pendelen tussen verstand en sentiment

Hans Boers; Hans Boers is historicus

Paul Hazard: Het Europese denken in de achttiende eeuw. Van Montesquieu tot Lessing 541 blz., geïll., Agon 1993. Vert. Frans de Haan (La pensée européenne au dix-huitième siècle), f. 69,90

"Dat Europa op zoek is naar zijn eenheid, is een feit dat zeker is, dat het tegelijkertijd innerlijk verscheurd is, dat is een niet minder vaststaand feit".
Voordat de literator en historicus Paul Hazard overleed, wisselden toenadering en verwijdering tussen de naties elkaar in de geschiedenis af, als een onoplosbaar innerlijk Europees conflict. Zijn werk behandelt de intellectuele geschiedenis van de zeventiende en achttiende eeuw uit het standpunt van Europa's eenheid.

Hazards leven (1878-1944) bevatte de innerlijke contrasten die hij voor het Europese bewustzijn als kenmerkend zag. Als Frans-Vlaming geboren te Nordpeene was hij noorderling van hart, maar zuiderling van geest. Hij voelde zich intellectueel aangetrokken tot de volken van het génie latin, de Fransen en Italianen. Zijn proefschrift (1910) over de invloed van Frankrijk op de Italiaanse letteren in de achttiende eeuw was het begin van een briljante academische carrière, die resulteerde in een aanstelling aan de Sorbonne (1919), vervolgens aan het Collège de France (1925). Hij werd hoogleraar in de vergelijkende literatuurwetenschap.

In 1940 werd hij in de Académie Française opgenomen. Hazards internationale faam berust echter op het klassieke, in 1935 verschenen La crise de la conscience européenne 1680-1715, in 1990 vertaald als De crisis in het Europese denken. Hierin wordt de psychologische en intellectuele wending in het Europese denken omstreeks 1700 beschreven, aan de hand van schrijvers en filosofen als Locke, Leibniz en Bayle.

La pensée européenne au dix-huitième siècle; de Montesquieu à Lessing, dat in 1946 postuum verscheen, was Hazards vervolg op het werk uit 1935. Blijkens het voorwoord had Hazard een tweede deel in gedachten, dat hij echter nooit schreef. Het boek blijft daarom een torso: belangrijke figuren als Rousseau en Kant worden wel genoemd, maar niet besproken.

De Verlichting stond met haar opvattingen en attitudes aan het begin van het moderne kritische denken. Hoewel het achttiende-eeuwse denken vaak is voorgesteld als de triomf van de rede, bevatte het tal van tegenstellingen. Aanvankelijk is de Verlichting een homogene beweging, Europees in haar context en universalistisch in haar doelstellingen. Zij belichaamt het 'tijdperk van de universele kritiek', zoals Hazard treffend opmerkt. Maar al lang voor de Franse Revolutie ziet hij de Verlichting haast in haar tegendeel eindigen, in een staat van ontbinding.

Vooruitgangsgeloof

Het achttiende-eeuwse denken was aanvankelijk optimistisch gestemd. In 1715 had Europa de 'crisis' overwonnen en had het denken nieuw zelfvertrouwen gekregen. De natuurlijke orde was harmonieus: zoals de natuur werd de menselijke samenleving door wetten bestierd, meende Montesquieu in zijn hoofdwerk De l'esprit des lois (1748). Eeuwen van bijgeloof en dogmatisme hadden het denken verduisterd en dat werd vooral het christendom aangerekend. Lange tijd geloofde een philosophe als Voltaire dat de wereld de beste van de mogelijke werelden was. Maar door God uit het wereldgebeuren te verbannen, zoals gebeurde in het deïsme, en voor hem 'Natuur' in de plaats te stellen kon deze gedachte geen stand houden. Beging de natuur geen wreedheden en liet zij geen natuurrampen gebeuren?

Was niet in de laatste plaats de menselijke geschiedenis een aaneenschakeling van rampspoed en oorlogen? Volgens Hazard werd tussen 1750 en 1760 het keerpunt bereikt: aan het optimisme kwam een eind, al overleefde het zich in vooruitgangsgeloof.

Een van de hoekstenen van het denken van de Verlichting was het empirisme. De Engelse filosoof Locke had de ervaring tot fundament van kennis verklaard. Het empirisme was een belangrijk hulpmiddel bij de opbouw van de 'stad der mensen', die voor de oude christelijke orde in de plaats zou komen. Maar in de zuivere filosofie werd het empirisme al vroeg door bisschop Berkeley ondergraven en vervolgens door Hume in de kern vernietigd. Dit werd niet meteen door iedereen gezien: filosofen als baron d'Holbach en Lamettrie ontwikkelden zelfs nog een filosofisch materialisme. Maar volgens Hazard ging de eenheid in de kentheorie verloren. Pas Kant herstelde de orde in de filosofie. Hij zag echter kennisvorming niet meer als produkt van de ervaring, van objecten buiten onszelf gelegen, maar als resultaat van de werking van het menselijk bewustzijn.

De verlichte denkers slaagden er niet in tegenstrijdigheden uit hun denken weg te nemen, aldus Hazard. Het boek ontleent zijn spanning aan de overgangen en keerpunten die hij signaleert in de achttiende eeuw. Hazard stelt de tegenstellingen voorop, de contradictie is zijn geliefde stijlfiguur. De philosophes weekten krachten los die in de loop van de eeuw een tegenstroom van gevoel aan de oppervlakte brachten. Rede en gevoel mogen sindsdien een tegenstelling heten. Toch kwamen zij samen in de persoon van Denis Diderot, aan wie Hazard een apart hoofdstuk wijdt.


Diderot behoorde tot de broederschap der philosophes, was 'heraut van de eeuw der Verlichting'. Hij stelde met d'Alembert de Encyclopédie samen en schreef romans als Jacques le Fataliste en Le neveu de Rameau. Als universele geest was hij van deïsme tot atheïsme gekomen. Hij had zich voor verplicht staatsonderwijs uitgesproken en de burgerlijke en politieke vrijheid gepropageerd. Hij bestudeerde de natuur als wetenschapper. Maar in zijn omarming van kunst en literatuur was plaats voor ontroering en fantasie, die hij bij sommige van zijn verlichte broeders node miste. Systeemzucht dreigde voor Diderot de gevoelens te verstikken. Hazard: "Alles zou wijken voor de analyse, tenzij ons psychisch leven bezield werd door de duistere kleine waarnemingen die zich aan de analyse onttrokken. Alles zou methodisch moeten gebeuren; tenzij de methode een kil en lomp procédé was dat eindeloos veel slechter is dan de vindingrijke geest die op een originele manier in onrust, beweging, beroering is." Diderot overbrugde de tegenstelling tussen rede en gevoel, maar al snel zouden beide hun eigen weg gaan.

Zoektocht

Hazard wekt vooralsnog alleen verwachtingen voor de komst van 'de mensen van het verwarde gevoel, de onvaste wil, de hunkerende ziel'. Hij had hen in een volgend boekdeel willen bespreken. Het Europese denken in de achttiende eeuw gaat niet slechts over de Verlichting; het is zelfs opvallend hoe weinig de beweging bij die naam wordt genoemd. Voor Hazard is het denken een zaak van het hoofd èn van het hart. Binnen de Verlichting kondigden zich Europese gevoelsmensen als Rousseau al aan.


Hazard ziet de Europeanen als pendelaars tussen rede, verstand en wetenschap enerzijds, gevoel, sentiment en verbeelding anderzijds.
Soms zijn hun strevingen één, vaak lopen hun gevoelens echter uiteen. Europa vertegenwoordigt de vraag naar het geluk en de waarheid, maar een definitief en ondubbelzinnig antwoord komt er nooit. "Zijn onlesbare dorst naar waarheid: dat is in zijn nood zijn grootheid; daarin verpersoonlijkt het meer dan ieder ander continent het menszijn. Het aanvaardt niet wat is, wat noodzakelijkerwijs moet zijn." Het denken in Europa is nooit tevreden en altijd in beweging. De geschiedenis is een voortdurende zoektocht. Het zijn de grote denkers, 'de aristocraten van de geest, de aristocraten van het hart', die staan voor intellectuele dynamiek en dus de geschiedenis dragen. En Hazard, zowel verstandsmens als kunstenaar, registreert hun 'stream of consciousness'.


In Hazards ideeëngeschiedenis staan de individuen centraal, niet de intellectuele stelsels.
Zijn belangstelling voor karakters en hun motieven bestempelt hem tot een twintigste-eeuwse moralist in humanistische trant. Zijn eruditie stelt hem in staat de achttiende eeuw van binnen uit tot leven te brengen. Hij paart dit inlevingsvermogen aan een psychologiserende schrijfstijl. Hazard brengt de grote verbanden, de synthese weer op het voorplan van de geschiedbeoefening. De vorm is voor hem even belangrijk als de inhoud van zijn geschiedenis. Het Europese denken in de achttiende eeuw is daarom vooral een toegankelijk boek. Dat zijn werk nu in Nederlandse vertaling beschikbaar is, kan niet los worden gezien van de hernieuwde belangstelling voor geschiedenis in verhalende vorm.


Datum: 27-08-1994

Sectie: Zaterdagsbijvoegsel

Pagina: 8

Onderschrift: Foto: 1. Kant; 2. Rousseau

Persoon: Paul Hazard

Op dit artikel rust auteursrecht van NRC Handelsblad BV, respectievelijk van de oorspronkelijke auteur.