3 februari 1995 Intermediar Jan Werts

De neiging om concurrentievermogen als middel voor alle kwalen te zien, dreigt de samenleving te ontwrichten. Kunnen landen waar mensen voor tweeduizend gulden 2200 uur"" per jaar willen werken, economisch integreren met West-Europa, waar werknemers 1600 uur werken en zestig mille verdienen? De leiders van de twee grootste handelsblokken, de Ver-enigde Staten en de Europese Unie, menen van wel.

Maar anderen vinden het een gevaarlijke opvatting dat onder vrije concurrentie de centrale problemen van deze tijd - zoals werkloosheid, milieu≠aantasting en armoede - kunnen worden aangepakt. Aan deze mondialisering liggen drie krachten ten grondslag: handelsliberalisering, privatisering en deregulering.

De keerzijde is de ontmanteling van de natie-staat en de verzorgingsstaat. Ook het streven naar volledige werkge-i legenheid is inmiddels opgeofferd. Economisch succes wordt nu gemeten in termen van internationaal concurrentievermogen. Maar de afgelopen decennia heeft het begrip concurrentie een nieuwe inhoud gekregen als collectief idee. 'Verbetering van het concurrentievermogen' is een retorische metafoor geworden en ieder land probeert zijn rangnummer op de world competitiveness Index te verhogen

In Nederland kwam een paars regeerakkoord tot stand waarin concurrentie en marktwerking sleutelwoorden zijn.

Vanuit een zekere geobsedeerdheid met het begrip concurrentievermogen worden volgens hem misleidende statistieken tover loonkosten en sociale lasten ingezet om het publiek rijp te maken voor de afbraak van de verzorgingsstaat.

Door deze simpele en demagogische voorstelling van zaken is de .'samenleving volledig verwikkeld geraakt in een genadeloze econo-Imische oorlog, die in brede kring ook wordt geaccepteerd', betoogt Petrella.

Het afbreken van overheidstaken en het privatiseren van onderwijs is allemaal goed voor het concurrentievermogen (op de korte termijn); kortom: het concurrentievermogen als middel voor alle kwalen. Maar volgens Petrella en zijn mede-auteurs berust het dogma van het concurrentievermogen op simplistische ideeŽn. De onderliggende ideologie, reduceert het begrip economie.

Economie betekent ůůk het besturen van maatschappelijke eenheden. De ideologie van de concurrentie gaat er aan voorbij dat de markt niet de ideale plaats is om het welzijn van mensen en landen te bepalen. Daar heerst immers 'de logica van de kwartaalcijfers'. Die zal geen eind maken aan de wereldwijde verloedering van het milieu, en die biedt geen uitweg voor de ongelijkheid tussen naties, de massale uitsluiting van groepen, ondernemingen, regio's en landen die niet mee kunnen komen. Concurrentievermogen kan economische efficiŽntie niet in overeenstemming brengen met sociale gerechtigheid, het behoud van het milieu, politieke democratie en culturele diversiteit.