Gierzwaluw Mooiweervogels - Karel Knip

VEEL IS ER in de Belgische Ardennen dat niet op Nederland lijkt en veel ook wel. Waar de sparren en beuken even wat afstand bewaren, vindt men een veeteelt op een grasland dat grote overeenkomst vertoont met de Hollandse variant. Hooguit wat meer paardenbloemen en wat minder zwart en wit in de koeien. Maar hetzelfde gras, zelfs van Nederlandse zaadteelt.

Wat de Ardenner weilanden weer zo eigenaardig maakt is dat er geen weidevogels door lopen. Tureluurs, grutto's, scholeksters en zelfs kievitten zijn er met een kaarsje te zoeken. Jaar in jaar uit kan men er zijn vakanties doorbrengen zonder n steltloper te zien. Er is iets aan de Belgische weiden dat de dieren absoluut niet bevalt. De aversie begint al halverwege Limburg, zoals blijkt uit de verspreidingskaartjes in de 'Atlas van de Nederlandse broedvogels' (Natuurmonumenten, 1979). Grutto, tureluur en scholekster mijden het beroemde mergelland alsof er de pest heerst.

Voor andere vogels, waarvan je het evenmin zou verwachten, blijken de Ardennen juist weer exta aantrekkelijk. Dat bleek dit jaar op 28 april, toen Luik werd gepasseerd op doortocht naar frisser uitzicht. Terwijl in Amsterdam die ochtend niet n gierzwaluw was te vinden, bleek de hemel boven de Luikse fabrieken tegen het middaguur bevolkt met vele tientallen, misschien wel honderden gierzwaluwen. Met de voor de vogels opgegeven vliegsnelheid, die ruim boven de 100 kilometer per uur kan komen, moest het maar een paar uur vliegen zijn naar Amsterdam. Of nog geen half uur naar Maastricht. Maar er was duidelijk geen gierzwaluw die dat in overweging nam.

Het toont aan dat de jaarlijkse terugtrek uit het zuiden niet linea recta verloopt, maar dat er onderweg wordt gedraald en geaarzeld tot er voldoende aanwijzingen zijn dat het boven Nederland ook aardig weer is. Het toont aan wat iedereen al weet: de gierzwaluw is een mooiweervlieger.

Door een gelukkig toeval is het dit jaar precies 24 jaar geleden dat van AW-wege besloten werd voortaan systematisch bij te houden wanneer de eerste gierzwaluw boven Amsterdam verscheen. Inmiddels zijn 19 waarnemingen verzameld en het verrassende resultaat van het veldwerk is op het bijgaande plaatje wetenschappelijk weergegeven: de gierzwaluw keert steeds vroeger terug uit donker Afrika. Dit jaar werd de eerste zwaluw al op 25 april gesignaleerd, begin jaren zeventig lag de eerste waarneming zo rond de 7 mei. In een kwart eeuw twee weken eerder! Als dat zo doorgaat zal de vogel rond 2035 al in maart arriveren en is hij kort na 2200 standvogel.

En het is niet de enige soort die vroeger van start gaat dan voorheen. Ook de grutto is volgens de net genoemde Atlas in de afgelopen 50 jaar ongeveer 14 dagen eerder gaan broeden. Plantenliefhebbers die systematisch bijhouden wanneer bepaalde bomen in blad of bloei raken signaleren eveneens verschuivingen. De oude beuken in het park van het KNMI lopen sinds 1987 gemiddeld ongeveer een week eerder uit dan vr dat jaar. Het tijdschrift Nature maakte op 17 april bekend dat zowel uit CO2-metingen als satellietwaarnemingen aan het aardse plantendek was gebleken dat het groeiseizoen op het noordelijk halfrond tussen 1981 en 1991 met een week is vervroegd. Dat is, de ruwheid van de gegevens in aanmerking genomen, in schitterende harmonie met wat er aan trend bij de gierzwaluw wordt gevonden. De gierzwaluw bevestigt: het wordt werkelijk warmer.

Albert Beintema van het Instituut voor bos- en natuuronderzoek (IBN)tempert het enthousiasme. Hij heeft de vervroeging van het broedseizoen bij weidevogels (want ook kievit, kemphaan, watersnip en tureluur beginnen tegenwoordig eerder met broeden) al lang geleden in verband gebracht met het veranderd graslandbeheer in Nederland. Door een betere ontwatering begint het gras eerder te groeien en kan ook eerder aan de nestbouw worden begonen. Het vrijwel volledig ontbreken van de weidevogels in de Ardennen, een welbeschreven eigenaardigheid, hangt waarschijnlijk eveneens samen met de watercondities, denkt de ornitholoog. Hoe nat de Ardennen vaak ook lijken, het is aannemelijk dat de weilanden er onder invloed van de sterkere verdamping in het voorjaar droger zijn dan weidevogels leuk vinden. Jammer genoeg hadden gierzwaluwen de afgelopen jaren niet Beintema's bijzondere aandacht.

Voor de draad ermee. Al voor de inkt van de gierzwaluwgrafiek helemaal droog was rees bij de AW-redactie het onbehaaglijke vermoeden dat deze niet aantoonde wat hij leek aan te tonen. In de eerste jaren van het onderzoek was er de overtuiging dat de Amsterdamse gierzwaluwen pas in mei arriveren en dat het dus geen zin had om vr Koninginnedag omhoog te kijken. Geleidelijk is dat beeld veranderd en werd duidelijk dat er, lang voor de gierzwaluwhoofdmacht arriveert, vaak al een enkele zwijgzame gierzwaluw door het Amsterdamse luchtruim kruist. Van lieverlee ontstond ook, in competitie met allerlei fanatieke minderjarigen, een ongekende felheid in het zoeken naar die eerste zwaluw. Kortom: het was waarschijnlijk dat het eerder de waarnemer was dan de gierzwaluw die zijn gedrag veranderde. Het is veelzeggend dat de vroegste AW-waarneming (20 april) precies samenvalt met de datum die de Atlas voor de (jaarlijkse) eerste waarneming opgeeft.

Zo was er gisteren, afgezien van een kleine teleurstelling, tevredenheid over de grondigheid waarmee het eigen zelfbedrog was ontmaskerd. Tot het IBN opnieuw roet in het eten wierp. Desgevraagd geeft ornitholoog Arie Spaans te kennen ook de indruk te hebben dat de gierzwaluw de laatste jaren 'behoorlijk vroeger' terugkeert. "Vroeger dacht je: 'Koninginnedag', maar tegenwoordig zijn ze er al lang voor die dag." Alsof dit nog niet verontrustend genoeg is produceert de databank een artikel uit New Scientist (20 maart 1993) met de uitkomst van een onderzoek dat de British Trust for Ornithology deed naar de nestbouw van vogels. Na 15 jaar onderzoek en inspectie van 30.000 nesten constateerde de Trust dat de nestbouw van veel vogels gedurende die periode met 1 tot 22 dagen is vervroegd. De trend naar eerder nestelen begon halverwege de jaren zeventig. De Britten brengen het zonder schroom in verband met de 'global warming'.


Onderschrift:

Grafiek: Eerste gierzwaluw in Amsterdam