De lege zee Sander Voormolen 29-03-2008 NRC

Volgens Daniel Pauly moet de overbevissing snel stoppen We staan aan de rand van de afgrond, zegt visserijbioloog Daniel Pauly. Binnenkort zwemmen er in zee alleen nog kwallen en plankton rond. De visserij heeft de laatste grens bereikt. Sander Voormolen Hoe bestaat het dat een industrie die zijn grondstoffen gratis uit zee haalt, de visserij, nog altijd voor een belangrijk deel ondersteund wordt door subsidies? Visserijbioloog Daniel Pauly (61) van de University of British Columbia in Canada ageert scherp en haast militant tegen de overbevissing, volgens hem een wereldwijd probleem. Visserijsubsidies moeten onmiddellijk worden afgeschaft, want alleen daardoor blijven vissers op bestanden vissen die eigenlijk niet langer rendabel zijn, met als gevolg het ineenstorten van de populaties.

De Fransman kreeg begin deze maand een eredoctoraat van de Wageningen Universiteit, ter gelegenheid van de negentigste verjaardag van de instelling. Het is opmerkelijk dat de Wageningen Universiteit, waaronder ook het visserij-instituut Imares valt, zon uitgesproken en daardoor ook omstreden wetenschapper kiest als eredoctor. Veel van wat Pauly zegt, strookt niet met de beleidsadviezen van de Imares-biologen. Op de dag van zijn inauguratie in Wageningen neemt Pauly geen blad voor de mond. Alles wat hij zegt, komt eruit met een grote stelligheid, zijn priemende groene ogen dulden geen tegenspraak. Het slepende debat over visserij, dat al jarenlang verstrikt zit in welles-nietesdiscussies, heeft Pauly vlijmscherp gemaakt. Lang genoeg gepraat, zegt hij, het is tijd voor actie. Sinds eind jaren tachtig is de totale visvangst wereldwijd aan het dalen, zegt Pauly. Niet omdat er minder gevist wordt, integendeel, maar omdat de vis steeds schaarser wordt.

Gemiddeld gaat de totale vangst per jaar met 0,4 miljoen ton achteruit. We bevinden ons in een situatie waar een toegenomen visserij-inspanning leidt tot afnemende vangsten. Het zijn de voortekenen van het instorten van de visserij op wereldschaal, waarschuwt Pauly. Hij heeft de vangstgegevens van 20.000 visbestanden op een rij gezet en komt tot de schokkende conclusie dat meer dan de helft van de bestanden overbevist is. Een kwart is zelfs ingestort. Dat de situatie zo nijpend is geworden, is pas sinds enkele jaren tot ons doorgedrongen. Visserij is een systeem dat markten bedient. Als de vis ergens op is, schakelen vissers over op een andere soort of ze wijken uit naar een ander gebied. Het resultaat is dat de visserij zich almaar heeft uitgebreid. En nu hebben ze het einde van de wereld bereikt. Ze kunnen niet verder uitbreiden. De traditionele visbestanden zijn grotendeels verdwenen.

Door subsidies - de Wereldbank heeft berekend dat het gaat om twintig miljard dollar per jaar - is de visserij in staat om verder en verder te gaan om vis te vangen. In 2001 publiceerde Pauly in Nature de eerste cijfers waarmee de mondiale neergang duidelijk werd. Hij had de ruwe cijfers afkomstig van de internationale voedsel- en landbouworganisatie FAO bewerkt, op een manier zoals niemand het ooit eerder had gedaan. De vangsten van China gooide hij er radicaal uit. Pauly: Te onbetrouwbaar. De Chinezen overdrijven hun vangsten op zo'n schaal dat het de neergang in de wereldwijde vangststatistieken maskeert. En ook de cijfers van ansjovis in Peru vervielen. Door het El NiŮo-effect schommelt de aanlanding hiervan zo sterk dat het het beeld vertroebelt. De publicatie oogstte een storm van kritiek, van de Chinese regering en de FAO die zich in hun hemd gezet voelden, maar ook van collega-visserijbiologen die Paulys berekeningen wel erg kort door de bocht vonden. Maar zijn conclusies bleven grotendeels overeind, en zelfs de FAO besloot haar jaarlijkse visstatistieken voortaan te rapporteren met en zonder China. De vis raakt op, daar kan niemand meer omheen. En de achteruitgang is nog sterker dan de vangstgegevens laten zien, zegt Pauly.

Exemplarisch is voor hem de decimering van de visstand voor de kust van West-Afrika. In de jaren zestig was er nog volop vis, maar toen kwamen de Europese vissers die moesten uitwijken omdat er in de Noordzee niets meer te vangen viel. De visstand van West-Afrika is nu nog maar eentiende van wat het geweest is. Pauly maakt zich vooral zorgen om het fenomeen dat hij fishing down the food web noemt. Tien jaar geleden schreef hij daarover een spraakmakend artikel in Science (6 februari 1998). Het is nog altijd actueel. Fishing down zie je nu overal ter wereld. Vissers hebben eerst de grote roofvissen als kabeljauw, tonijn en groupers overbevist en zagen zich gedwongen om te gaan vissen op steeds kleinere soorten, lager in het voedselweb. Dit leidt aanvankelijk tot hogere vangsten, maar al snel zal de opbrengst stagneren of afnemen. Het systeem raakt uitgeput omdat de brede basis van biomassa steeds verder afkalft. De exploitatie is, met andere woorden, niet duurzaam. Het leidt uiteindelijk tot een zee zonder eetbare vis, met slechts plankton en kwallen. Zullen we de zee echt leegvissen? Pauly: Ja, dat is waarvoor ik hard wil waarschuwen. Het effect van de visserij op de totale biomassa in zee is erg groot, met name in de gebieden waar de grote vissen zijn verdwenen.

Het is als met de smeltende gletsjers: de achteruitgang is op de ene plaats erger dan op de andere, maar het is een wereldwijd fenomeen. Het is lange tijd niet zo opgevallen, omdat we te maken hebben met wat ik noem verschuivende referentiekaders. Je ziet het bijvoorbeeld aan pleziervissers die een dagje op zee gaan vissen. Twintig jaar geleden kwamen ze terug met een dozijn mansgrote vissen. Tien jaar geleden brachten ze er vijf van een meter mee terug, en nu bestaat hun vangst uit vissen van dertig centimeter. Al die tijd zijn de sportvissers blij gebleven met hun vangst, omdat ze het niet direct met vroeger konden vergelijken. En dat bestaat niet alleen bij sportvissers, maar ook bij beroepsvissers en visserijbiologen. Elke nieuwe generatie heeft zijn eigen ijkpunt aan het begin van zijn loopbaan, maar zij vergeten dat de zee en de visbestanden er ooit heel anders uitzagen. De visserij is bovendien steeds industriŽler geworden. Er zijn veel minder vissersboten dan honderd jaar geleden, maar de moderne boten hebben een enorme vangstcapaciteit en beschikken bovendien over allerlei elektronische apparatuur om de vis op te sporen. Consumenten hebben nog niets gemerkt van de crisis in zee, omdat de visbevoorrading nu van elders komt. Het lijkt nooit op te raken. Maar de lokale visserij is onbelangrijk geworden. NamibiŽ en Angola zijn nu bijvoorbeeld de landen waar de heek vandaan komt. Vijftig procent van de vis wordt geconsumeerd op een ander continent dan waar het gevangen is.

Het Europese visserijbeleid is voornamelijk gebaseerd op quota. Is dat in uw ogen effectief? Nee. De visquota zijn altijd veel te hoog geweest. Ze zijn zo afgesteld om te proberen te voorkomen dat een vispopulatie instort, maar ze zijn te hoog om de bestanden de kans te geven zich te herstellen van jarenlange overbevissing. Dat is dus zeker niet duurzaam. Bovendien heb ik grote bezwaren tegen de indeling van de visserij naar soort. Het is de bedoelde soort die de visserij haar naam geeft. Ze noemen het tongvisserij, scholvisserij en schelvisvisserij, maar in de praktijk wordt daarbij lang niet alleen tong, schol of schelvis gevangen. Een groot deel van de vangst bestaat uit soorten uit een ander quotum. Dat is nu eenmaal een eigenschap van het niet-selectieve visgerei dat wordt gebruikt. Het is in mijn ogen cruciaal dat het visserijbeleid zich niet langer richt op het beheer van individuele vissoorten. Het moet zich richten op het geheel, gestoeld op een ecologische basis. Daarnaast verbruikt de visserij enorm veel brandstof en vernietigt het de leefomgeving.

Vooral de bodem wordt op grootschalige wijze beÔnvloed. Zeebodems die eerst een gevarieerd leven hadden op zand veranderen door sleepnetten van trawlers in moddervlaktes. Hoe moet er dan worden gevist? Trawling, het vissen met sleepnetten over de bodem, moet uitgefaseerd worden. Kabeljauw bijvoorbeeld zou weer met lijnen gevangen moeten worden, hengelen, zoals het eeuwenlang is gegaan. Het is de enige manier om visserij weer echt duurzaam te maken. Met lijnen laat je de rest van het ecosysteem ongemoeid. Is dat voldoende of zijn er meer maatregelen nodig? We moeten ernaar streven de biomassa in de zee weer te laten toenemen. Dat kan door het instellen van beschermde mariene zones, waarbinnen niet gevist mag worden. Maar dat gaat heel langzaam. Jaarlijks groeien deze gebieden met slechts vijf procent. Tot nu toe is 0,7 procent van de oceanen in de wereld beschermd. Ik denk dat we minstens twintig procent moeten beschermen om duurzaam te kunnen oogsten uit zee. Alleen dan kunnen vispopulaties zich herstellen.

Wat kunnen consumenten doen om duurzame vis te bevorderen? Consumentenkeuze is een groot goed. Ik was altijd een groot voorstander van viswijzers, die de consument een idee geven welke vissoorten duurzaam zijn. Maar intussen heb ik mijn twijfels bij deze methode. De indruk wordt gewekt dat dit de juiste manier is om het duurzaam vissen te bevorderen. Maar het probleem is dat de vis op je bord niet traceerbaar is en dat het dus onmogelijk is om te zeggen of deze duurzaam gevangen is. Dat kaartje in de portemonnee met goede en foute vis impliceert dat je als consument invloed hebt op het ecosysteem, maar ik heb ernstige twijfels of dit een serieus effect heeft op de vispraktijk. Wellicht zijn de groene vissen op de kaartjes iets beter om te eten dan de andere, maar het zal weinig helpen om het systeem te veranderen. Waarom zijn die kaartjes dan toch zo succesvol?

Ik denk dat het komt omdat het consumenten een goed gevoel geeft, het gevoel dat ze iets bijdragen. Goed, geen viswijzers dus, maar wat dan wel? Ik heb persoonlijk meer vertrouwen in een keurmerk zoals dat van de Marine Stewardship Council, opgericht door Unilever en het Wereldnatuurfonds. Dat garandeert dat de vis afkomstig is van duurzame visserij. Het grote voordeel van dit MSC-label is dat het tot aan de visserij reikt. Het werkelijke probleem hiervan zal het opschalen worden: er zijn simpelweg te weinig duurzame visserijen. Er zijn op dit moment wereldwijd 26 gecertificeerde visserijen met het MSC-keurmerk. Uw getallen over kelderende vangsten zijn verontrustend. Collegas van u maakten toekomstprojecties en concludeerden dat rond 2048 alle visbestanden zijn ingestort. Wat vindt u daarvan? Inderdaad is het zo dat als je de trends in mijn grafieken doortrekt je daar ergens uitkomt. Maar ik ben er altijd een beetje huiverig voor geweest een exacte datum te noemen. Je haalt er de voorpaginas van de kranten mee, maar ik weet niet of het wel wetenschappelijk verantwoord is. Dat laat echter onverlet dat ik de trend ook heel gevaarlijk vindt. We staan aan de rand van de afgrond. Daniel Pauly De visserij heeft het einde van de wereld bereikt Datum: 29-03-2008