Variaties op de oersoep Marcel Hulspas Intermediar 1998

Darwin had het al gezegd: 'a warm little pond', een kleine warme vijver, en dus vulden ze kolven met vuil water, en bestookten die met wat het eerste licht van de zon moest zijn geweest. Als je die soep maar lang genoeg liet pruttelen, zo meenden ze, zou er ongetwijfeld iets interessants, gebeuren. Het was een kwestie van mengen verwarmen en wachten.

Wie zegt immers dat leven afHangt van zulke, op kosmische schaal uiterst zeldzame geneugten als een aangename temperatuur, zacht licht en lucht en dusrichten zich niewsgierige blikken

nu steeds vaker op de extreme uithoeken van de aarde: de diepzee, vulkanen, de rotsen onder onze voeJ_ten - en ook steeds meer in die ongastvrije kosmische ruimte zelf.

Niet dat de oersoep geen succes was. Integendeel. Stanley Miller en Ha-rold Urey waren nog maar net met experimenteren begonnen toen ze in 1952 op die manier verscheidene aminozuren - de bouwstenen voor ei-/ witten - aantroffen in een mengsel van ammoniakmethaan, waterstof-gas en water (enom het 'oerweer na te bootsen stuurden ze zo nu en dan een elektrische ontlading door het gasmengsel).

Geheel vanzelfsprekend was dat mengsel niet. Stenen des aanstoots waren de ammoniak (NH3) en het waterstofgas (H2).De oeratmosfeer van de aarde bevatte geen zuurstof en bezat dus ook geen ozonlaag om de UV- straling van de zon tegen te houden. En UV maakt korte metten met ammoniak. Dat moet dus uiterst zeldzaam zijn geweest. En wat die H2 betreft: de huidige aardatmosfeer bevat het niet meer, want de zwaartekracht is niet bij machte zulke lichte moleculen vast te houden. Was het dan toen wťl aanwezig?

Leven op aarde moet gebaseerd zijn op RNA.

Wat hen tot nadenken dwong is dat de oudst bekende tekenen van leven steeds ouder worden. De oudste bac-teriŽle microfossielen zijn naar schatting drieŽnhalf miljard jaar oud

het betekent ook dat het leven ontstond in een tijd waarin het zonnestelsel nog levensgevaarlijk was: een wolk van gas en stof, waarin het handjevol planeten een spervuur van 'meteorieten moest doorstaan. Dus niks geen rustige, zo nu en dan droogvallende lagunes; vloedgolven en puinregens waren de regel Rust en regelmaat waren slechts te vinden diep in de diepzee. En steeds meer biochemici raken ervan overtuigd dat dat eigenlijk helemaal geen onaardi-ge kraamkamer is.

Diepzeebioloog John Corliss opperde twintig jaar geleden al dat leven daar ook kan zijn ontstaan. Superhete geisers op de diepzeebodem spuwen namelijk grote hoeveelheden koolstof, zuurstof, zwavel en waterstof het water in. Kortom een perfecte oersoep op een plek waar meteorieten geen roet in het eten gooien.

waarschijnlijk, er toen heel veel hete bronnen op de bodem van de zee zaten, en grote hoeveelheden ammoniak vanuit zee die lagunes_konden Verrijken. Ze biedt een uitweg voor de zon paradox. volgens astronomen was de zon zon vier miljard jaar geleden veel zwakker dan nu - en volgens geologen was het hier op aarde redelijk warm en ammoniak is een effectief broeikasgasí.

een stuk komeet dat in1969 boven AustraliŽ naar beneden kwam vertoonde geen sporen van leven, maar bevatte wťl aminozuren. Dat was goed nieuws voor Lou Allamandola van het Ames Research Center in CaliforniŽ. Hij maakt namelijk al jaren onder kos-mische omstandigheden complexe organische moleculen in het laboratorium. Zonder problemen.

Allamandola creŽert in stalen dozen interstellaire stofwolken: uiterst ijle mengsels van methaan, ammoniak, koolmonoxide en water (alles bij elkaar enkele duizenden moleculen per kubieke centimeter), bestraalt die met UV-licht en koelt ze af tot zo'n 250 graden onder nul. Metalen plaatjes, opgehangen in deze koelkastjes, moeten de stofdeeltjes voorstellen die, net als de klei rond ' hete diepzeebronnen, onverwachte reacties mogelijk maken.

De combinatie van UV (dat moleculen afbreekt) en ijzige koude (die de fragmenten dwingt te reageren met moleculen waarmee ze normali ter nooit iets zouden beginnen), zorgt voor een verbazingwekkend diverse verzameling koolstofketens, veelal nog nooit op aarde gefabriceert. Wat extra water en Allamandola ziet zowaar aminozuren ontstaan.

Al die organische bouwsteentjes waar ze ook mogen zijn ontstaan, functioneren natuurlijk pas optimaal als ze elkaar weten te vinden in een afgesloten ruimte, een'oercel'. Zoiets als Deamers bolletjes.

Kunnen dergelijke bolletjes de aarde-ongeschonden bereiken? Waarschijnlijk wel. Een meteorietinslag is geen kinderfeestje, maar grote delen van het hemellichaam lijken zo'n klap redelijk te kunnen, overleven. Wie organische moleculen wil maken hoeft zich niet te beperken tot Darwins warme vijvertje; ook hete diepzeebronnen en interstellaire stofwolken kunnen de klus klaren - en wie weet zijn ze alle drie levensvatbaar.

Het eerste leven, kortom, leefde in een biochemisch luilekkerland. Het maakte hoogstwaarschijnlijk dankbaar gebruik van wat er aan moleculen en structuren neerdwarrelde uit de kosmos of opwelde uit de diepzee. Het zťlf maken van al dat fraais kwam pas veel later, toen de vraag groter werd dan het aanbod. En dat luilekkerland reikt veel verder dan de aarde. Die kosmische regen van organische moleculen daalt neer op iedere planeet, heet of koud, overal, altijd. De kosmos zou wel eens kunnen barsten van het leven.