Het nieuwe economische wereldrijk gebruikt slaven om de eigen leiders te verrijken

John Perkins 25 MAART 2006 NRC

De kloof tussen rijk en arm is de laatste dertig jaar alleen maartoegenomen, ook al wordt het tegendeel gesuggereerd. De rijkdom zit vooralbij grote Amerikaanse bedrijven - bij de corporatocracy, de machthebbersin een wereldrijk dat berust op economische macht.

De afgelopen drieduizend jaar zijn legers uitgezwermd over AziŽ,Europa, het Midden-Oosten, Noord-Afrika en Latijns-Amerika om grote rijkente stichten. Zij dwongen de volkeren die zij onderwierpen om grote steden,paleizen en monumenten voor de leiders van de rijken te bouwen, en om dereligies, gebruiken en talen van de veroveraars over te nemen.

Maar na de Tweede Wereldoorlog is er iets heel nieuws gebeurd: er is eenwereldrijk tot stand gebracht langs economische weg, waarbij destrijdkrachten zich afzijdig houden, om slechts in het uiterste geval inte grijpen.


Dit nieuwe rijk, waarvan het hoofdkwartier is gevestigd in de VerenigdeStaten, is het eerste echte wereldrijk uit de wereldgeschiedenis. Met zijnsubtiele optreden heeft het de Romeinse centurions, de Spaanseconquistadores en alle andere imperialistische legers voor gek gezet.Anders dan de vroegere rijken heeft deze eigentijdse versie deonderworpenen weten te overreden - in plaats van te dwingen - om allebelangrijke aspecten van zijn cultuur over te nemen. Nu, aan het begin vanhet derde millennium, is de taal van dat rijk de wereldtaal van handel endiplomatie, en reiken de tentakels van zijn beeldende kunst, literatuur,films, muziek, geneeskunde, natuurwetenschappen en communicatie tot in deverste uithoeken van de planeet.


Het Amerikaanse imperium wordt niet geregeerd door een koning of eenkeizer, niet door ťťn persoon of familie. Het wordt geregeerd door eengroep mannen die het voor het zeggen hebben in multinationals en banken,en via hen in de overheden van de Verenigde Staten en vele andere landen.
Deze lieden pendelen veelal tussen de hoogste niveaus van de ondernemingen,de banken en de overheden heen en weer. Onder hen staat een piramide vanondergeschikten, met een miljardenbevolking van arbeiders die zwoegen omhet merendeel van de rijkdommen van de aarde naar de schatkisten van deondernemingen te sluizen - mensen die toekomstige onderzoekers 'slaven'zullen noemen.

Karakteristiek voor het moderne wereldrijk is de bedrieglijke schijn.De meeste mensen in de hogere regionen van de piramide zijn zich er nietvan bewust dat zij een wereldrijk dienen. Zij werken voor organisaties alsde Wereldbank of het Amerikaanse Bureau voor Internationale Ontwikkeling,en voor bedrijven als General Electric, Exxon, General Motors, Wal-Mart enNike. Zij leren dat de samenleving altijd baat heeft bij industrialisatieen economische ontwikkeling, en dat hun organisaties bijdragen aan deverlichting van lijden en armoede, dat ze banen scheppen en de vrede en destabiliteit in de wereld bevorderen. Zij zijn zich er merendeels niet vanbewust dat ze in feite een nieuwe vorm van slavernij verbreiden, dieellende aanricht en een sfeer kweekt die het wereldwijd optreden vanterroristische bewegingen in de hand werkt. In hun gelederen staan cohortenjuristen, economen en psychologen klaar om hen ervan te overtuigen dat hetbestel dat zij hebben opgebouwd het meest democratische, rechtvaardige enbarmhartige is dat de wereld ooit heeft gekend, en dat het bovendiennauwelijks meer voor verbetering vatbaar is.

In tegenstelling tot de soldaten van vroegere wereldrijken draagt devoorhoede van nu geen uniformen of wapens. Zij wordt niet zozeer gedrevendoor geloofsijver of patriottisme als wel door de overtuiging dat zij dezegeningen van de vooruitgang over heel de planeet verbreidt.


De feiten over de moderne wereld weerspreken deze overtuiging. Destatistieken van na de Tweede Wereldoorlog laten duidelijk zien dat deindustrialisatie en economische ontwikkeling in vele derdewereldlandenalleen maar een handvol van de rijkste families - en de topmensen van decorporatocracy, de heerschappij van de grote ondernemers - in die landenten goede is gekomen, terwijl de meeste mensen het slechter hebbengekregen. De verhouding tussen het inkomen van het vijfde deel van dewereldbevolking in de rijkste landen en dat van het vijfde deel in dearmste landen is verschoven van 30 tegen 1 in 1960 naar 74 tegen 1 in 1995.Dat logenstraft de beweringen van organisaties als de Wereldbank envertegenwoordigers van commerciŽle conglomeraten als zou in die periodede kloof tussen rijk en arm zijn geslonken. Op 11 september 2001, de dagwaarop in de Verenigde Staten 3.000 mensen door terroristische aanslagenjammerlijk om het leven kwamen, zijn in de Derde Wereld 24.000 mensengestorven van de honger - zoals gemiddeld dagelijks gebeurt, het hele jaardoor. Naar schatting sterven dagelijks 30.000 kinderen aan behandelbareziekten, enkel doordat het heersende bestel niet bereid is de benodigdegeneesmiddelen te verschaffen.

Iedereen die in de jaren zeventig steden in de Derde Wereld heeftbezocht, en dertig jaar later nogmaals - en dan niet als toerist, maar alseen waarnemer die ook de buurten verkent die in de reisgidsen wordenontraden -, weet dat de laatste decennia van het tweede millennium nochbarmhartig noch egalitair waren.

De grote steden van Afrika, AziŽ, Latijns-Amerika en grote delen vanhet Midden-Oosten getuigen van het succes - en van de meedogenloosheid -van de bouwers van het imperium. Adembenemende wolkenkrabbers, herenhuizenen luxe flats contrasteren er met miserabele achterbuurten. Deeerstgenoemde zijn er voor de ridders van het rijk, de laatste voor hun percontract geworven dienaren en slaven.

Slavernij is een hard woord. Directeuren van bedrijven nemen het nietin de mond, en je vindt het evenmin in de verslagen van internationaleontwikkelingsorganisaties. Toch is het, zoals ik heb uiteengezet in mijnConfessions of an economic hit man, volkomen toepasselijk:

'Tegenwoordig reizen mannen en vrouwen naar Thailand, de Filippijnen,Botswana, Bolivia en ieder ander land waar ze mensen denken te vinden diewanhopig op zoek zijn naar werk. Ze gaan daarheen met het uitdrukkelijkedoel misbruik te maken van mensen die er ellendig aan toe zijn - mensenwier kinderen ernstig ondervoed zijn of zelfs verhongeren, mensen die insloppenwijken wonen en die iedere hoop op een beter leven hebben latenvaren, mensen die zelfs niet meer dromen van een nieuwe dag. Die mannen envrouwen verlaten hun comfortabele kantoren in Manhattan of San Franciscoof Chicago, steken in luxueuze straalvliegtuigen bliksemsnel werelddelenen oceanen over, nemen hun intrek in de beste hotels en gaan eten in dechicste restaurants die het land te bieden heeft. En dan gaan zij op zoeknaar radeloze mensen.

'Er zijn nog altijd slavenhandelaren. Zij rekruteren eenvoudigwegradeloze mensen en bouwen een fabriek om de jasjes, jeans, tennisschoenen,auto- of computeronderdelen en duizenden andere artikelen te maken die zijkunnen verkopen waar ze maar willen. Misschien worden zij zelfs liever nietzelf eigenaar van die fabrieken, maar nemen ze een plaatselijke ondernemerin dienst om al het vuile werk voor hen op te knappen.'

Voor de mensen die het uitbuit, is dit moderne wereldrijk nietzachtzinnig, maar het is buitengewoon genereus voor wie aan de top van zijnsocio-economische piramide staat. Van de 100 grootste economieŽn terwereld zijn er 52 bedrijven, geen landen; 47 daarvan zijn Amerikaansebedrijven. Zij hebben 25 procent van de rijkdommen van de wereld weten tesluizen naar 5 procent van de wereldbevolking - de Verenigde Staten. Minderdan 1 procent van die bevolking - de mensen aan de top van de piramide -bezit een groter deel van de Amerikaanse economische middelen dan deonderste 90 procent. In 2003 was het salaris van de gemiddeldepresident-directeur driehonderd maal zo hoog als dat van zijn gemiddeldeemployť. Het aandeel van de Amerikaanse belastinginkomsten dat doorbedrijven wordt betaald, is gedaald van ongeveer 33 procent in de jarenveertig van de twintigste eeuw tot 15 procent in 2000. De mensen die decorporatocracy vormen hebben zich letterlijk als rovers gedragen. Tijdensde Tweede Wereldoorlog was het hoogste belastingtarief 91 procent. OnderKennedy en Johnson is dat gedaald tot 70 procent. Reagan maakte er 50procent van, en in 1986 steunde een coalitie van Republikeinen enDemocraten een nieuwe 'belastingherzieningswet', die het hoogste tariefverlaagde tot 28 procent, en dat is het nog steeds.

De grondslagen van dit Amerikaansewereldrijk zijn gelegd in de jarenveertig van de negentiende eeuw, toen de leer van de Manifest Destiny(klaarblijkelijke beschikking) populair werd - de idee dat de veroveringvan Noord-Amerika door God beschikt was, en dat God, en niet de mens, deondergang van de Indianen, de wouden en de bizons had bevolen, evenals hetdroogleggen van moerassen en het
kanaliseren van rivieren, en deontwikkeling van een economie die berust op aanhoudende exploitatie vanarbeidskrachten en bodemschatten. Eind negentiende, begin twintigste eeuwwerd het concept van de Manifest Destiny gehanteerd ter rechtvaardiging vanVS-invasies in landen in Midden- en Zuid-Amerika die weigerden hetVS-beleid te steunen.


De drievoudige schok van de twee wereldoorlogen en de Depressie heeftAmerika gestijfd in zijn stellige voornemen om zich te verdedigen en zijninvloedssfeer uit te breiden. De presidenten Taft, Wilson en FranklinRoosevelt hebben op basis van een aangepaste versie van de Manifest Destinyde pan-Amerikaanse activiteiten van Washington tot aan het einde van deTweede Wereldoorlog voortgezet. Daarna heeft een hele reeks presidentenzich op dit beginsel beroepen in de strijd tegen het communisme in oordenals Vietnam, Iran en IndonesiŽ. Toen kwamen 11/9, Afghanistan en Irak.

Maar al gaat de filosofische rechtvaardiging van een vorm vanexpansionisme die is uitgelopen op het eerste echte wereldrijk dananderhalve eeuw terug, op de Manifest Destiny, de middelen om dat resultaatook werkelijk tot stand te brengen worden geleverd door de moderneonderneming - een fenomeen dat zijn succes voor een groot deel dankt aanzijn informele bondgenootschap met de overheid en de grote banken. Datbondgenootschap is gedurig sterker geworden in de decennia sinds de jarenvijftig, toen president Eisenhower voor het eerst waarschuwde voor hetmilitair-industrieel complex. De corporatocracy die dit mogelijk heeftgemaakt, is geen samenzwering in de klassieke zin van het woord. Zijbestaat niet uit een groepje mensen dat regelmatig in het geheim bijeenkomtom staatsgrepen te beramen of toekomstplannen te formuleren. Het is meeriets als het verbond tussen de plantagehouders in het Amerikaanse Zuidenvan voor de Burgeroorlog. Net als die zuidelijke aristocraten, die wistenwat zij te doen hadden om hun wijze van leven en zakendoen te beschermen,en die het daarover eens waren zonder erover te hoeven vergaderen, hebbende leden van de huidige corporatocracy financiŽle, politieke enmaatschappelijke belangen gemeen die hun optreden dicteren. Zij hoevendaarvoor geen conferenties te houden of expliciete plannen te formuleren.



Het welslagen van de corporatocracy, en dus van het imperium, berustgoeddeels op het feit dat het publiek en de rechters zakelijke praktijkenaccepteren die in een ander tijdperk als misdadig zouden zijn beschouwd.Wetten die ooit grote, monopolistische ondernemingen dwongen belangen afte stoten, zijn recent ongedaan gemaakt.
Aardoliemaatschappijen,mediagiganten, detailhandelaren en zelfs restaurantketens hebben in zo'nduizelingwekkend tempo hun krachten gebundeld dat het praktisch niet bijte houden is. Tegelijkertijd hebben de eigenaars - en een paar eigenaressen- van deze ondernemingen stevig voet aan de grond gekregen bij de overheiden de banken. Juist de mensen die zijn aangesteld om toezicht te houden opde industrie, zijn maar al te vaak afkomstig van hoge posities in diezelfdeindustrie, en rekenen er doorgaans op na afloop van hun werk voor deoverheid weer naar die industrie te zullen terugkeren. Je hoeft geenpoliticoloog te zijn om te snappen dat zo'n bestelwemelt van de potentiŽlebelangenconflicten, dat het ondemocratisch is, en in hoge mate vatbaar voormisbruik en corruptie.

Dit wereldrijk mag dan onschuldig zijn begonnen, voortkomend uit deverwarring van de twee wereldoorlogen en de Depressie, in de tweede helftvan de twintigste eeuw is het weloverwogen uitgebreid. De corporatocracyheeft consequent het internationale bankwezen, de wetten van vele landen(waaronder de Verenigde Staten) en multinationale handelsovereenkomstenzodanig gestalte gegeven dat de big business erdoor wordt gestimuleerd enversterkt, terwijl alle anderen, vooral zij die een gevaar vormen voor decorporatocracy, rechten kwijtraken (voorbeeld: het aandeel van deAmerikaanse beroepsbevolking dat lid is van een vakbond is gedaald van 26procent in 1953 naar 14 procent in 2000). Bovendien heeft men zicheendrachtig beijverd om mensen en regeringen over heel de aardbol ervan teovertuigen dat privatisering het openbaar belang dient en dat directeurenvan ondernemingen - wier eerste verantwoordelijkheid het verrijken van hunaandeelhouders is - betere rentmeesters van het openbaar belang zouden zijndan ambtenaren. Miljarden dollars zijn uitgegeven om dezeprivatiseringscampagne - die in wezen het imperium dient - te doen slagen.


De geschiedenis houdt ons voor dat grote rijken altijd ten onder gaan.In hun tomeloze streven naar macht verwoesten ze culturen, levens en hetmilieu, en bezwijken daarna zelf. Op den duur kan geen land of combinatievan landen gedijen door andere uit te buiten. Het Amerikaanse Rijk - heteerste dat de hele aardbol omspant - zal daarop geen uitzondering zijn. Hetheeft geleid tot een wereld waarin weinigen in weelde baden en demeerderheid verdrinkt in armoede, vervuiling en geweld.


Ook dit rijk zal ten onder gaan. Maar dat is niet het einde van hetverhaal. Uiteindelijk zal de plaats van dit rijk worden ingenomen door eenander rijk, onder leiding van de Chinezen, van een coalitie van Arabischestaten... de mogelijkheden zijn duizelingwekkend, maar aanlokkelijk zijnze niet.

Maar er is nůg een mogelijkheid. Net zoals het tijdperk na de TweedeWereldoorlog getuige is geweest van een nieuwe creatie - een wereldwijdrijk dat niet met behulp van legers maar met economische middelen isgevormd -, zo is nu het moment aangebroken voor een tweede verschijnsel.Wij hebben de gelegenheid om de droom te verwezenlijken die de Amerikaansegrondleggers, de Founding Fathers, voor ogen stond.

Amerikanen geloven in de beginselen uit de Onafhankelijkheidsverklaring,dat alle mensen recht hebben op leven, vrijheid en streven naar geluk. Jekunt zonder meer stellen dat heel de planeet aan de grondslagen van deVerenigde Staten heeft bijgedragen. Nu is de tijd gekomen om diegrondslagen over heel de planeet uit te breiden.

Nu is de tijd gekomen om de hulpbronnen waarmee het imperium isuitgebouwd, te gebruiken om de belangen van mensen in de hele wereld tedienen. De Wereldbank en zijn zusterorganisaties, de multinationals en deoverheidsinstellingen hebben in de afgelopen vijftig jaar transport-,communicatie-, financiŽle en technologische netwerken opgebouwd, die nukunnen worden ingezet om verpauperde volkeren - de volkeren die deAmerikanen tot slaven hebben gemaakt - te helpen een infrastructuur tescheppen die hen in staat zal stellen een gezond en waardig leven teleiden.

In plaats van projecten op te zetten die het kleine groepje aan de topvan de piramide rijker en rijker maken, kunnen deze instellingen hunmiddelen in projecten steken om de 24.000 mensen die dagelijks van dehonger sterven, te eten te geven.

De meeste Amerikanen denken dat buitenlandse hulp altruÔstisch is. Zijschrikken wanneer ze horen dat het leeuwendeel van dergelijke 'hulp' derijkdom en de macht van de corporatocracy vergroot. Het wordt de grote taakvan de eenentwintigste eeuw om het Amerikaanse volk op de hoogte te stellenvan de waarheid achter het Rijk, en het ertoe aan te zetten dit procesongedaan te maken.

Per slot van rekening ligt de veiligheid van de komende generaties nietin de handen van de bewakers op onze luchthavens en aan onze grenzen, ofvan de jonge mannen en vrouwen die in verre landen in het leger dienen;nee, zij moet het hebben van onze toewijding aan de beginselen die dit landtot stand hebben gebracht, en van ons vaste voornemen om die beginselen telaten gelden voor alle mensen ter wereld.

De leden van de corporatocracy hebben zich gedragen als rovers We accepteren zakelijke praktijken die vroeger als misdadig zouden zijnbeschouwd

Info:

Econoom die zichzelf een voormalig 'economische huurmoordenaar' noemt.Als consultant adviseerde hij landen zich diep in de schulden te stekenvoor ontwikkelingsprojecten (uitgevoerd door bedrijven als Haliburton enBechtel), met als doel die landen via schulden afhankelijk te maken vanAmerikaans kapitaal. Hij schreef 'Confessions of an Economic Hit Man', datbinnenkort in Nederlandse vertaling verschijnt.