Als de wereld niets doet, kan Nederland nog altijd als gidsland het klimaat sparen

Opinie | Zaterdag 11-10-2008 | Sectie: Overig | Pagina: O04

De mensheid stevent af op een klimaatcatastrofe. De stichting Urgenda bepleit snelle vergroening van energie in Nederland

Twee jaar geleden kwam Al Gore naar Nederland en hij zag en overwon. Althans, zo leek het toen hij zijn indrukwekkende film An Inconvenient Truth presenteerde waarin hij waarschuwde voor de klimaatdreiging. Mede door de wereldwijde invloed van die film stond het klimaatprobleem hoog op de politieke agenda. Volgende week komt Al Gore weer naar Nederland. Dat is een geschikt moment voor reflectie.

De eerste constatering is dat de afgelopen twee jaar extra kennis beschikbaar is gekomen over klimaatwaarnemingen die ons grote zorgen baart. Europa warmt versneld op, meldde het Europese Milieuagentschap in Kopenhagen. De Alpengletsjers smelten in rap tempo. Zij hebben sinds 1850 tweederde van hun omvang verloren. Voor het eerst wordt erkend (ook door het KNMI) dat dit niet meer op toeval berust, maar op een veranderend klimaat.

De afgelopen jaren zijn ook de schattingen voor de zeespiegelstijging naar boven bijgesteld. Volgens een artikel in Science van 5 september jl. is de beste schatting voor 2100 80 cm (met een maximum van 2 m), ca. 40 cm hoger dan de beste schatting (onder het meest extreme scenario) van het IPCC vorig jaar van 42 cm. Ook de temperatuurstijging verloopt sneller dan geschat (Science 316, 2007): sinds 1990 0,33 °C, ongeveer twee keer zo snel als de IPCC-schatting. Zorgwekkend is vooral dat de snellere stijging van temperatuur en zeespiegel niet kan worden verklaard met de huidige computermodellen. Ook waarschuwen steeds meer gezaghebbende klimatologen voor abrupte klimaatomslagen (bijvoorbeeld een zeer snelle temperatuurstijging van 5 graden in heel korte tijd) als gevolg van het naderen van een zogeheten kantelpunt, een point of no return. Uit historisch onderzoek blijkt dat vroegere spectaculaire klimaatomslagen door kantelpunten werden veroorzaakt, waarbij de klimaatverandering zichzelf versterkt. Dit kan een einde maken aan de relatieve stabiliteit van het klimaat over de afgelopen 10.000 jaar.

De tweede constatering is dat van het gevoel van urgentie in Nederland niets is te merken. Er is geen fundamenteel debat over klimaatverandering in relatie tot de toekomst van onze energievoorziening. Enkele klimaatsceptici proberen zand in de raderen te strooien, maar dit vertroebelt slechts het echte wetenschappelijke debat: wereldwijd zijn de klimaatonderzoekers het erover eens dat de mens de belangrijkste oorzaak is van de geconstateerde klimaatverandering.

Alternatieve verklaringen, zoals de invloed van de zon, zijn op wetenschappelijke gronden verworpen (zie Nature van juli 2007) Uit recente enquêtes blijkt dat meer dan de helft van de mensen vorig jaar klimaatvriendelijk gedrag hoog op het lijstje van goede voornemens had staan. Ook blijkt dat dit hoog op de prioriteitenlijst staat van grote Europese bedrijven. De bewustwording van de dreiging van het klimaatprobleem blijkt er dus wel degelijk te zijn, maar tot veel daden heeft dit nog niet geleid.

De derde constatering is dat internationaal klimaatbeleid nauwelijks van de grond komt. Na twee jaar onderhandelen werd op de klimaattop van Bali, eind 2007, besloten om niets te besluiten, maar het probleem vooruit te schuiven naar Kopenhagen waar in 2009 een nieuw klimaatverdrag moet worden gesloten. Ook het Nederlandse klimaatbeleid blijft steken in goede bedoelingen: vooral CO2-reductie in het buitenland en geen vergaande CO2-reductiemaatregelen in eigen land. Dit alles in een steeds onguurder wordend internationaal klimaat. Zo steeg de wereldwijde uitstoot van CO2 sinds 2000 viermaal sneller dan in de decennia daarvoor, ondanks de genomen maatregelen conform het Kyoto-verdrag. De snelle opkomst van India en China dragen daaraan bij. Elke dag komen er in China 5.000 (vracht)autos bij, elke week bouwt men in China 2 kolencentrales en elk kwartaal ontwikkelt men een infrastructuurproject à la de Betuwelijn.

Wanneer ingrijpende internationale maatrelen achterwege, dreigt een wereldwijde klimaatcatastrofe. Deze boodschap is niet nieuw, er is al vaker voor gewaarschuwd sinds het rapport van de Club van Rome uit 1972. Echter, in vergelijking met eerdere signalen zijn er belangrijke verschillen: (i) De huidige trends zijn extremer dan de meest pessimistische scenarios van de afgelopen decennia; (ii) hoe meer klimaatdeskundigen te weten komen, hoe ongeruster ze worden, waarbij de meest vooraanstaande klimaatonderzoekers het meest ongerust zijn (Schneider, Crutzen en Hansen, de absolute wereldtop van klimaatonderzoekers) (iii) de tijd om er nog iets aan te doen wordt steeds korter, niet meer dan tien à twintig jaar volgens velen.

We staan dus op een keerpunt: een punt in de geschiedenis waar het niet nemen van radicale maatregelen om de CO2-uitstoot fors te reduceren onverantwoord is.

Wat betekent dit voor Nederland? Urgenda bepleit een radicale ommezwaai naar duurzame energievoorziening. Nederland als gidsland voor duurzaamheid en als proeftuin voor duurzame energieopwekking. Naast milieuvoordelen (CO2-winst) levert dit op termijn niet alleen economische voordelen op met extra werkgelegenheid, maar ook politieke: hoe eerder wij onafhankelijk worden van politiek instabiele landen (à la Georgië en Rusland) hoe beter het is. Daarom stellen wij de volgende maatregelen voor.

1. De instelling van een Klimaatcommissie à la Deltacommissie, die zich echter niet buigt over aanpassing van Nederland aan een veranderend klimaat, maar over het voorkomen van een klimaatramp. Deze commissie moet de opdracht krijgen Nederland zo snel mogelijk CO2-neutraal te maken door scherpe keuzes te maken voor duurzame energie, energiebesparing en gas als transitiebrandstof zolang als nodig, desnoods via voor te stellen (nood)wetten.

2. Het creëren van een maatschappelijke beweging. Urgenda wil een brede maatschappelijke beweging van honderdduizenden Nederlanders die zelf aan de slag gaan én druk op de politiek en bedrijfsleven uitoefenen om Nederland zo snel mogelijk klimaatneutraal en klimaatbestendig te maken.

3. CO2-neutraal als norm voor de bouw. De bouw draagt in Nederland voor ongeveer 40 procent bij aan de totale uitstoot van CO2. Wij dagen de Regieraad Bouw, Bouwend Nederland en alle opdrachtgevers uit om op de kortst mogelijke termijn CO2-neutraal als norm te stellen voor de bouw. Elk jaar uitstel leidt tot gebouwen die nog tientallen jaren onnodig fossiele energie gebruiken voor hun verwarming.

4. Stimuleren van decentrale energieopwekking. Gemeenschappen (straten, buurten, wijken) kunnen hun eigen energie duurzaam decentraal (laten) opwekken met behulp van zonne-energie, aardwarmte en kleinschalige windturbines. Ook energie opwekkende wegen, daken, en kassen voorzien in de nabije toekomst huizen en een deel van de kantoren van energie.

5. Grootschalige inzet van windenergie op de Noordzee en de Tweede Maasvlakte. In 2020 moeten 20 grote windparken op zee voor de kust van Nederland staan van elk 200 windmolens van elk 5 MW, waarmee 50 procent van de benodigde elektriciteit kan worden opgewekt. Op de Tweede Maasvlakte kan 400 MW worden opgewekt die heel Rotterdam van elektriciteit kan voorzien.

6. Grootschalige subsidiëring van zonne-energie. In 2009 wordt het Dutch Solar Initiative gelanceerd, waarbij over 5 jaar 300 MW aan zonne-energie wordt geproduceerd door de plaatsing van 100.000 zonne-energiesystemen (cellen en panelen) op daken van huizen, scholen, winkels en kantoren.

Het bovenstaande pakket aan acties en maatregelen leidt op korte termijn tot een forse CO2-reductie, snel oplopend tot ca. 40 procent reductie in 2020. Bovendien maakt het de geplande kolencentrales overbodig en kunnen wij later aan onze kinderen uitleggen dat wij net op tijd waren omgeschakeld naar een duurzame energievoorziening.

Deelnemers Urgenda op persoonlijke titel:

Peter Bakker (CEO TNT), Coen van Oostrom (CEO OVG), Ad van Wijk (CEO E-concern), Jeroen de Haas (CEO Eneco), Ingrid Zeegers (Philips - Director Sustainable Business Development communicatie), Beau van Erven Dorens, (tv-presentator), Leendert Bikker (Directeur Branson & Chuevara), Max Christern (Directeur/hoofdredacteur maandblad ODE), Maurits Groen (Directeur Maurits Groen Milieu & Communicatie), Natasja van den Berg (auteur Praktisch Idealisme ), Jan Rotmans (hoogleraar transitiemanagement Erasmus Universiteit Rotterdam), Pier Vellinga (hoogleraar Klimaatverandering Wageningen universiteit en VU in Amsterdam), Henry Meijdam (onder andere Dir. CURnet, lid VROMraad), Frans Stokman (hoogleraar methoden en technieken in de sociale wetenschap, universiteit van Groningen), Ad Verbrugge (Faculteit der Wijsbegeerte, VU Amsterdam), Annemarie Moons (gedeputeerde Noord- Brabant PvdA), Ed Nijpels (VVD, voorzitter ONRI), Salima Belhaj (voorzitter D66-fractie gemeenteraad Rotterdam), Adriaan Geuze (Partner West 8 NGOs), Roger Cox (directeur Planet Prosperity), Jaap Dirkmaat (directeur Vereniging Nederlands Cultuurlandschap), Pieter van der Gaag (IUCN NL - Hoofd Externe Relaties en Communicatie Urgenda), Marjan Minnesma (directeur St. Urgenda).

Een nieuw soort Deltacommissie moet Nederland niet aanpassen maar CO2-neutraal maken Volgende week komt Al Gore naar Amsterdam, waar hij het klimaatprobleem komt toelichten. Hem werd vorig jaar, samen met het IPCC, de Nobelprijs voor de vrede toegekend voor zijn film An Inconvenient Truth. Toch is de film niet onomstreden. Weliswaar baseert Al Gore zich op de rapporten van het Intergovernmental Panel on Climate Change, maar hij wijkt daar in enkele opzichten van af. Dat was dan ook de reden waarom de Britse rechter vorig jaar de film voor gebruik in het onderwijs verbood. Op negen punten kan de film de toets der wetenschappelijke kritiek niet doorstaan, aldus de rechter. Zo stelt Al Gore dat het smeltwater van het Antarctische poolijs en de ijskap van Groenland in de nabije toekomst tot een stijging in de zeespiegel van zes meter kan leiden. Volgens de rechter stellen wetenschappers dat dit proces millennia duurt. Vooralsnog gaat het IPCC uit van een zeespiegelstijging van circa 42 centimeter in de komende eeuw, te rekenen vanaf 1990. Ook zouden volgens Al Gore orkanen krachtiger worden door het broeikaseffect. Dit valt zeker niet op te maken uit gegevens van het IPCC. En de Sahel vergroent in tegenstelling tot de alarmerende beelden in de film. De tropen zouden sowieso nauwelijks opwarmen in de klimaatmodellen van het IPCC. Vaak wordt gesteld dat de situatie volgens een recente wetenschappelijke publicatie nog erger is dan het IPCC schrijft. De waarde van het IPCC is juist dat dit panel zich ten doel stelt om de stortvloed aan dergelijke klimaatpublicaties te wegen. Enkele, selectief gekozen, publicaties, ook in Science of Nature, kunnen het tweejaarlijkse IPCC-rapport niet achterhalen.

Trefwoord: Milieu; Klimatologie; Energievoorziening
Geografie: Nederland
Organisatie: stichting Urgenda