ultra-kapitalisme můet gevolgen hebben in Nederland - Opklaringen Marc Chavannes

Column | Zaterdag 27-09-2008 | Sectie: Overig | Pagina: O07 | Marc Chavannes

Terwijl in Washington koortsachtig werd onderhandeld over de toekomst van het vrije marktkapitalisme zoals de westelijke wereld dat de laatste dertig jaar heeft gekend, vergaderde de Tweede Kamer over decentralisering van de langdurigheidstoeslag en bevordering van op maatschappelijke participatie gerichte ondersteuning van huishoudens met schoolgaande kinderen.

Toegegeven, dat is een met opzet wat contrastrijke samenvatting van de realiteit. Ons parlement besprak ook de invoering van de ov-chipkaart, hinderjongeren in Gouda en afkeer van de militaire dienstplicht toen de minister van Defensie een jongeman was. Die relatief zorgeloze agenda berustte misschien op een correcte taxatie van de invloed van het Nederlandse parlement.

Nog veel onoverzichtelijker is de crisis in het kapitalisme. Daar voerde minister van FinanciŽn Wouter Bos deze week in Amsterdam een door deze krant georganiseerd debat over met Robeco-econoom Lex Hoogduin en met de econoom Arjo Klamer. De minister toonde zich hoopvol, de politiek kan wel degelijk invloed uitoefenen, al zijn de marges smal en kunnen zij bijna alleen nog maar in Europees verband worden benut.

Bos was zichtbaar in zijn element, al was zijn opmerking dat de socialisten Wall Street binnenmarcheren voorbarig. Hij heeft een over het algemeen goed beoordeelde begroting geproduceerd. Hoogduin gaf de minister een compliment omdat hij niet aan allerlei knoppen had zitten draaien en de crisis even liet uitwoeden. Het gevaar bestaat dat de Gemeenteraad van Nederland het de minister volgende week ook te makkelijk maakt bij de Algemene FinanciŽle Beschouwingen.

Hoeveel overzicht en beheerst optimisme Bos ook ten toon spreidde, ťťn element ontbrak in zijn beschouwingen. Dat is de aardbeving van het huidige kapitalisme. De universele wijsheid van het op de vergaand vrije markt gebaseerde economische beleid, waar sociaal-democraten in West-Europa zich grommend aan hebben overgeleverd, is ontkracht. De PvdA moest van Wim Kok de ideologische veren afschudden tijdens Paars, het eindeloze privatiseringsmantra en het organiseren van de overheid als een bedrijf - dat allemaal staat op losse schroeven. Onze welvaart is er niet automatisch mee gediend.

Wat in de financiŽle wereld, vooral in Groot-BrittanniŽ en de Verenigde Staten, is gebeurd was al een aantal jaren in aantocht. De eerste scheuren werden afgedaan als incidenten. Toen in 2002 een aantal succesverhalen van het gloriŽrende kapitalisme onder verdachte omstandigheden omvielen, MCI Worldcom, Global Crossing en Enron voorop, dwong het Congres de regering-Bush tot maatregelen om herhaling te voorkomen. De Sarbanes-Oxley-wet bezorgde vooral accountants in binnen- en buitenland veel extra declarabele uren, maar de grondoorzaken werden niet aangepakt. De perverse beloningsprikkels van directeuren garandeerden immers dat aandeelhouderswaarde zou worden gecreŽerd.

Toen al maakten zogenaamde Reagan-conservatieven, die de overheid als bron van alle kwaad zagen en belastingverlaging zagen als hťt wondermiddel, bezwaar tegen de enorme uitbreiding van de overheidsuitgaven door Bush c.s. De na 9/11 afgekondigde oorlog tegen het terrorisme en de met Saddam Hussein begonnen verbouwing van het Midden-Oosten bezorgden bevriende bedrijven miljarden in aanbestedingsvrije opdrachten. Clintons begrotingoverschot werd een megadeficit.

Het Paulson-plan om voor 700 miljard de casinoverliezen van Wall Street op te kopen is het voorlopig hoogtepunt van een roekeloos ultrakapitalisme waarbij de extreme winstkansen privaat blijven en de immense risicos voor de belastingbetaler zijn (om het syteem niet in gevaar te brengen). De Democraten willen niet de schuld krijgen dat zij het systeem laten omvallen, de Republikeinen laten de hoofddaders opnieuw ontkomen met minimaal kleerscheuren. Bovendien zadelen zij een eventuele president Obama op met een staatsschuld die hem ieder nieuw initiatief, bijvoorbeeld voor een fatsoenlijke gezondheidszorg, onmogelijk maakt.

Toen Wouter Bos een jaar geleden een conferentie opende om Amsterdam (na de ABN Amro-implosie) als financieel centrum op de kaart te zetten, begon hij met een verwijzing naar het begrip conventionele wijsheid, gelanceerd door de grote Amerikaanse econoom John Kenneth Galbraith. De in 2006 overleden keynesiaan hoopte dat zijn zoon James nog eens zou beschrijven hoe de conventionele wijsheid van de ongebreidelde vrije markt de wereld intussen heeft ontwricht.

Galbraith de jongere, econoom aan de universiteit van Austin, Texas, publiceerde vorige maand die analyse. In The Predator State: How Conservatives Abandoned the Free Market and Why Liberals Should Too beschrijft hij hoe in Amerika de laatste bijna acht jaar een verbond van zakenlui en lobbyisten, die geen enkele boodschap hebben aan een sluitende begroting, de staatskas hebben leeggeschud. De publieke zaak hebben zij uit ideologisch vermomd egoÔsme geruÔneerd, van milieu tot verkeer tot gezondheidszorg. Globalisering als smoes hadden ze niet nodig.

Deze conservatieven-in-naam, met vicepresident Cheney aan het roer en ex-Goldman Sachs-bankier Paulson nu op FinanciŽn, hebben voorkomen dat serieus toezicht werd uitgeoefend op enige zakenactiviteit, en met name op de grootschalige handel in de financiŽle hocuspocus-produkten die het vertrouwen in het banksysteem hebben verwoest. Nu het fout loopt doen zij nog ťťn greep in de publieke kas. Het is een radicaal boek. Maar zijn de feiten dat niet ook?

Als conservatieven de vrije markt allang niet meer serieus nemen, waarom zouden sociaal-democraten dat dan nog wel moeten doen, is de vraag die Galbraith de Democraten in Amerika, maar per implicatie heel Europa voorlegt. De voorbeelden zijn te talrijk om allemaal te noemen. Het zijn dogmatische Nederlandse missers, ons vaak opgedrongen door de een of andere EU-richtlijn, waar we nodig over moeten nadenken - ook in Brussel.

De ontwrichtende bonussen in het bedrijfsleven, de even demotiverende beloningen van bazen in (vaak volgens dezelfde dwaalleer gepseudoprivatiseerde) publieke diensten als vervoer, betaalbare woningbouw, onderwijs en zorg, het grootscheepse misbruik van belastingregels door opkoopfondsen (waar Bos nog steeds veel te toeschietelijk over denkt), het is maar een eerste lichting schijnzekerheden waar het fundament onder is weggevallen.

De conservatieven-in-naam doen, nu het fout loopt, nog ťťn greep in de publieke kas