ScherpekritiekRekenkamer op privatisering rijksdiensten

Door een onzer redacteuren

DEN HAAG, 22 DEC. De Algemene Rekenkamer heeft kritiek op de manier waarop overheidsdiensten worden verzelfstandigd. Dat constateert de Algemene Rekenkamer in het decemberverslag dat vandaag is gepubliceerd.

De Rekenkamer, die de overheidsuitgaven op doelmatigheid en rechtmatigheid controleert, heeft de voorgenomen verzelfstandiging van het gevangeniswezenen en het Centrum voor arbeidsverhoudingen overheidspersoneel onderzocht, en de dit jaar reeds verzelfstandigde stichting Innovatiecentra netwerk Nederland en het kadaster.

Bij de privatisering van het gevangeniswezen constateert de Rekenkamer dat slecht aan één van de vier voorwaarden voor de instelling van een agentschap is voldaan, namelijk de accountantsverklaring. Er is onduidelijkheid over drie andere voorwaarden: meetbare produkten, doelmatiger beheer en informatievoorziening. "Van beleidsmatige sturing is nauwelijks sprake", constateert de Rekenkamer.

De relatie tussen het gevangeniswezen en Justitie is al een tijdje gespannen. In de zomer nam de vereniging van gevangenisdirecteuren een motie met algemene stemmen aan die gericht was tegen de directeur gevangeniswezen van Justitie. De directeuren en het departement waren het onder andere niet eens over de nieuwe gezagsverhoudingen per 1 januari 1995.

De Rekenkamer constateert dat de tarieven van het Kadaster voor de registratie van onroerend goed te hoog zijn. Het Kadaster houdt nauwkeurig bij wie in Nederland eigenaar is van welk onroerend goed. Bij wisseling van eigenaar moet de koper betalen voor de registratie. Volgens de Rekenkamer heeft het Kadaster tussen 1988 en 1994 ten minste 21 miljoen gulden te veel in rekening gebracht aan kopers van onroerend goed. In 1988 werd het tarief voor registratie met vijftien procent verhoogd om de huisvestingskosten van het Kadaster te betalen. Die verhoging was echter veel hoger dan nodig, aldus de Rekenkamer.

De Rekenkamer is bang dat het Kadaster de tarieven voor de registratie van onroerend goed nog verder verhoogd. Zij vreest dat het een eventueel tekort wil dekken van twee andere taken, de landinrichting en de rijksdriehoekmeting. Verder constateert de Rekenkamer: Automobilisten maken nauwelijks gebruik van de belastingvrije kilometervergoeding voor het carpoolen. De Rekenkamer vindt regeling "erg ingewikkeld" en vraagt zich ook af of deze wel bijdraagt aan het beoogde doel: vermindering van het autoverkeer.

De regeling is onderdeel van de Wet aftopping reiskostenforfait. Werknemers die met hun eigen auto één of meer collega's vervoeren van en naar het werk, kunnen een belastingvrije kilometervergoeding ontvangen.

De Rekenkamer onderzocht alle ministeries, de Tweede Kamer, de Raad van State en de eigen organisatie op het kilometerverbruik. De conclusie luidt dat de opstelling en uitvoering van de plannen om het autogebruik in te dammen nog onvoldoende uit de verf komen.

Het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid weet niet hoeveel langdurig werklozen in Nederland aan de slag kunnen via een banenpool. Onduidelijk is in hoeverre werklozen door een banenpool aan vast werk worden geholpen. Een banenpool neemt langdurig werklozen in dienst en leent ze vervolgens uit aan overheden en niet-commerciële instellingen. Voor de werkloze wordt de banenpool gezien als opstapje naar regulier werk. In Nederland zijn inmiddels ruim 20.000 arbeidsplaatsen gerealiseerd. Vorig jaar was daar een half miljard gulden mee gemoeid, afkomstig van het Rijk en arbeidsbureaus. Volgens de Rekenkamer weet het ministerie niet hoeveel banenpoolplaatsen er eigenlijk nodig zijn.

Het is onduidelijk of de kosten van het koppelen van gegevensbestanden van verschillende uitkerende instanties wel opwegen tegen de baten ervan. Het uitwisselen van computergegevens gebeurt in toenemende mate om uitkeringsfraude te bestrijden. De Rekenkamer pleit voor een gedegen kosten-baten-analyse voordat instanties besluiten elkaar inzage te geven in de computerinformatie. De Rekenkamer onderzocht de uitwisseling van gegevens voor 41 regelingen die worden uitgevoerd door de rijksoverheid, bedrijfsverenigingen, de Sociale Verzekeringsbank en gemeenten. In de regelingen gaat bijna 100 miljard gulden om.