Evenwichtlijktzoek

Door onze redacteur KEES CALJ… 6 oktober 1993 NRC

Een explosief stijgende werkloosheid, en toch de hardste munt van Europa. Het evenwicht in de Nederlandse economie lijktzoek.

Financieel gaat het lang niet slecht in Nederland: een overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans dat niet onder doet voor dat van Japan en een inflatie die tot de laagste van Europa behoort. Nederland vormde bovendien de afgelopen twee jaar een markante uitzondering op de internationale regel van (soms fors) oplopende overheidstekorten.

Sociaal ziet het plaatje er heel anders uit: vier miljoen mensen met een uitkering van wie twee miljoen niet-AOW'ers, uitkeringen die door de grote aantallen steeds meer onder druk staan, en een toenemende tweedeling in de samenleving tussen actieven en niet-actieven, tussen hoger en lager geschoolden, tussen autochtonen en allochtonen. De gettovorming in de grote steden schrijdt gestaag voort.

De cijfers en prognoses die de afgelopen weken werden gepubliceerd geven een sprekende illustratie van het verloren evenwicht.

De eerste financiŽle indicator is de gulden. De Nederlandsche Bank berekende dat de gewogen koers van de gulden ten opzichte van de munten van de concurrerende landen van het Europese Monetaire Stelsel sinds medio vorig jaar met 7,5 procent is gestegen. Wereldwijd - de dollar en de yen werden duurder - revalueerde de gulden met 3,5 procent.

De tweede financiŽle indicator is het overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans. Cijfers op transactiebasis over het eerste halfjaar zijn er nog altijd niet door het wegvallen van registratie bij de grenzen. De Nederlandsche Bank laat weten dat op kasbasis het overschot op de lopende rekening over de twaalf maanden tot en met juni 11,9 miljard gulden bedroeg. Dat is bijna een verdubbeling vergeleken met de periode juni 1991/1992, toen het overschot uitkwam op 6,3 miljard gulden. Het Centraal Planbureau verwacht dat het overschot op de lopende rekening nog verder zal stijgen. Het zal, op transactiebasis, dit jaar uitkomen op 14,0 miljard en volgend jaar oplopen tot 19,0 miljard gulden. Het nationale spaaroverschot, het surplus aan inkomens boven binnenlandse bestedingen, zou dan alle records breken.

Vervolgens de derde financiŽle indicator, de inflatie. De prijsindex van de gezinsconsumptie lag in augustus 2,0 procent hoger dan in augustus 1992. Sinds april vorig jaar, toen de inflatie een piek van bijna 4,5 procent bereikte, zijn de prijzen voortdurend gedaald, en het eind lijkt nog niet in zicht. Toch verwacht het Centraal Planbureau dat de inflatie volgend jaar weer aantrekt, tot 2,75 procent, vooral doordat de dollar aan kracht zou winnen. Die prognose is te meer opmerkelijk omdat het CPB, conform de officiŽle kabinetsvoornemens, veronderstelt dat de lonen in 1994 worden bevroren. Wie gelooft dat het werkelijk zover komt mag het zeggen.

De vierde en laatste financiŽle indicator is het financieringstekort van het Rijk. Volgens het kabinet (zie de Miljoenennota) zal dat tekort dit jaar uitkomen op 3,9 procent van het nationale inkomen en volgend jaar stabiel blijven. Het Planbureau voorspelt echter een stijging, van 4,0 procent in 1993 naar 4,2 procent in 1994.

Het verschil is een kwestie van definities, maar ook los daarvan stelt het CPB zich opmerkelijk gereserveerd op. Het Planbureau noemt het uitgavenbeleid voor 1994, zoals uiteengezet in de Miljoenennota, "bijzonder krap": het totaal aan reŽle collectieve uitgaven zou volgend jaar met 0,75 procent dalen, vooral door kortingen op uitkeringen en ambtenarensalarissen. Zo'n daling is moeilijk realiseerbaar, en dat laat het CPB ook met ťťn venijnige zin weten: "Overigens moet worden bedacht dat de afgelopen jaren de realisaties van de reŽle collectieve uitgaven steeds hoger uitkwamen dan de voornemens." In 1991 zouden de collectieve uitgaven reŽel met 0,75 procent groeien, het werd 2 procent. In 1992 gebeurde exact hetzelfde. Budget-overschrijdingen in de gezondheidszorg en minder krappe salarisverhogingen voor de ambtenaren droegen bij aan dat fiasco. Het ziet er naar uit dat dit ook in 1994 zal gebeuren.

Tegenover het financiŽle succes staat een stijging van het aantal "geregistreerde werklozen" (mensen zonder baan die staan ingeschreven bij een arbeidsbureau en direct beschikbaar zijn voor een baan van ten minste 20 uur per week) tussen juli 1992 en juli 1993 met 100.000, tot 374.000. Het Planbureau hanteert een andere werkloosheidsdefinitie ("werkzoekenden zonder baan") en verwacht zowel voor dit jaar als voor volgend jaar een stijging met 70- ŗ 75.000. Inderdaad, het evenwicht is zoek.