Het neoliberale model dreigt de slag te verliezen

Hoofdartikel | Zaterdag 11-10-2008 | Sectie: Overig | Pagina: O10

In de Verenigde Staten is het debat over de toekomst van het kapitalisme losgebarsten. In Newsweek schrijft Fukuyama, de filosoof die bijna twintig jaar geleden de definitieve overwinning van de liberale democratie verkondigde, deze week over de ondergang van NV Amerika. Fukuyama kritiseert al langer de regering-Bush. Maar nu verkeert het kapitalisme kennelijk in dezelfde toestand als het communisme een generatie geleden: in surseance.

Er is inderdaad reden om de noodklok te luiden. Nooit sinds de Koude Oorlog hebben overheden die juist economische vrijheid predikten, zo grootscheeps ingegrepen. Alleen al in Amerika en Groot-BrittanniŽ is 525 respectievelijk 650 miljard euro gereserveerd voor de private financiŽle sector, ofwel ruim tweemaal het bruto binnenlands product van heel Nederland. En tot overmaat van ramp blijkt dat ook nog eens amper zin te hebben.

Hoewel niemand weet waarom, is het niet gewaagd te veronderstellen dat de economische chaos ook politieke consequenties zal hebben. Economische systemen functioneren namelijk niet in het luchtledige, maar worden gedragen door politieke ideeŽn. De afgelopen drie decennia domineerde het idee van Thatcher en Reagan. Overal gingen deregulering en privatisering de boventoon voeren, ook in programmas van partijen met een andere traditie.

Mede door de ideologische orthodoxie en de boekhoudkundige blindheid van Bush is een ooit nuttig concept nu ontspoord. En dat raakt niet alleen dit Angelsaksische model, waarin de wil van de aandeelhouder wet is. Ook continentaal Europa zal onder ogen moeten zien dat het op een kruispunt staat. Maar waarheen?

Afgelopen eeuw bleek een dominant politiek-economisch idee steeds ongeveer dertig jaar houdbaar. Voordat Thatcher en Reagan in 1980 aan hun ideologische zegetocht begonnen, was Europa in de ban van de sociale markteconomie. In het Rijnlandse model draaide het meer om stakeholders dan om shareholders.

Deze welfare state, die vanaf circa 1950 werd opgebouwd totdat de overheidsfinanciŽn er in de jaren 70 onder bezweken, was het westerse antwoord op de Tweede Wereldoorlog en de daarop volgende Koude Oorlog. Na de Eerste Wereldoorlog, op zijn beurt weer het einde van het laisser faire van de Belle …poque, waren de liberale democratieŽn immers niet opgewassen gebleken tegen de uitdaging van communisme, fascisme en nationaal-socialisme. Het wordt tegenwoordig weleens vergeten, omdat het al weer zo lang geleden is, maar in het interbellum oefende de planeconomie van Stalin en Hitler wel degelijk aantrekkingskracht uit.

De geschiedenis herhaalt zich nooit volledig. Maar dat maakt de toekomst juist zo onvoorspelbaar. Op dit moment is het autoritaire staatskapitalisme in China een attractief bestel voor menig ontwikkelingsland. Het neoliberale model dreigt deze concurrentieslag nu te verliezen. Dat wil nog niet zeggen dat de westerse wereld zich moet voegen. Staatskapitalisme en burgerlijke democratie staan namelijk bijna altijd op gespannen voet met elkaar. Maar deze dreigende nederlaag betekent wel dat een politieke bezinning op een economische crisis nu prioriteit moet hebben. Ook in Nederland.

Niet alleen de materiŽle welvaart van de miljoenen burgers staat op het spel, ook het democratisch welzijn kan in het geding raken.

Naast de materiŽle welvaart kan ook het democratisch welzijn in het geding komen