7 uur werken is productiever' Elsje Jorritsma 10 juni 2006 NRC

Topeconoom Olivier Blanchard over de Europese arbeidsmarkt

De concurrentie met China en de VS volhouden zonder de Europese lange vakanties ťn de sociale zekerheid op te geven? Dat kan best, zegt de Franse topeconoom Olivier Blanchard.

De boodschap is er de afgelopen jaren door politici, ondernemers en economen in gehamerd: Europeanen moeten langer werken, minder op vakantie gaan en afscheid nemen van zaken als ontslagbescherming en riante werkloosheidsuitkeringen. Alleen door het Europese sociaal-economisch model op te geven, kan het continent de concurrentie met landen als China en India aan, luidt de geldende wijsheid.

Onzin, zegt de Franse topeconoom Olivier Blanchard, die al vele jaren hoogleraar is aan het prestigieuze Amerikaanse Massachusetts Institute of Technology. 'Het antwoord op de vraag of het sociaal-economisch systeem van Europa houdbaar is, is ja', zegt Blanchard met het aplomb van iemand die weet dat hij een controversiŽle uitspraak doet.



De econoom, die onder meer de Franse regering adviseert, was vorige week in Nederland voor een lezing over het Europese model voor zakenbank Van Lanschot aan de Universiteit van Tilburg. Hij definieert het Europese model door het af te zetten tegen de Verenigde Staten, waar de nadruk ligt op efficiŽntie. 'Inkomensverdeling en sociale zekerheid vinden ze minder belangrijk. In het Europese model is de vraag welke mate van inkomensverdeling en sociale zekerheid we kunnen bieden zonder te veel efficiŽntie op te offeren.'

Er is bewijs dat het kan, zegt Blanchard, wijzend op landen als Nederland en Denemarken. 'Zij horen bij de Europese landen met economische groei - niet geweldig, maar boven het Europese gemiddelde - en met een relatief lage werkloosheid.'

Het model rust volgens hem op drie pijlers: voldoende concurrentie op de goederenmarkten, een arbeidsmarkt die flexibel is en tůch voldoende zekerheid biedt voor werknemers en de mogelijkheid tot macro-economisch ingrijpen.


Het belang van concurrentie lijkt misschien vanzelfsprekend, maar volgens Blanchard blijkt steeds duidelijker hůe belangrijk het is voor productiviteit en daarmee voor onze levensstandaard. 'Productiviteitsgroei wordt meestal niet bereikt doordat bestaande bedrijven het beter gaan doen, maar doordat ze vervangen worden door beter functionerende ondernemingen. In de detailhandel in de VS is deze vervanging zelfs verantwoordelijk voor 90 procent van de productiviteitsgroei.'


De Europese integratie, met de bijbehorende interne markt is heel belangrijk geweest voor de concurrentie en de productiviteit, die per gewerkt uur nog steeds hoger ligt dan in de VS. Ook al werken Europeanen vele honderden uren per jaar minder dan Amerikanen. Dat is een keuze, zegt Blanchard. En als Europeanen maar bereid zijn met minder inkomen genoegen te nemen, is er niets mis met die keuze. Natuurlijk twijfelt Blanchard ook. 'Ik ben tenslotte academicus.'

De laatste paar jaar is in Europa een vertraging te zien van de groei in productiviteit. 'Zijn we misschien allemaal lui en onproductief geworden? Het lijkt in elk geval niet te komen door de typisch Europese aspecten van het systeem.' Er bestond het vermoeden dat bedrijven in de VS beter zijn in het gebruik van de mogelijkheden van de ontwikkelingen in de IT. Blanchard is daar niet van overtuigd. Een studie liet zien dat bijvoorbeeld de Franse supermarktketen Carrefour en het Amerikaanse Wal-Mart even efficiŽnt zijn in het gebruik van IT. 'Het verschil is dat je in Europa veel vestigingsregels hebt om bijvoorbeeld de binnenstad te beschermen. Wat Wal-Mart doet in de VS - kleine, inefficiŽnte bedrijfjes uit de markt drukken - kan hier dus niet gebeuren.'

Volgens Blanchard is er bewijs dat de hele productiviteitsgroei in de VS van Wal-Mart komt, die winkels met een lage productiviteit elimineert. Betekent dat dat het Europese model moet worden aangepast? 'Het betekent dat er kosten zijn verbonden aan het beschermen van de stadscentra. Misschien is de detailhandel 20 procent minder efficiŽnt dan die in de VS. Maar je hebt leuke stadscentra. En die dragen bij aan een betere kwaliteit van leven.'


Volgens Blanchard kunnen Europese landen die keuze maken, zonder in te boeten aan concurrentiekracht. Zolang ze maar accepteren dat er minder verdiend wordt. 'Een ander voorbeeld is vrije tijd. Als je minder wilt werken, omdat vrije tijd prettig is, dan ben je bereid minder loon te krijgen. Hetzelfde uurloon, maar minder per maand. Daar is niets mis mee. Dan ben je nog steeds net zo competitief als je daarvoor was. Het is zelfs waarschijnlijk dat mensen die zeven uur per dag werken productiever zijn dan mensen die tien uur werken.'


Een ander typisch Europees fenomeen, de ontslagbescherming, hoeft volgens Blanchard de Europese concurrentiekracht ook niet in de weg te staan. Maar het systeem moet wel versoepeld worden, vooral in de zuidelijke landen. 'De bescherming is waarschijnlijk te zwaar in Europa, hoewel die in Nederland wel meevalt.'


Er moet volgens Blanchard wel enige bescherming zijn, want bij ontslagen leggen bedrijven kosten op aan zowel de samenleving als de mensen die ze ontslaan. 'De enorme juridisering van ontslag is wel pure verspilling. Rechters kunnen de besluiten van bedrijven niet overdoen. Maar de notie dat bedrijven zomaar mensen mogen ontslaan is krankzinnig.'


De grootste zorg van Blanchard heeft te maken met de euro. Door de gezamenlijke munt hebben de individuele landen maar weinig ruimte voor macro-economische maatregelen om bijvoorbeeld recessies te bestrijden. Hij ziet een reŽel risico van een carrousel van achtereenvolgende economische depressies in verschillende Europese landen. 'Duitsland, Portugal, ItaliŽ. Is Spanje de volgende?' De enige oplossing voor de probleemgevallen in de eurozone is sterke loondaling of grote productiviteitsgroei. 'En daar heb je centrale afspraken voor nodig, met sterke vakbonden. Terwijl de trend is dat die afnemen in kracht.'

Dus Nederland kan blijvend verschillen van China, en toch economisch overleven? 'Absoluut. Nederland heeft een productiviteitsniveau dat tot de hoogste van de wereld behoort. Jullie hebben een economische groei van zo'n 2,5 procent, een productiviteitsgroei van 4 procent, een redelijk werkloosheidspercentage. Kortom, het gaat fantastisch. Je zou ook het uitgangspunt met een factor tien kunnen verlagen en worden zoals China, maar ik weet niet zeker of Nederland dat wil. Er is een keuze. Voor misschien wat minder loon, en een wat lagere productiviteit.'