Indianenlessen voor een ontspoorde economie

Door JURRIAAN KAMP 23 MEI 1992 NRC

Inspiratie voor de oplossing van economische en sociale dilemma's wordt zelden gezocht in de antropologie. Volgens Harvard-professor David Maybury-Lewis verschaft de studie van mensen in andere samenlevingen inzicht in de eigen samenleving en haar organisaties.

Pacific Lumber is een houtbedrijf in CaliforniŽ in de Verenigde Staten. Het wordt gedreven door een familie. Het bedrijf bezit een groot bos met prachtige, langzaamgroeiende sequoia's. Pacific Lumber besteedt veel aandacht aan nieuwe aanplant, essentieel voor de continuÔteit. Rond het bedrijf groeit een dorp. De werknemers worden goed betaald en het bedrijf zet zich in voor de opleiding van hun kinderen. Kinderen worden op kosten van de onderneming naar de universiteit gestuurd. "Het paradijs met een wachtlijst", schrijft de Saturday Evening Post dan ook al in 1951 over Pacific Lumber.

Op een dag besluit de familie het familievermogen te gelde te maken en de aandelen van het bedrijf te verkopen op de beurs. Aanvankelijk verandert dat niets in de bedrijfsvoering. Totdat een avontuurlijke belegger Pacific Lumber in de gaten krijgt. Hij ziet dat het bedrijfsbos een gigantisch kapitaal vertegenwoordigt. Met hulp van de effectenbank Drexel Burnham overvalt de belegger Pacific Lumber in 1985 op de beurs en verwerft de zeggenschap. De schuld die de overvaller heeft gemaakt om het bedrijf te kunnen kopen, wordt op de tot dan toe florissant opererende onderneming geladen. En om die schuld weg te werken worden de bomen, veelal meer dan duizend jaar oud, versneld gekapt. De nieuwe aanplant kan het kappen niet meer bijhouden. Het evenwicht is verstoord. Uiteindelijk neemt daardoor de winst af. Dat luidt niet alleen het einde van Pacific Lumber in, maar ook van de werkgelegenheid in het dorp en van een waardevol natuurgebied.

De doorgaans rustig en warm sprekende David Maybury-Lewis, hoogleraar antropologie aan de universiteit van Harvard, verraadt felheid als hij dit waargebeurde verhaal vertelt: "Deze misstanden geven aan dat er iets moet veranderen in onze samenleving. Wij geloven dat welvaart alleen kan worden geschapen door iedereen toe te staan te overdrijven, dat we de Michael Milkens (de junkbondhandelaar die in 1987 met aandelentransacties meer dan een miljard gulden verdiende, JK) moeten accepteren om zeker te zijn van economische dynamiek." De houten vloer van zijn huis golft als hij uit zijn stoel opveert. De emotionele betrokkenheid van een intellectuele burger? Voor de antropoloog Maybury-Lewis speelt er meer.

Het ligt niet voor de hand om inspiratie voor de oplossing van economische en sociale dilemma's te zoeken in de antropologie. Voor velen is antropologie een semi-serieuze wetenschap die te maken heeft met gekleurde veren, ringen door neuzen en oren, in bonte doeken gehulde mensen, mystieke dansen en rituele magie. Met de foto's uit de National Geographic Magazine, kortom, van een wereld ver weg die niets met de onze heeft te maken.

Maar voor David Maybury-Lewis dient de antropologie, het bestuderen van mensen in andere samenlevingen, juist om inzicht te verwerven in de eigen samenleving en haar organisaties.
De tijd is voorbij dat antropologen in witte jassen vreemde exemplaren van de soort mens bestudeerden om tot de conclusie te komen dat de wijze waarop die anderen hun samenleving organiseerden een mislukte poging was om het op "onze' manier te doen. Andere samenlevingen kunnen - geconfronteerd met dezelfde sociaal-economische dilemma's - weloverwogen andere keuzes maken. Daarom moeten respect, gelijkwaardigheid en wederkerigheid uitgangspunten zijn voor antropologisch onderzoek, aldus Maybury-Lewis.

Hij meent dat inzicht in de organisatie van inheemse stammen kan helpen bij het zoeken naar het "menselijke gezicht van het kapitalisme'. "Want", zegt Maybury-Lewis, "aan de vooravond van een nieuw millennium komen we tot de conclusie dat de ideeŽn en visies die ons de afgelopen vijf eeuwen hebben gediend niet meer zo goed werken." In tribale samenlevingen zijn geen daklozen of ontheemden, of aandeelhouders die zichzelf verrijken ten koste van werknemers. Zorg voor elkaar is er vanzelfsprekend, zoals ook zorg voor het milieu een gegeven is. Kortom, in stammensamenlevingen is het evenwicht tussen de wensen van het individu en de verantwoordelijkheid van dat individu voor zijn omgeving, bewaard gebleven.

De visie van Maybury-Lewis vindt gehoor in het bedrijfsleven. Softwarehuis BSO presenteert dinsdag zijn jaarverslag waarin een essay van de antropoloog van Harvard centraal staat.

Pag 18: Moderne samenleving heeft sociale intuÔtie verloren

De conclusie dat het voor arbeidsverhoudingen en milieu beter is afstand te doen van de verworven welvaart en weer in een tent te gaan leven, is echter te simpel. Maybury-Lewis: "Ik zal de laatste zijn om te zeggen dat stammensamenlevingen vergaarplaatsen van alle wijsheid zijn. Geenszins. Er zijn vele dingen in onze eigen wereld die duidelijk de voorkeur genieten boven het leven in stammen. Daarom verkiezen wij het ook om in onze eigen wereld te leven. Maar onze samenleving is zijn sociale dimensie kwijt. In de VS struikel je over de daklozen. En in Europa zorgt een onpersoonlijk, ambtelijk apparaat voor de potentiŽle daklozen. Hoe kunnen we onze samenleving dat natuurlijke sociale aspect weer teruggeven? Een terugkeer naar de stammensamenleving is uitgesloten. Maar we kunnen wel van die stammen leren. Ze kunnen ons helpen te begrijpen waar we zijn ontspoord."

Samenwerking in inheemse samenlevingen is intuÔtief. In de moderne maatschappij wordt intuÔtie alleen nog gebruikt in de omgang met familie en vrienden; binnen bedrijven en organisaties is de samenwerking vastgelegd in vaak te starre regels. Het leven volgens zulke regels leidt tot misstanden waarin de intuÔtief levende stambewoner niet zal vervallen. Omdat er geen regel bestaat die het ongelimiteerd kappen van de bomen van Pacific Lumber verbiedt, gaat het bedrijf ten gronde.

De behoefte aan regels is, volgens Maybury-Lewis, voortgevloeid uit de ontwikkeling van de wetenschap die de Westerse mens lange tijd de indruk heeft gegeven dat hij meester was van zijn wereld. "De wetenschappelijke ontwikkeling van de afgelopen paar eeuwen heeft de mogelijkheden in onze samenlevingen verveelvoudigd. De ontwikkeling van het individualisme is het sociale equivalent van de atoomsplitsing. Een enorme creatieve energie kwam vrij en die heeft ons grote voordelen gebracht. Door onze beheersing van de natuur kunnen wij dingen die inheemse stammen niet kunnen. We kunnen ons sneller verplaatsen. We kunnen sneller communiceren en daarom kunnen wij onze samenlevingen totaal anders organiseren. Dat is onze winst.

"Maar daarvoor betalen we een prijs. We hebben geleefd in de illusie dat de wetenschap alles zou oplossen, dat de mens de meester van het universum was. En nu blijkt dat niet het geval te zijn. In stammen is harmonie steeds de basis van het leven. Harmonie tussen de mens en zijn omgeving, tussen de mensen onderling. Wij hebben intussen het vermogen verloren om dingen in hun samenhang te zien. Hebzucht is goed, heette het nog in de periode-Reagan. Dat is verontrustend. Dat vind ik ons grootste verlies."

Het streven naar harmonie is niet het romantisch ideaal van ťťn toevallige, in het oerwoud verstopte stam. Maybury-Lewis wijst op het opmerkelijke feit dat dat accent op harmonie een keuze is die tribale samenlevingen over de hele wereld onafhankelijk van elkaar hebben gemaakt. De dynamiek tussen tegenstellingen wordt bewust beheerst. In het spanningsveld tussen de wensen van het individu en de verantwoordelijkheid voor de gemeenschap kiest de stammencultuur voor de gemeenschap. Niet onafhankelijkheid staat centraal, maar interdependentie en dus ligt de nadruk op complementariteit.

Op zichzelf klinken deze gedachten niet meer zo opmerkelijk in het bedrijfsleven waar het afvijlen van de scherpe kantjes in de verhoudingen tussen arbeid en kapitaal al enige tijd geleden begon. Maar ofschoon binnen ondernemingen meer plaats is gekomen voor nieuwe, meer spontane wijzen van samenwerking, heeft de moderne maatschappij nog weinig greep op de excessen van het marktmechanisme.

Maybury-Lewis: "Wij zijn voortdurend geneigd om ons te concentreren op ťťn aspect en te doen alsof de rest niet bestaat. Wij geloven inderdaad dat we de excessen van Michael Milken moeten aanvaarden om zeker te zijn van economische dynamiek, omdat we anders zullen vervallen in een stationaire samenleving als de stammencultuur. Maar het is niet een kwestie van wel of geen economische groei. Het gaat om matiging, om evenwicht tussen individuele verlangens en sociale verantwoordelijkheid. In een tribale samenleving wordt een individu door de omstandigheden gedwongen zijn verantwoordelijkheid voor zijn stam op zich te nemen. Doet hij dat niet, dan verliest hij zijn plaats en hij kan nergens anders naar toe. In de moderne Westerse samenleving daarentegen is er altijd een markt waar je alles kunt kopen: je kunt vrienden kopen, je kunt comfort kopen, alles."

De Harvard-antropoloog kan over beide werelden oordelen. Hij groeide op als zoon van een koloniaal Brits gezin tussen de kamelenhandelaren van wat nu Pakistan is. Engeland werd nooit helemaal zijn thuis en na een kandidaatsexamen literatuur in Oxford koos Maybury-Lewis voor de antropologie.

Hij verrichtte dertig jaar geleden zijn voornaamste veldwerk bij de Xavante, een indianenstam in de Amazone-wouden in centraal-BraziliŽ. De stam had nog nauwelijks contact gehad met de buitenwereld. De indianen hadden een paar missionarissen vermoord en daarmee duidelijk gemaakt dat zij niet gediend waren van bezoek. Maybury-Lewis ging toch, met zijn vrouw Pia en hun zoontje, een baby van toen nog geen jaar. Wat bezielt iemand om aan zo'n hachelijke onderneming te beginnen? Maybury-Lewis: "Ik ging antropologie studeren omdat die studie zowel een intellectuele als een avontuurlijke uitdaging bood. Het was een poging om weg te komen van de wereld die ik kende. Aan de rand van de bekende wereld hoopte ik iets fundamenteels te ontdekken, iets dat van belang was voor de mensheid."

Dat verlangen naar een "fundamentele ontdekking" van de antropoloog is geen bewijs van gebrek aan bescheidenheid maar meer een illustratie van zijn gedrevenheid. En het is een feit dat nog maar weinig antropologen zo nadrukkelijk met hun onderzoek zijn "teruggekomen' naar hun eigen wereld. Dezelfde inzet spreekt overigens uit het door hem opgerichte Cultural Survival, dat zich inzet voor inheemse samenlevingen. De organisatie wil niet zozeer culturen "bewaren in musea" maar de stammen helpen om "over hun eigen toekomst te beschikken". Met andere woorden: de inspiratiebron moet blijven bestaan.

Het werk van Maybury-Lewis ligt ten grondslag aan een tiendelige televisieserie met de naam 'Millennium'. De serie, waaraan tien jaar is gewerkt en die ongeveer 16 miljoen gulden heeft gekost (voornaamste financiers: het Amerikaanse publieke televisiestation PBS, de Britse BBC, uitgever Penguin, cosmetica-keten Body Shop en klerenproducent Esprit), ging onlangs in Canada en de Verenigde Staten in premiŤre. In oktober zendt de BBC de serie uit, met een Nederlandse omroep wordt onderhandeld.

Millennium is geen verzameling mooie exotische beelden, maar - naar zijn subtitel: Tribal wisdom and the modern world - een serieuze, antropologische zoektocht naar antwoorden op de tekortkomingen van de moderne welvaartsmaatschappij. In de inleiding van elke aflevering verklaart Maybury-Lewis het doel van de televisieserie waarvoor hij het gelijknamige boek schreef: "Op mijn reis ga ik voor de moderne wereld op zoek naar de wijsheid van oude stammen".

De filosofie van Maybury-Lewis en de producenten van Millennium - onder wie Adrian Malone, die in de jaren zeventig en tachtig prijzen won met de televisieseries The Ascent of Man en Cosmos (met Nasa's Carl Sagan) - mag discutabel zijn, de serie is er in geslaagd twee werelden aan elkaar te spiegelen. Ze zet het leven in primitieve stammensamenlevingen in AziŽ, Afrika en Noord- en Zuid-Amerika af tegen het leven in de moderne welvaartsmaatschappij en belicht de wisselwerking. Maybury-Lewis fungeert als de verteller die de beelden aan elkaar knoopt.

De aflevering over rijkdom is illustratief voor de kijk van Maybury-Lewis. Daarin vertelt een vuilnisman in Manhattan dat de zorg voor zijn gezin het belangrijkste doel in zijn leven is en dat hij zich zorgen maakt over de overmaat aan rotzooi die zijn samenleving produceert (en die hij dagelijks mag opruimen): "Kopen, kopen, kopen", verzucht Joe Rivera, "niemand leert iemand meer om iets te sparen. Zo gaan we allemaal naar de verdoemenis. We willen alles snel doen, we houden niets meer vast. Zelfs mensen niet. We willen niet meer verbonden zijn met elkaar. Er is echt iets mis als we geen zorg meer hebben voor onze naaste."

De camera laat Joe Rivera in New York achter en zwaait bijna de halve wereld over naar het eiland Sumba in IndonesiŽ waar de Weyeva-stam leeft. Het is een gewoonte van de Weyeva's om de graven van hun voorouders te sieren met grafstenen. Het gaat hier om stenen van wel 25 ton die - zonder moderne hulpmiddelen - slechts door 400 man kunnen worden verplaatst. Afgezien van het spectaculaire verplaatsen van de steen, is het een hele klus voor een Weyeva om 400 man zover te krijgen om voor zijn voorouder een grafsteen te plaatsen. Het kost vaak een mensenleven om een netwerk van persoonlijke relaties te vlechten om het ritueel mogelijk te maken. En het is dat vlechtwerk dat de samenleving van de Weyeva's bijeenhoudt. "We moeten gunsten blijven uitwisselen, kennis en werk. Zodat wij elkaar kennen. Dan zijn wij rijk. Ik heb een schuld aan jou. Jij bent in mijn hart. Ik ben in jouw hart. Jij hebt een schuld aan mij", zegt Weyeva-leider Lendi Batu.

Millennium verlaat Sumba op zoek naar het antwoord op de vraag hoe de mensheid zich heeft ontwikkeld van de vanzelfsprekende geborgenheid en solidariteit van de Weyeva naar de eenzaamheid die vuilnisman Joe in de moderne maatschappij signaleert. Via de Pieterskerk in Leiden, waar Maybury-Lewis constateert dat in het glas en lood geen heiligen maar kooplieden zijn vereeuwigd, landt Millennium aan in Amsterdam waar - aldus de Harvard-antropoloog - de opkomst van de bank in het begin van de zeventiende eeuw een nieuw handelssysteem introduceerde. De bank gebruikte het door de ene koopman gedeponeerde geld om een willekeurige andere koopman te financieren. Zo ontstond het huidige systeem van vreemdelingen die vreemdelingen financieren met winst als primair motief. Dat systeem mist de veiligheidsklep van de wederzijdse afhankelijkheid die traditionele samenlevingen bindt en opende de weg naar excessen van het marktmechanisme.

Is het te romantisch om te denken dat kleinschalige tribale systemen nog kunnen werken in de grootschalige Westerse wereld? Maybury-Lewis toont zich vertrouwd met deze scepsis: "Mijn eenvoudige antwoord is: de moderne industriŽle samenlevingen en hun organisaties kunnen het op zijn minst proberen. Als we dat niet doen, zijn de rampen ook niet te overzien. Overigens is grootschaligheid niet altijd een belemmering. De Trobriand-eilandbewoners in MicronesiŽ slagen er ook in door middel van de zogenoemde kula-kanoe-expedities contact te maken met stamgenoten ver buiten hun horizon. Zo ontstaan sociale netwerken tussen mensen van verschillende stammen die verschillende talen spreken over een uitgestrekt gebied in het westelijk deel van de Stille Oceaan. En dan zouden wij niet in staat zijn de zwakkeren naast de deur in onze samenleving op te nemen?"