Nederlandse econoom is vooral een entrepeneur - Door onze redacteur CEES BANNING

DEN HAAG, 20 JAN.1996 NRC De Nederlandse econoom is een 'beleids-entrepreneur'. Hij speelt - gemeten naar internationale criteria - geen wetenschappelijke rol van betekenis. Hij stemt PvdA en zijn ambitie ligt in het oplossen van maatschappelijke problemen. Jan Tinbergen is de meest geroemde econoom.

Op een tweedaags economen-congres presenteerde professor Arjo Klamer van de Erasmus-universiteit de eerste resultaten van een onderzoek onder Nederlandse economen. In de Verenigde Staten heeft Klamer een vergelijkbaar onderzoek gehouden. Het meest markante verschil is volgens hem de dominante positie van de Amerikaanse econoom in het wetenschappelijk debat en zijn geringe directe invloed op het overheidsbeleid. John Maynard Keynes staat in de Verenigde Staten op de eerste plaats van belangrijkste economen; de Britse econoom bekleedt in Nederland een tweede plaats (Tinbergen komt op de top-5 in de VS niet voor).

Maar de rol van de Nederlandse beleidsentrepreneur is tanende. Tijdens het congres stond de kloof tussen economisch beleid en theorie centraal. Tot en met het midden van de jaren zeventig stond de economische politiek niet ter discussie. Er waren doelstellingen van economische politiek met een eigen instrumentarium. Een effectief begrotingsbeleid, loon- en prijspolitiek, en monetair beleid droegen bij aan economische groei, werkgelegenheid, stabiele prijzen, en een evenwichtige betalingsbalans.

In de jaren tachtig werden de traditionele instrumenten van economische politiek buiten werking gesteld. De koers van de gulden werd gekoppeld aan de Duitse mark, het begrotingsbeleid kon de conjuncturele schokken niet meer opvangen en het instrumentarium voor loon- en prijsbeheersing werd niet meer gehanteerd. De traditionele instrumenten voor economische politiek waren op hun retour. Maar het beleidsterrein was in de jaren zeventig wel uitgebreid. De gevolgen van het beleid ten aanzien van onder meer huren, belastingen, milieu, gezondheidszorg, sociale zekerheid was onderdeel gaan uitmaken van de economische politiek.

Tijdens het congres concludeerden de wetenschappers dat hun invloed op het Nederlandse beleid afnam. Volgens topambtenaar Ad Geelhoed van economische zaken komt dit onder meer door de dominantie van het Amerikaans wetenschappelijk onderzoek. Chargerend: de Nederlandse econoom wordt opgeleid om het probleem van de Amerikaanse economie op te lossen.

Maar Nederland heeft een lage inflatie, een overschot op de handelsbalans en een harde kern van langdurig werklozen; terwijl in de VS de inflatie hoog is, de handelsbalans een tekort vertoont en het werkloosheidsprobleem zich in mindere mate voordoet.

De wetenschappers verliezen volgens Geelhoed ook aan invloed omdat hun onderzoek niet aansluit bij de maatschappelijke problemen. Hij vindt het "alarmerend" dat de fundamentele vraagstukken waar Europese beleidsmakers meer worstelen niet door de Europese wetenschappers worden opgepikt.

Dat het Amerikaans wetenschappelijk onderzoek grote invloed heeft op het Nederlandse beleid maakte minister Gerrit Zalm van financiën duidelijk. De zogeheten Lucas-critique heeft de voormalig directeur van het Centraal Planbureau in het begrotingsbeleid verwerkt.

In de jaren zeventig hekelde de Amerikaanse econoom Robert Lucas het gebruik van grote macro-economische modellen in het beleid. De modellen kunnen de reacties van ondernemers en burgers niet goed inschatten omdat ze uitgaan van ervaringen in het verleden. En wil overheidsbeleid effectief zijn dan moeten ondernemers en burgers weten wat voor beleid wordt gevoerd.

Het trendmatig begrotingsbeleid zoals door minister Zalm vorm gegeven bevat weinig verrassingen. De hoogte van de overheidsuitgaven ligt vast waarbij het financieringstekort als buffer fungeert. Uit een recent gehouden onderzoek van de werkgeversvereniging VNO-NCW blijkt dat ondernemers de voorspelbaarheid van het begrotingsbeleid als één van de belangrijkste verdiensten beoordelen van het paarse beleid.