Nederland internationaal concurrerender -
28 mei 1996 (pagina 2)

Nederland is een plaats opgeschoven op de ranglijst van meest concurrerende landen van de wereld. Na jaren op de achtste plek te hebben gebivakkeerd, staat Nederland nu zevende.
Lijstaanvoeder waren en blijven de Verenigde Staten.

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

Dat blijkt uit de ranglijst voor 1996 van het International Institute for Management Development (IMD) in Lausanne. Het IMD maakte in voorgaande jaren een concurrentierapport met het World Economic Forum in Genève, maar dat komt donderdag met een eigen lijst die is gebaseerd op een andere werkwijze.

Om zicht te krijgen op de onderlinge concurrentieverhoudingen van landen heeft het IMD 225 criteria gehanteerd. Een deel van de onderbouwing is verkregen door managers te enquêteren.

Grote verliezers dit jaar zijn Duitsland, Zwitserland en ook Groot-Brittannië. Duitsland duikelde van de zesde naar de tiende plek en staat net achter Zwitserland dat ook vier plaatsen verloor.

Beide landen zijn afgestraft voor hun hoge kosten voor bedrijven. Verder scoort Duitsland vooral slecht wat betreft de kwaliteit van het management, terwijl Zwitserland onvoldoende is geïnternationaliseerd. Na de VS blijven Singapore, Hongkong en Japan de meest concurrerende landen van de wereld.

Het stapje omhoog naar de zevende plek heeft Nederland vooral te danken aan de goede score op het gebied van 'management'. Hieronder vallen uiteenlopende zaken als sociale verantwoordelijkheid, produktaansprakelijkheid en ook produktiviteit van de landbouw.

De zwakke kanten van Nederland waren en blijven volgens het IMD de binnenlandse economie en de overheid.
De relatief lage economische groei, de lage industriële produktie en de matige consumptie zijn volgens het instituut een blijk van matige concurrentiekracht. Ook de hoge belastingdruk en de moeilijke ontslagprocedures werken niet in het voordeel van Nederland.

De VS wisten hun voorsprong op andere landen te vergroten. Dat komt vooral door de kracht van de binnenlandse economie, de snelle toepassing van nieuwe technologieën en de flexibiliteit van de arbeidsmarkt. Een van de zwakke punten van de VS is de aandacht voor mensen. Deze constatering kan volgens het IMD een rol gaan spelen in de discussie over de sociale kosten die zijn verbonden aan verbetering van de concurrentiekracht van een land.

Sterk in opmars zijn Noorwegen (6), Luxemburg (8) en Chili (13). Voor een land als Chili geldt volgens het IMD dat door de globalisering van de economie de afstand in steeds mindere mate een handicap voor de concurrentiekracht wordt. Taiwan, altijd genoemd als een van de Aziatische tijgers die een bedreiging zouden zijn voor de Nederlandse concurrentiepositie, viel vier plaatsen terug naar de 18de stek.

Laatste van de 46 landen is opnieuw Rusland. In de staart van de ranglijst zitten ook Polen (43), Hongarije (39) en Tsjechië (34).

,,Ons hoogste groeiscenario met 120 procent is iets meer dan we in de afgelopen decennia hebben meegemaakt en die 30 procent van het laagste groeiscenario is inderdaad veel minder dan we gewend zijn. Maar het is nog altijd méér dan sommige mensen denken. Zwartkijkers geloven dat we het einde van de welvaartsgroei hebben bereikt en dat het in de toekomst alleen nog maar achteruit kan gaan. Dergelijke doemscenario's zijn volgens ons niet realistisch. Het einde van de welvaartsgroei is niet geloofwaardig.''

Klinkt het niet veel te geruststellend: we kunnen rekenen op minimaal 30 procent groei? Dan zal men concluderen: we kunnen tevreden zijn met de status quo.

,,Dat is niet de bedoeling; 30 procent in veertig jaar betekent een jaarlijkse groei van gemiddeld 0,7 procent en dat is een stuk minder dan we gewend zijn. Bovendien blijven er permanent aanpassingen nodig in verband met nieuwe omstandigheden. Het is een illusie te denken dat economische instituties die nu goed functioneren, bestand zijn tegen de komende veertig jaar. Er komen ontwikkelingen op ons af waarvan we zeker weten dat ze gaan gebeuren: vergrijzing, ontgroening, technologische vernieuwingen, de opkomst van India en China.''

In drie van de vier scenario's ligt de groei onder die van het `behoedzame scenario' (2,25 procent) dat het kabinet hanteert. Nederland zal dus moeten wennen aan minder welvaartsgroei.

,,Ja, maar dat is een geleidelijk proces. Bij de overstap van Balkenende I naar II hebben we het groeipercentage van het behoedzame scenario ook al iets verlaagd en in een volgende kabinetsperiode zul je weer wat lager uitkomen. Dat hoeft geen drama te zijn. Het geeft aan dat de afnemende groei van het arbeidsaanbod zich vertaalt in een afnemende economische groei.''

Maar dan is er toch minder geld beschikbaar voor uitgaven?

,,Dat hangt ervan af. Ook de bevolkingsgroei komt lager uit dan in het verleden. Dus de welvaart per hoofd van de bevolking kan nog altijd stijgen. In het hoogste scenario gaat dat zelfs wat harder dan de afgelopen dertig jaar, in het laagste scenario kalft de welvaartsgroei verder af.''

...en moeten we ons instellen op minder `meer' in Nederland. En trouwens ook in Europa.

,,De totale economische groei zal inderdaad lager uitkomen. En de Europese groeidoelstelling van 3 procent wordt in geen van de scenario's gehaald. Maar er is geen aanleiding te denken dat het einde van de groei is bereikt. Er blijft bijvoorbeeld altijd ruimte voor productiviteitsverbetering.''

Europa - inclusief Nederland - blijft achter bij andere economische blokken in de wereld: de Verenigde Staten en het Verre Oosten.

,,Ja. De VS hebben een hogere bevolkingsgroei en dat betekent dat ze een hogere economische groei zullen hebben.''

Is dus over 40 jaar de welvaartskloof tussen de EU en de VS nog groter geworden?

,,Per hoofd van de bevolking niet, denk ik. Zij krijgen meer mensen, Europa stagneert wat bevolking betreft. Dus dan ligt het voor de hand dat de Amerikaanse economie harder groeit dan de economie van Europa. Als we in Europa per hoofd van de bevolking de groei van de Verenigde Staten willen bijhouden, moeten we er wel voor zorgen dat ondanks de vergrijzing de arbeidsdeelname niet te veel daalt en dat de arbeidsproductiviteit blijft toenemen.''

En Azië?

,,Dat is een ander verhaal. Daar is men met een inhaalslag bezig. De kloof met Europa wat betreft de welvaart per hoofd van bevolking is nog gigantisch en wordt vooral veroorzaakt door een verschil in arbeidsproductiviteit. De arbeidsproductiviteit in China is een achtste en in India een twaalfde van die in Europa.''

Met andere woorden: je hebt acht Chinezen of twaalf Indiërs nodig om evenveel economische productie te leveren als één Europeaan. Of nog anders gezegd: een Europese werknemer kan acht keer zoveel verdienen als zijn Chinese collega en twaalf keer zoveel als een Indiër.

,,Precies. Ze kunnen dus nog een enorme inhaalslag maken. Als dat in het huidige tempo gaat, duurt het nog vele decennia tot ze het niveau hebben gehaald dat wij nu hebben. Om het verschil in te halen, moet men in China de productiviteit drie keer verdubbelen. De productiviteitsgroei in China bedraagt op het ogenblik zo'n 6 procent per jaar. Met 6procent groei verdubbel je in twaalf jaar. Dus over 36 jaar (drie keer twaalf - red.) bevindt China zich op het productiviteitsniveau waar Europa nu is. En ondertussen zijn wij dan weer verder gegroeid.''

Kortom: over pakweg 50 jaar kan China op het niveau van Europa liggen.

,,Als ze hun huidige groeicijfers volhouden: ja. Dan moet je aan zo'n termijn denken.''

Dat is toch razendsnel voor een land waar een vijfde van de wereldbevolking woont.

,,Het duurt nog bijna een mensenleven. Als je aan het welvaartsniveau in Nederland of Europa van vijftig jaar geleden denkt, dan heeft zich hier in die periode ook een enorme verandering voorgedaan.''

Er gaat geen week voorbij of een bedrijf maakt bekend een deel van de productie te verplaatsen naar China of India. DSM, IBM, Philips, ga zo maar door.

,,Er is geen reden om te verwachten dat alle werkgelegenheid uit Nederland of uit Europa wegtrekt. Integendeel, de opkomst van China kan bijdragen aan welvaartsgroei, zowel daar als hier. Dat is de kracht van internationale handel: zij kunnen spullen goedkoper leveren, wij kunnen het daar goedkoop kopen, en zij kunnen spullen kopen die wij hier maken. Dat is voor alle partijen gunstig.''

De opkomst van China wordt toch vaak afgeschilderd als een bedreiging van onze toekomstige welvaart?

,,Ten onrechte, want de hele wereld kan ervan profiteren, omdat we met zijn allen meer welvaartsgroei realiseren. De geschiedenis van de wereldecononomie is niet dat de opkomst van de één de ondergang van de ander betekent. Ook al betekent het hier een verdere daling van de werkgelegenheid in de industrie. Dat stelt eisen aan het aanpassingsvermogen van de arbeidsmarkt. Maar je moet het niet negatief duiden. De krachten om de productie naar elders in de wereld te verplaatsen, zijn heel sterk. Het heeft weinig zin daar tegen te vechten. Je houdt China niet tegen.''

Er zijn politici in Europa die dat willen doen. Ze willen handelsbarrières opwerpen, bedrijven belonen als ze hun productie níét overplaatsen, of subsidies geven om werkgelegenheid te behouden.

,,Dat is vechten tegen de bierkaai. Iedere slag die je lijkt te winnen, is uitstel en daarmee ook vertraging van welvaartsgroei. Op korte termijn help je mensen omdat de aanpassingsproblemen later komen, maar daardoor zul je ook pas later profiteren van de aangepaste situatie.''

Foto-onderschrift:

Henk Don is directeur van het Centraal Planbureau in Den Haag. Dit interview is eind vorig jaar gehouden. (foto Roel Rozenburg)