Economie voor jou - 1994

De Nederlandse industrie staat voor een krachtproef. Nieuwe concurrenten op de wereldmarkt bedreigen de positie. DAARBIJ GAAt het vooral om een aantal aziatische klanden, waaronder China en India. OP het eerste gezicht lijkt de bedreiging niet al te groot. Nederland is met zijn in-en uitvoer sterk geriocht op Noord west Europa.

Belangrijker is de concurrentiepositie op onze eigen exportmarkten.

De belangrijkste afzetmarkt Duitsland. Het planbureau deelt de verhandelde goederen in drie groepen in: high tech, medium tech, en low-tech.

Wat de high-tech sector betreft wordt de positie aangetast door de Aziatische landen en Oost-Europa.

Bij de medium-tech produkten hebben we iets minder last van Azie maar des te meer van Oost-Europa.

Bij de low-tech goederen hebben we van de Aziatische landen weinig te duchten.

De Nederlandse industrie os overwegend gespecialiseerd in low-tech produkten. Datzelfde geldt voor de Oost-Europese landen. Maar zij leveren wel tegen aanzienlijk lagere prijzen.

Hoe te wapenen: In de eerste plaats meer richten op medium en hightech. Daar zal de wereldvraag vooral stijgen. Bovendien ligt de kracht can Nederland bij hooggeschoolde beroepsbevolking.

Als de productiegroei in de Oosteuropese landen op gang komt, zullen die landen meer gaan importeren. Datzelfde geld voor de Aziatische groeimarkten. Ook daar moeten we kansen benutten.