15 februari 1992 Pleket NRC

maar eerst en vooral omdat hij Webers theorieŽn over de op en herkomst Van het kapitalisme nog altijd overtuigend vindt.

Het kapitalisme is eentypisch Europese_uitvinding, en omdat het zo'n enorm dominant wereldsysteem van economische en maaischappelijke organsatie is geworden, is het meer dan een academische kwestie na te gaan waar de wortels ervan liggen


als_beginpunt een simpel tweefasen schema. Voor de Tweede Wereldoorlog had je onder oudheidkundigen bijvoorbeeld de Duitser Eduard Meyer en deRussische Amerikaan Michael ostovtzeff

die ieder op hun manier dat tweeslagstelsel hanteerden: de GrieksRomeinse wereld gaf sociale en economische configuraties te zien die na dedonkere feodaliteit van de_ middeleeuwen, zich herhaalden in" het pre industriele Europaen culmineerden in de indistriŽlerevolutie. Rostovtzeff ging zelfs zover rechtstreekse parallellen te trekken tussen de. economie van het Romeinse Keizerrijk en die van de industriŽle periode. Na de Tweede Wereldoorlog  was~het al snel gedaanmet detweefasenpredikers. Onder_aanvoering vanAmerikaansBritse oudhistoricus Moses I. Finley

Geinspireerd door Max Weber en de economich antropůloog Karl Polanyi (Columbia) maakten Finley" en zijn groeiende schare volgelingen juist een scherp onderscheid tussen de antieke wereld enerzijds en middeleeuweneh en ancien regime anderzijds. In de twee laatstgenoende perioden werd Het europese kapitalime geboren. opkomst van een commerciŽle landbouw, van handelssteden Florence, Gent, Brugge, Venetie, Amsterdam, Londen, elites van kooplieden en ondernemers. De bijbehorende mentaliteit was er een van lof op arbeid, techniek, rationeel calculeren en boekhouden kortom van economisch rationalisme. In de 'primitieve' oudheid was er niets van dat alles: (groot)grondbezitters waren meer renteniers dan calculerende" winstmaximaliseerders, kooplieden en ondernemers warer in sociaal opzicht klein grut.

economische rationaliteit van de middeleeuwse koopman en grondbezitter was ver te zoeken in de Romeinse tijd. Romeinen waren wel tukĄop_rijkdom maar ze verwierven die het_liefst door uitbreiding van landbezit, niet door intensivering.

Max Weber zag wel een soort rudimentair kapitalisme in de oudheid: rijkdom, vergaard en geÔnd als belasting en oorlogsbuit. Dit was echter structureel anders dan modern kapitalisme. Love is een Weberiaan in hart en nieren maar plaatst de oorsprong van het moderne kapitalisme wel degelijk in de oudheid

Kapitalisme kan men beter beperken toT matschappijsystemen met vrije vraag en aanbodmarkten bediend door kooplieden, entrepreneurs en financiers.

De primitivisten verwaarlozen schromelijk het Romeinse Rijk als economisch mozaÔek en hebben alleen oog voor Rome als monopolistisch pars pro toto

toespitsing op Rome vertaalt zich bij de primitivisten, ook in eťn merkwaardige opvatting over de invloed van het keizerijk bestuur op de economie.

Het probleem met deze theorieŽn is dat ze gedoemd zijn om al tussen de jaren 1 en 250/300 na Christus allerlei vervalverschijnselen te "vinden die in werkelijkheid pas voorkwamen in de late Keizertijd, toen de belastingdruk door toenemende militaire lasten (de invallen begonnen!) inderdaad het economisch leven deed afsterven.

Ook op vele andere gebieden geldt dat de kloof tussen oudheid & middeleeuwen veel kleiner blijkt te zijn geweest. Zogenaamde geavanceerde zeventiendeeeuwse boeren, zoals aangetoond, door Slicher van bath, naar moderne maatstaven gemeten nauwelijks minder knullig dan de Romeinse landbouwschriivers boek hielden. De orthodoxe visie op de Primitiviteit van de Romeinse economie ligt kortom aan gruzelementen. Love schijn dat nauwelijks te beseffen.