Markt levert Europa slechts koude kermis op
Wouter van Dieren 17 JUNI 2005 NRC

In zijn Al Qaeda and what it means to be modern noemt de Engelse schrijver en filosoof John Gray het geloof in markt en globalisering, en de uitwerking ervan, een project, zoals marxisme, nazisme en het 19de-eeuwse kapitalisme een project waren: grootscheepse fantasieën en daadkracht over hiërarchieke maakbaarheid en waarheid.

Over de jongste versie van het geloof in de vrije markt, in feite een terugkeer naar het 19de-eeuwse kapitalisme, zegt Gray dat het falen ervan even onvermijdelijk was en is als dat van de andere projecten. Maar vooral hoe verbazend het is dat het geloof erin alom nog zo onwrikbaar lijkt. Want vrije markten zijn een illusie. Ze bestaan niet, hebben nooit bestaan en zullen er nooit komen. De wereldeconomie wordt van top tot teen gereguleerd, niet conform de dwaze concepten van de planeconomie, maar via miljoenen regels, via wetgeving en via toezicht. En dat is maar goed ook: de wereld zou er slecht aan toe zijn als dat alles zou wegvallen.

Europa is de laatste jaren in de ban geraakt van de marktideologen, en de gevolgen zijn ernaar. Zo zullen de inkomenstoeslagen voor de boeren worden gestopt: de landbouw moet de vrije markt op. Dat is al sinds Jozefs landbouwpolitiek in Egypte niet mogelijk gebleken, omdat de boer produceert met oncontroleerbare en onbeweeglijke productiefactoren zoals de voor epidemieën vatbare levende have, het klimaat, en grondgebonden kapitaal. Per 1 januari 2007 vervalt de melkregeling, wat de doodklap betekent voor de Europese melkveehouderij en de bijbehorende plattelandsontwikkeling. Dagverse melk uit de radioactieve Oekraïne dan maar? De Europese landbouwoverschotten zijn de kiezer te veel, zo wordt deze draconische maatregel aan de man gebracht. Maar boterbergen zijn geen overschotten doch voorraad. Nog maar 25 jaar geleden was de wereldvoedselvoorraad goed voor drie jaar, nu is dat drie maanden. Voedselpolitiek, daar hoor je in Brussel nooit meer over.

Het voorbeeld kan moeiteloos worden aangevuld met honderden andere interventies, waarvan de ratio steeds is dat maatschappelijke doelen en beleid worden vervangen door een middel, het middel van de marktwerking. Niet het platteland of de voedselvoorziening, maar de markt. Niet het klimaat en het milieu, maar de markt. Niet de zekerheid van de energievoorziening, maar de markt. Niet de barmhartigheid, de zorg en de gezondheid, nee, de markt zal en moet dat allemaal in orde maken. Niet de trein op tijd, maar NS naar de beurs. Niet werkgelegenheid en lagere prijzen, maar afbraak van sociale zekerheden door gastarbeid en verplaatsing van productie naar lagelonenlanden en een dure euro.

De koude kermis hiervan is er al lang, alleen hebben Den Haag en Brussel dat nog niet in de gaten. Dat wordt schrijnend duidelijk uit de zogenoemde Duurzaamheidsverklaring van het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP), onderdeel van het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu). Om greep te krijgen op de vele wereldbeelden waarmee de samenleving worstelt, heeft het MNP vier hoofdstromingen gedefinieerd waarmee we in Europa van doen hebben en die in een matrix uitgezet. Bovendien is door middel van een enquête uitgezocht welke stromingen op hoeveel maatschappelijke steun kunnen rekenen. Stroming A is die van de zogeheten Washington Consensus (trefwoorden: liberalisering, privatisering, marktwerking, globalisering en concurrentie), door het MNP gekoppeld aan de studie van Fukuyama over het einde der ideologieën: de Koude Oorlog is voorbij, het kapitalisme heeft gewonnen, de toekomst is helder. Slechts 10 procent van het geënquêteerde publiek is het daarmee eens.

Stroming B is die van Samuel Huntingtons Clash of Civilizations, die kan rekenen op 27 procent. Wereldbeeld C wordt gesymboliseerd door Our Common Future van Brundtland (1987) en kenmerkt zich via het Rijnlandse model: een mix van overheid en markt, met een nadruk op solidariteit en regulering. De vierde stroming vindt zijn beste woordvoerders in No Logo van Naomi Klein en in Small is beautiful van E.F. Schumacher. Beide laatste wereldbeelden blijken te kunnen rekenen op respectievelijk 45 + 22 = 67 procent aan herkenning en sympathie. Men had het nee dus kunnen voorspellen op basis van deze zes maanden oude enquête.

Toen Jacques Delors in 1994 afscheid nam als voorzitter van de Europese Commissie, liet hij in zijn zogenoemde Witboek een toekomstbeeld na waarin Europa zich zou bewegen in de richting van Brundtland, met op de ventweg veel aandacht voor regionalisering en culturele eigenheid. Het Witboek is nog altijd actueel, met dien verstande dat het vertaald zou moeten worden naar een Europa van de kwaliteit, dat zich juist daarmee onderscheidt van bijvoorbeeld het China van het neofeodale staatskapitalisme of het Amerika van de neoconservatieven.

Info:

Wouter van Dieren is lid van de Club van Rome