Snavel van kruisbek is evolutionair optimum
14 februari 1991 NRC
De
Kruisbek heeft zijn merkwaardige kromme vogelsnavel gekregen door zijn krampachtige pogingen de spijkers uit de handen van Christus te trekken.

Het bloed van de gekruisigde zou de borst van het vogelmannetje rood hebben gekleurd. Dat zegt althans de legende. Volgens biologen echter is deze kromme snavel, waarbij de onderhelft links of rechts over de bovenhelft kan worden gesloten, een evolutionaire aanpassing. Het is een handig stuk gereedschap voor een naaldwoudbewoner om denneappels open te maken en er de zaden uit te peuteren.

Onderzoekers van de Universiteit van British Columbia in Vancouver hebben aangetoond, dat het selectieve voordeel voor de kruisbek groter wordt naarmate zijn snavel krommer wordt. De vogel wrikt een denneappel los met zijn snavel, kiest een stevige horizontale tak uit om op te gaan zitten en klemt de denneappel met een poot vast tegen de tak waarop hij zit. Hij wrikt het zaad tussen de denneschubben uit en verorbert dat met behulp van zijn lange tong. Als de ondersnavel naar rechts gebogen is, gebruikt de vogel zijn rechterpoot en andersom.

Er bestaan zo'n 25 soorten en ondersoorten met kromme en minder kromme snavels. Het was al bijna vijftig jaar bekend dat de vorm van de snavel van de drie Europese kruisbekken is aangepast aan hun lievelingsvoedsel. De Grote Kruisbek (Loxia pytyopsittacus) heeft de grootste, zwaarst gebouwde bek, waarmee stevige denneappels worden gekraakt. De 'gewone' Kruisbek (L. curvirostra) eet bij voorkeur de wat zachtere sparreappels, en de slanke snavel van de Witbandkruisbek (L. leucoptera) lijkt geschapen voor larixkegeltjes.

Darwin heeft in zijn studie van vinken op de Galapagoseilanden al aangetoond, dat natuurlijke selectie tot snelle veranderingen in snavelvorm kan leiden afhankelijk van jaarlijkse schommelingen in de hardheid van de zaden. Zelfs bij de individuele vogel treden in de loop der tijd subtiele veranderingen in snavelvorm en -grootte op.

In hun experiment gebruikten de Canadese onderzoekers Benkman en Lindholm een nagelknippertje om de snavels van een groepje van zeven Kruisbekken in gevangenschap bij te knippen. Bekend is dat die na verloop van enkele weken vanzelf weer bijgegroeid zijn. Hiermee wilden de onderzoekers de manier nabootsen waarop de snavel van jonge kruisbekken zich ontwikkelt. Bij nestkuikens is die nog recht, pas tussen de leeftijd van 27 dagen (een week na het uitvliegen) en 45 dagen (als ze goed voor zichzelf kunnen zorgen) ontstaat de speciale vorm.

Na de knipbeurt werd vier weken lang bijgehouden hoe efficient de vogeltjes de zaden van de Canadese den (Tsuga heterophylla) konden oogsten. Dat bleek steeds sneller te gaan naarmate de snavel bijgroeide. Dat kwam niet uitsluitend doordat ze met hun getrimde snavel leerden omgaan, want naarmate de snavel bijgroeide werden ze niet handiger in het oogsten van oude, uitgedroogde denneappels, die vanzelf open gaan staan en daardoor gemakkelijker leeg te halen zijn. Kruisbekken met een geknipte snavel aten ongeveer net zo handig als de vijf exemplaren van de Dennensijs (Carduelis pinus) in een andere kooi. Deze soort leeft van oude, open denneappels, maar niet van verse.

Blijkt hieruit nu dat er selectie kan bestaan op evolutionaire 'tussenstapjes' van een eigenschap? Ten dele wel. Daarmee is nog niet alles gezegd, want om handig een dennekegel te kunnen leegeten zijn ook asymmetrische kaakspieren, een lange, kraakbeenhoudende tong en flexibele kaakscharnieren nodig en daarbij is dan nog de juiste motoriek vereist. Maar in elk geval lijkt deze proefopzet geschikt om de evolutie na te bootsen in een notedop. (Nature, 7 februari)