motiveert omdat het zo'n ingewikkelde zaak is. In de leerboeken kun je zelfs het advies aan rechters vinden: zet niet te veel overwegingen in je vonnis, want dat kan je alleen maar problemen bezorgen als er beroep in cassatie wordt ingesteld bij de Hoge Raad.''

U pakt de Hoge Raad hard aan in uw boek: kwalificaties als "lafhartig' en "beschamend'. U vindt dat de Hoge Raad zich ten onrechte niet bemoeit met bewijskwesties?

""Daar mengt de Hoge Raad zich niet in, want het vaststellen van feiten is officieel zijn taak niet. Maar als iemand stelt: deze feiten kunnen deze tenlastelegging niet dragen, dan is dat een redelijke motiveringsklacht waarover de Hoge Raad zich best zou kunnen uitspreken. Er is een fameus incestgeval waarbij een stiefvader werd veroordeeld voor seksueel misbruik van zijn dochter enkel op grond van de verklaring van het slachtoffer. Dat is niet voldoende en daarom werd als steunbewijs aangevoerd: dat de vader had toegegeven wel eens alleen met zijn dochter thuis te zijn geweest, plus de verklaring van de huisarts dat de vrouw - inmiddels meerderjarig - geen maagd meer was.

""Ook Jan Leijten heeft opgemerkt dat dit als steunbewijs onvoldoende is, maar ook hij vindt dat de Hoge Raad zich daarmee niet kan inlaten. Mijn antwoord is: waarom niet? De Hoge Raad zou best kunnen uitleggen waarom zo'n motivering niet kan.
Het ligt binnen zijn bevoegdheden om het begrip steunbewijs nader te definiŰren. Daaraan heeft de Hoge Raad zich tot nu toe lafhartig onttrokken.''

Onlangs heeft prof. T.M. Schalken een commentaar gepubliceerd bij het arrest van de Hoge Raad in de zaak Finkensieper. Volgens Schalken voldoet het arrest op een belangrijk onderdeel niet aan de eisen van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het gaat over het feit dat de getuigen niet ter zitting zijn opgeroepen.

""Dat Finkensieper een rare pief is, dat lijdt geen twijfel. Ik weet in welke context en tijd hij werkte: die rare therapeutische clubs van de jaren zestig. Maar de manier waarop hij berecht is, is zeer onzorgvuldig geweest. Je kunt zo iemand niet veroordelen zonder de getuigen op de zitting te horen. Wij zullen in deze zaak door het Europese Hof worden terechtgewezen. Daar durf ik geld op te zetten.''

Veel van de door u gesignaleerde blunders zijn terug te voeren op slordig werk van de politie. U constateert dat ze zelfs bereid is tot valsheid in geschrifte om het bewijs rond te krijgen.

""Ik neem aan dat dat een uitzonderingsgeval was. Maar afgezien van dergelijk geknoei: er zijn andere praktijken die in hoge mate kwestieus zijn. Bij voorbeeld: er wordt iemand gepakt na een bankoverval. Bij de confrontatie zeggen twee getuigen: dat is hem. Maar acht andere getuigen herkennen hem niet en hun verklaring tref je niet in het dossier aan. Ook is de politie vaak niet ge´nteresseerd in iemands alibi, in alles wat hem zou kunnen ontlasten. Je ziet die houding ook bij de officier van justitie: eenzijdig gericht op het winnen van een zaak, zoals ze dat noemen. Hij is weliswaar een partijdige functionaris, maar als magistraat zou ook hij toch vooral in de waarheid ge´nteresseerd moeten zijn.''

Minister Hirsch Ballin van Justitie was bereid Dubieuze zaken officieel in ontvangst te nemen. Zelfs met een lovende speech. Maar dat stemt Crombag niet milder over het beleid van de minister.

""Onder zijn voorganger, Korthals Altes, is een law and order-beleid ingezet. Boeven pakken en je niet laten dwarszitten door allerlei procesrechtelijke fijnigheden. Bovendien moest het minder geld kosten. Er ontstond een erosie van procesrechtelijke regels om redenen van efficiency.

""Onder Korthals Altes is ook de commissie Moons ingesteld waaraan de minister bijna letterlijk de opdracht gaf: zoek eens uit hoe wij onder de Europese verdragsrechtelijke verplichtingen kunnen uitkomen. Het Europese Hof heeft al vaker tegen ons gezegd: zˇ kan het niet, dit is geen behoorlijk proces. Wij constateren in ons boek dat die commissie Moons allerlei bevoegdheden aan de rechter-commissaris wil onttrekken om in handen van het Openbaar Ministerie en de politie te leggen: het in beslag nemen van allerlei zaken, het doorzoeken van woonhuizen, het afluisteren van telefoonlijnen.

""Ik had van Hirsch Ballin, gezien zijn verleden, verwacht dat hij voor een wending van dit beleid zou zorgen. Dat hij meer oog zou hebben voor de rechtsstatelijke kant. Maar als ik zijn opvattingen hoor over een algemene identificatieplicht en fouilleringsbevoegdheden van de politie, dan concludeer ik dat hij de lijn doorzet. Het heeft te maken met de druk vanuit de politiek, de toenemende criminaliteit waarover iedereen praat. Ik denk overigens dat die lijn na ons boek niet meer zo na´ef kan worden doorgezet.''

Maar je ziet toch een ontwikkeling waarbij witte-boordencriminelen en grote drugsdealers met dure advocaten de dans ontspringen? Daar stapt u in uw boek snel overheen.

""We signaleren die "maffiose minderheid' wel. Onterechte vrijspraak vind ik even erg als onterechte veroordeling.
Ook Hirsch Ballin heeft er ons op gewezen dat justitie talloze vermoedelijke daders moet laten lopen. Alsof het een het ander zou compenseren! In feite betreft het hier een extra verwijt aan politie en justitie. In een aantal gevallen is er tot vrijspraak geconcludeerd, omdat er weer eens het gebruikelijke broddelwerk was geleverd. Gewoonlijk komen ze daar goed mee weg, maar de rechter kan ook wel eens dwarsliggen en erop wijzen dat het bewijs niet geleverd is. Neem de IRA-moorden in Roermond. Daar heeft de politie door eigen stommiteiten met de getuigen, het bewijs zŔlf vernietigd.

""Van de regels die wij adviseren, zoals op het gebied van de identificatie van verdachten - waar de politie bijna altijd fouten maakt -, zal geen enkele boef profiteren. Juist omdat ze de politie dwingen tot zorgvuldiger onderzoek.''