Herrie om een hockeystick
Karel Knip

AANVAL OP BOOM-KLIMAATRECONSTRUCTIE RAAKT NIET AAN BROEIKASEFFECT

De reconstructie van het klimaat van de laatste 1000 jaar op grond van boomjaarringen klopt waarschijnlijk niet. Maar dat rechtvaardigt niet verwerping van het broeikaseffect.

HEBBEN DE klimaat-sceptici een beslissende overwinning behaald op de broeikas-verontrusten? Is het fundament onder de gevestigde broeikastheorie weggeslagen? Wie het maandblad `Natuur wetenschap , techniek' (februari 2005) inkijkt moet wel tot die conclusie komen. `Het bewijs dat wij de aarde opwarmen deugt niet', schreeuwt de omslag. Binnenin worden nog forsere uitspraken gedaan, culminerend in de roep om een onafhankelijk instituut dat voortaan toezicht houdt op het IPCC.
 

Foto-onderschrift:

Sequoia-boom in Californi. Reconstructie van luchttemperaturen maakt gebruik van onderzoek naar jaarringen. In het eerste IPCC-rapport werd nog aangenomen dat de aarde in de late middeleeuwen warmer was dan nu. De huidige opwarming was kennelijk niet uniek maar leek toch wel onnatuurlijk. In de loop van de jaren negentig zijn secure klimaatreconstructies opgesteld waarbij vooral informatie is gebruikt van jaarringen uit bomen. Michael Mann c.s. kregen na zware statistische opschoning van de resultaten een temperatuurverloop in de vorm van een hockeystick. In deze reconstructie lijkt de huidige opwarming zeer uitzonderlijk en dus zeker onnatuurlijk.

Het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) is een gelegenheids-samenwerking tussen meteorologen, klimatologen en anderen onder auspiciŰn van de VN-organisaties voor meteorologie (WMO) en milieu (UNEP). Op gezette tijden geeft het IPCC een samenvatting van de relevante literatuur op gebied van broeikaseffect en klimaatverandering. Men presenteert de laatste inzichten in de fysica en chemie achter de aardse warmtehuishouding en trekt conclusies. Ook zijn er behoedzame voorspellingen voor de komende eeuw: hoeveel warmer het zal worden, hoeveel de zeespiegel zal rijzen, enz. Voor dat laatste worden 's werelds grootste computermodellen gebruikt.

In de rapporten van het IPCC is ook altijd veel aandacht voor `paleoklimatologie': reconstructies van klimaatontwikkelingen in de afgelopen honderden, duizenden of miljoenen jaren. Het valt immers niet uit te sluiten dat de huidige snelle opwarming een natuurlijke gril is. Bovendien kunnen grootte en regelmaat van voorbije klimaatveranderingen onderzoekers op het spoor zetten van nog onbekende mechanismen.

kritiek
De recente opwinding betreft de klimaatreconstructie voor de afgelopen zes eeuwen van Michael E. Mann en collega's. Hij werd hier op 16 oktober besproken, want ook toen was er kritiek. Inmiddels lijkt die kritiek vernietigend geworden. Mann c.s. presenteerden hun reconstructie van de gemiddelde luchttemperatuur op het noordelijk halfrond destijds in Nature (23 april 1998) en hij werd prompt opgenomen in het IPCC-rapport van 2001. De reconstructie steunt voor het grootste deel op metingen aan jaarringen van bomen en verder aan ijskernen en slibmonsters. In essentie wordt vastgesteld hoe bepaalde boomsoorten op bepaalde groeiplaatsen op temperatuur reageren in de periode dat die temperatuur ook instrumenteel werd bepaald (na 1860). Daarna wordt aangenomen dat dezelfde soort bomen op vergelijkbare standplaatsen eeuwen geleden net zo op temperatuurverandering reageerden. Het is een heidens karwei met als crux het statistisch wegpoetsen van ruis, toeval en valse signalen. Hoe verder terug in de tijd hoe minder bruikbare boomgegevens er zijn.

Het verassende van de Mann-grafiek was dat hij `aantoonde' dat de huidige opwarming uniek is. Hier in Europa had eigenlijk altijd juist de indruk bestaan dat het in de late middeleeuwen zeker zo warm was als nu: wijnbouw in Engeland en ScandinaviŰ, landbouw op Groenland, enz. Maar Mann liet zien dat dit als een lokaal effect beschouwd moest worden. Gemiddeld over het hele noordelijk halfrond was het niet uitzonderlijk warm geweest.

Veel `broeikas-verontrusten' vonden dat het drama van de huidige opwarming niet overtuigender ge´llustreerd kon worden dan met deze grafiek die vaak de `hockey stick' wordt genoemd. De grafiek ging een eigen leven leiden en is als stellige zekerheid in de `samenvatting voor beleidsmakers' van het laatste IPCC-rapport terecht gekomen. De vrees bestaat dat beleidsmakers inderdaad alleen deze samenvatting lezen.

Sinds 2002 hebben de Canadezen Stephen McIntyre en Ross McKitrick, de een mijnbouwkundige, de ander econoom, het werk van Mann c.s. onder vuur. In het tijdschrift Energy , Environment (2003, vol.14, nr.3) signaleerden zij grove slordigheden en onbegrijpelijkheden in het gebruik van de boomgegevens. Ook meenden zij dat de statistische verwerking van de gegevens niet juist was. Maar E, E is geen `leading paper' en haar peer review (toetsing door vakgenoten) wordt niet hoog aangeslagen. De kritiek kon worden genegeerd, ook omdat de (erkende) fouten op het eindresultaat geen invloed hadden. Pijnlijker was de kritiek van Hans von Storch c.s. in Science van 22 oktober 2004. Von Storch rekende voor dat de methode-Mann wel fout moest zijn. Hij liet een computer een aannemelijk klimaat voor de afgelopen eeuwen reconstrueren, liet vervolgens (binnen het computerprogramma) bomen groeien en jaarringen krijgen en paste toen de methode-Mann toe op deze denkbeeldige jaarringen. Het bleek niet mogelijk het oorspronkelijke klimaat te reproduceren.

Deze maand zal het vakblad Geophysical Research Letters een nieuwe analyse publiceren van McIntyre en McKitrick die nog kritischer is dan de vorige. Zij maken aan de hand van voorbeelden aannemelijk dat de methode-Mann bijna automatisch `hockey stick'-curves oplevert en komen tot de slotsom dat de huidige opwarming niet uniek is. Iedereen in broeikasland weet hoe hoog de controverse tussen Mann en de Mc's is opgelopen, dus het is niet goed denkbaardat de peer review van GRL tekort schoot (zoals Mann nu zegt, zie www.realclimate.org). Louter op grond daarvan is er dus al reden om aan de geldigheid van Mann's resultaten te twijfelen.

voortoveren
Maar is dat erg? Welnee. De conclusies van `Natuur wetenschap , techniek' zijn absurd. In de eerste plaats zijn ook door anderen klimaatreconstructies gemaakt die teruggaan tot de middeleeuwen en die tonen ruwweg hetzelfde beeld. Ook staat wel vast dat zelfs de Mc's geen klimaat kunnen voortoveren waarin het - mondiaal gemiddeld - zˇ warm was als de laatste vijftien jaar. Bovendien ging, zoals gezegd, tot tien jaar geleden bijna iedereen er gewoon van uit dat het laatste deel van de middeleeuwen extreem warm was. Waar˛m was onduidelijk.

Essentieel is dat het `bewijs' voor het bestaan van een antropogeen broeikaseffect, zoals dat in 1995 uiteindelijk werd geaccepteerd, helemaal niet berust op paleoklimatologie. Het berust op gebruik van computermodellen die de (met thermometers gemeten) temperatuurstijging van de 20ste eeuw alleen konden reproduceren als een broeikaseffect in rekening werd gebracht. De Mc-Mc-kritiek is interessant, maar vormt geen enkele bedreiging voor de broeikastheorie. Wel maakte de controverse duidelijk dat de beweerde gedegen peer review binnen het IPCC-circuit misschien niet zo heel gedegen is.

Onderschrift:

NRC Handelsblad / FG/Bron: IPCC Klimaatconstructie IPCC 2001, 1990